Gedichten

Eindeloze nachten

Slaap, kom en neem mij op,
geef mij rust,
breng mij naar andere horizonten,
verander mij in een heldere ster
aan de hemel.

Vandaar zal ik jullie zien en meeleven
met jullie genoegens en problemen.
We zullen een praatje maken,
want we weten dat de doden
leven onder de levenden.

Albert Schweitzerziekenhuis, Dordrecht, 22.12.2007
 

Zwijgende stenen

Onsterfelijk als goden
verzinken ze in eeuwigheid
op of in de aarde.

Ruw of bewerkt
kunnen ze niet spreken
maar wel duidelijk
hun eigenschappen tonen.

In vorm, in kleur of
in scheikundige samenstelling
letterlijk en figuurlijk:
edelstenen, kunststenen,
een helse steen
of een steen des aanstoots.

Als graniet, marmer of basalt
vergezellen ze ons thuis
in het bureau, op straat
of in een park.

Betrouwbaar en hard
koud en onverschillig
kan alleen druppelend water
hen beschadigen,

maar dan kunnen zij nog
als stalactieten en stalagmieten
een paleis bouwen in een grot.

We leven en spelen met stenen.
Zij blijven, wij verdwijnen.
 

De boomgaard van meneer Asimákis

Een klein lapje grond
en daar omheen lage
joodse huisjes. De bomen
benauwend dicht
voor onze ramen geplant
waren de reden
voor buurvrouw Victoria,
met het dure ondergoed
(ze schepte in elk geval op
dat ze dat droeg),
om Homerisch ruzie te maken
over haar fundering wanneer ze
meneer Asimákis ook maar zag,
de ene keer om te schoffelen,
de andere om water te geven
of te snoeien.

En wat had die gaarde wel niet:
bijna alle soorten vruchtbomen
en zelfs druivenranken over een pergola.
En verder allerlei groenten:
bosuien, knoflook, sperziebonen,
aardappelen, tomaten en aubergines.
Ook peterselie ontbrak niet.

Als kinderen sprongen we soms
uit het raam en stopten onze blouses
stiekem vol met vruchten, want
meneer Asimákis was niet erg gul
en als we werden betrapt
zwaaide er wat…..

De boomgaard is asfalt geworden
en wie zal zeggen wat er
met meneer Asimákis is gebeurd.
 

De Nymph van het Noorden*

Zo oud reeds jouw levensgeschiedenis.
De onverbiddelijke tijd telt voor jou zonder
onderbreking al drieëntwintig eeuwen

Je was één der aanzienlijksten
van Byzantium.Je sprak vele talen.
Oost en West ontmoetten elkaar waar
jouw beklinkerde straten zich kruisten.

Waarachtig, je hebt veel geleden.
Verraden en verkracht door barbaren
en eigen volk hield je, ondanks
alle ellende en veranderingen, vast
aan je geloof, taal en traditie.

Je hebt veel waardevolle kinderen gebaard.
Je was de beste lerares in de strijd
voor democratische instellingen.
Je culturele erfenis werd niet goed beheerd,
maar wat overbleef,
transformeerde zich in poëzie en kunst.

Je hebt uithoudingsvermogen en weet af te wachten.
Vanaf de Hortiatis en vanaf jouw muren
zie je waar het doffe blauw
van de eindeloze zee zich mengt
met de bleke kleur van de lucht.
Daar precies houd je halt en richt je
je blik op de goddelijke Olympus.

Vandaag open je wijd je armen voor een warme
omhelzing van wie hier steeds weer komen
om in vrede met je te wonen.
Je blijft Tsitsanis Moeder van de Armen,
zinderend van leven en drukte.
Je bent, Nymph van het Noorden,
weer het centrum geworden
van een grote microkosmos.

* Thessaloniki
 

De mondscheinsonate bij Dordrecht

Selene houdt vanavond
de sluiers van de nacht tegen
en wordt een droom vol muziek.

Ze verjaagt de bleke, mauve wolken
en daalt neer om haar volheid
te vieren met de Aarde.

Ze werpt haar zilveren mantel
over het Groothoofd en overspoelt
de poort en de bomen met licht.

Ze weerspiegelt zich in het water
en speelt met de zeilen van schepen
die onophoudelijk komen en gaan,
terwijl ze de loop van de geschiedenis volgen.

Maar de visser zal aan land gaan
om door de middeleeuwse stegen
te lopen en te rusten
in een van de kroegen van de stad.

Met zijn dorst gelest en bedwelmd
door de schoonheid van het maanlicht
zal hij tenslotte als een Verne opstijgen
Van de Aarde naar de Maan.
 

Ooit

Ooit droomde ik me
groene weiden met gouden zonnen.

Ooit maakte ik plannen
hoe ik wilde leven.

Ooit was mijn leven
helder stromend water, een kristal.

Nu verlies ik me in vragen
zonder antwoorden te krijgen.

Nu leef ik met de dag,
van iedereen afhankelijk.

Nu hangt mijn leven
aan een dunne draad.

Dordrecht, 2.11.2007
 

Ongenode gast

Hij kwam ongenood en stiekem.
In het begin deed ik alsof ik
zijn aankloppen niet hoorde,
maar toen hij de tuinpoort sloopte
kon ik hem niet meer tegenhouden.

Ik heb hem opengedaan
en hij kwam binnen als een wervelwind.
De muziek zweeg.
Mijn gasten versteven op hun plek
met hun glas in de hand.

Hij heeft iedereen nieuwsgierig bekeken,
van top tot teen.
Uiteindelijk greep hij mij en we begonnen
een tango van Piazzola te dansen.

Harmonische bewegingen met ingewikkelde figuren.
Ik volgde trouw zijn passen.
Ik wilde geen ruzie maken.
Ik wilde de avond niet bederven.

Albert Schweitzerziekenhuis, Dordrecht, 14.10.2007
 

Zonlicht

Zon, maanden lang wacht ik op je.
Licht, meer licht.
Geen donkere kamers meer
en hermetisch gesloten zielen.

Koning, royaal schenk je
elders je cadeaus
maar hier ben je
gierig en hardnekkig.

Bezieler, barst eindelijk
eens in lachen uit en
houd op aan de eentonige
regen toe te geven.

Eén straal voldoet
om ons humeur te veranderen
en de aarde op te warmen,
die om je zal blijven draaien
en snakken naar je licht.

Dordrecht, mei 2007
 

Zerynthia Polyxena

Zwart, geel, bruinrood
en wat groen en blauw
harmonisch en geometrisch
verdeeld over haar vleugels
zoals een Byzantijns borduurwerk.

De volmaaktheid voltooid;
uit het ei verschijnt de rups
die zich verandert in een pop
en dan volgt de metamorfose
tot vlinder.

Deze schoonheid
als veel andere
duurt niet lang;
tien dagen voldoen
om voor nageslacht te zorgen.

Zij komt slechts voor
in het land van de Olympos en
de Taiyetos, en tegen vijanden
heeft zij een zeldzaam wapen:
aristolochia is haar antwoord.


Dordrecht, juli 2007
(c) Stella Timonidou