Gedichten

vogels drinken zand
de bomen zijn rood aangelopen
bladeren vallen niet

nu het nooit meer winter wordt
kruipt de kat in zijn bak
stoffig donker dicht
trekt schichtig
korrelsporen naar zijn eten

onze bak hangt boven bomen
stoffig niet meer donker dicht
sinds de zon door ozon straalt
slapen we licht
en open

de zomerslaap brengt natte dromen
ijstijd uit de diepvrieskist
mikken we betonnen kruimels
naar rode kruinen
 

Gemini

ik ruik naar blauwe lucht
jaag op hazen
in een gele prairiezee

ik bouw een burcht van zand
langs oevers
van een verdwenen meer

een oor aan de grond
wacht ik op paardenhoeven
vlag op de toren raadsels

ik ga twee stap voorwaarts
een stap terug

zij
die niet van paarden houdt
weigert rood te dragen
kan niet vliegen

ik drink het bloed
van eeuwig zusterschap
 

de laatste dankbetuiging gaat schuil
onder verse vakantiepost
dat is nog niks

in avondlucht zweven
perzikbomen
een buurvrouw veegt
de dag op een hoop

de voordeur blijft dicht
of iemand anders doet open
ik ben alleen met voetstappen
van nachtdieren op het dak

dood de tijd met jou