Recensie van bianca blues - David Troch

Blues op de catwalk

David Troch
bianca blues
Uitgever: Poëziecentrum
2015
ISBN 9789056552763
€ 19,95
55 blz.

‘op de catwalk kantelt bianca haar bekken, beent / bijna automatisch naar de coulissen…..
Het zijn mooie regels, waarmee deze novelle over het topmodel Bianca begint: twee stafrijmen en een muzikaliteit door de klinkerrijmen in een wervelend ritme. Het belooft veel.
Laten we het verhaal volgen: Bianca, een mooi topmodel, staat op het hoogtepunt van haar roem. We maken haar mee tijdens een modeshow, waarin de schrijver wat dieper ingaat op haar positie: hij probeert een mens te creëren. Aan het eind van het eerste deel komt er een terugblik. Een cursief gedrukt fragment – ‘er is een herinnering….’
Dan volgt een tweede deel : een beschrijving van haar leven: glossy, oppervlakkig, hedonistisch, het leven van de internationale jetset. Ook in dit deel hier en daar een mooie poëtische zin : ‘-alles van waarde/ past ternauwernood in een beautycase. –‘
Ik vroeg me af of de dichter hier een verwijzing naar Lucebert maakt: alles van waarde is weerloos. Bianca lijkt in het tweede deel weerlozer dan haar jetsetleven doet vermoeden. Als ze jarig is krijgt ze een verjaardagstaart met kaarsjes : ‘met tegenzin blaast bianca /adem richting kaarsen.-‘
Soms is er een suggestie: bijvoorbeeld wanneer de dichter over haar ochtendrituelen praat: ‘blauwe teennagels wijzen de getallen aan’. Bianca staat dus op de weegschaal.
Aan het einde van dit tweede deel lijkt het alsof het glossy leven haar te veel wordt: ze trekt ‘lipglossloos’ de straat op, ‘-in zeewiergroene watersandalen, niet flatterend / tweedehandsplunje. ze wil /incognito opgaan in de massa.-‘
Hierna volgt weer een cursief gedrukte terugblik met dezelfde titel: ‘-er is een herinnering’, waarin haar vader een wat onduidelijke rol speelt. Daarna een korte beschouwing waarin de tragische dood van haar moeder – ze werd doodgereden door een dronken man – waarschijnlijk een verklaring oplevert voor haar gebrek aan warmte, dat haar zodanig parten speelt dat ze altijd de verkeerde mannen kiest : ‘-uiteraard is gladjanus aardig. natuurlijk-‘. Ook dit deel eindigt weer met een cursieve terugblik: ‘-er is een herinnering’.
In het voorlaatste deel bezint Bianca zich op haar werk, ook dat eindigt met een cursief gedrukte herinnering. Daarin wordt naar haar onbezorgde kindertijd verwezen, waarna de confrontatie met de dood (van haar moeder?) de toon zet voor het laatste deel, waarin de ondergang van Bianca wordt geschetst en de afgunst opkomt: ‘Einde sprookje. / bianca leert benijden.’
Er is aan het einde van het verhaal slechts één cursief gedrukte regel over: ‘er is een herinnering’, het topmodel Bianca is herinnering geworden.

David Troch heeft een poging gedaan een eigentijds poëtisch verhaal te vertellen, waarin hij een visie geeft op het leven van een vrouw die belandt in een wereld van schijn en schitter. Ik vind de poging buitengewoon integer. Hier een daar zijn prachtige regels, er groeit ook een zeker medelijden met Bianca, wat de titel ‘blues’verklaart, maar als totaal vind ik dat David Troch zich een beetje vertild heeft in het verhalende gedicht; ook de opbouw van de novelle is wat onduidelijk. Misschien zou hij dit verhaal in proza hebben moeten schrijven of als een theatrale tekst . Deze ambassadeur van de poëzie van de stad Gent, die zo een hekel heeft aan hoofdletters, heeft een onmiskenbare poëtische potentie, die hier helaas niet helemaal is uitgekomen. Dit doet niets af aan de vaak mooie poëtische regels en de grote integriteit waarmee hij zijn onderwerp probeerde in dichtvorm weer te geven.

***

David Troch werd geboren op 28 juli 1977 in Bonheide, vlak bij Mechelen. Hij publiceerde de verhalenbundel tot de sterren gericht en de dichtbundels liefde is een stinkdier maar de geur went wel en Laat[avond]taal . Daarnaast is hij onder andere poëzieambassadeur van de stad Gent en regisseur. Er werden hem verschillende prijzen toegekend, waaronder de Turing gedichtenwedstrijd 2012 en twee keer de prijs voor de beste monologen.

Gedichten

David Troch

gent en ik

op schoolreis leerde ik u kennen als tuig
dat allemans armen en benen uit wou rekken.
terstond stopte ik met groeien. zo perplex was ik.

maar ook ik speelde de verbeelding van het kind
kwijt en keerde koen en onverschrokken naar u terug.
ik deelde dorst en honger, botste aan een schoolpoort

tegen een geweldige liefde op. zo wist u mij te strikken.
toch durf ik niet te stellen dat ik mijn laatste woorden
lukraak bij u neerleg. ik ben vaak van u weg.

open ogen

hou je prachtige, prachtige ogen open.

negeer de tandpastaglimlachtoeristen
die op pittoreske plekjes fotootje na fotootje
na selfie schieten. weet wat speelt achter gevels
waar vochtplekken het behang lostrekken. kuier
in buurten waar de godganse aarde samentroept
op een kluitje, in een gloed van neonreclame.

c’est merveilleux, n’est-ce pas?

hou je prachtige, prachtige ogen open.

proef de zoete, zoete nacht. hoor de hoertjes
achter de ruiten naar je fluiten. laaf je aan de geur
die zatlappen verspreiden. voel de vingers
van de zakkenroller langs je lichaam
glijden.

ça sent bien, n’est-ce pas?

hou je prachtige, prachtige ogen open.

duik bij daklozen in portieken. pluk dichters
en andere oplichters in bosjes van de kasseien.
vervang de wegwerpbekers van zigeuners
door waardevolle papieren.

voel je de liefde?

raak verslingerd aan dealers. druk tasjes-,
kruimel- en knuffeldieven tegen de borst. ga
jezelf te buiten met inbrekers, car- en homejackers,
ramkrakers, helers, hangjongeren, breezersletjes, uitschot,
gespuis, onderkruipers, luizen in de pels, niksnutten, misnoegden,
recidivisten, witteboordencriminelen, kwiestenbiebels en taxichauffeurs.

voel je de liefde? voel je,
voel je, voel je de liefde?

tu veux l’amour, n’est-ce pas?

hou je prachtige, prachtige ogen open
en slaap en slaap en slaap. zoals
nooit tevoren. slaap.

Recensie van buiten westen - David Troch

Zij aan zij voor de beeldbuis

David Troch
buiten westen
Uitgever: Poëziecentrum
2012
ISBN 9789056551858
€ 17,50
48 blz.

Hoe voel je je, na het lezen van een hele dichtbundel over niets anders dan mensen die niet werkelijk, niet voluit leven?
Zij willen of durven niet, en zijn alleen maar bezig hun tijd te doden. De tv staat centraal, in het café ‘wijze’ weerspreuken en gesprekken over politiek, in relaties de gewenning aan elkaar en een iets boeiender verleden, dat soms wordt herdacht, muziekfestivals, hotelkamers:

[…] bijvoorbeeld op
de arc de triomphe. in parijs rijst
het voordehandliggende: of ze

oud en of ze samen, vragen
om te bewaren. triomfantelijk
lachen ze in de lens. ze strekken

de armen, wanen zich napoleon.
later laten ze zich gelaten uit over
hoe ze destijds de wereld zagen

[uit: ‘zij aan zij’]

Als Hollandse rijtjeshuizen staan ze in het gelid deze gedichten. Elk gedicht, dat over deze lege levens gaat, bestaat uit drie of vier drieregelige strofen waarvan de regels vrijwel even lang zijn. Behalve het laatste gedicht van de bundel, dat een vrije vorm heeft en dat geïnspireerd blijkt te zijn op de versregel ‘Zo heb ik, toen jij geboren was, een dag/ door bossen gelopen’ van Herman de Coninck.
Wat had ik na het lezen van deze troosteloze bundel behoefte aan diens levendige poëzie, zo sensueel als die kan zijn, zo doortrokken van liefde voor het leven, zelfs in zijn somberste zinnen. De troost van het pessimisme.

Uit de gedichten van David Troch valt weinig troost te putten. Ze zijn dan ook niet somber; ze zijn saai en ze zijn vreemd. Lees het volgende gedicht uit de reeks ‘zij aan zij’:

het knettergekke hout en de sfeer
van muziek en kandelaars. zo zijn
hun lange avonden wel eens vol

van spelletjes met dobbelstenen
en zuid-afrikaanse wijn. hoe hard
ze ook willen winnen, ze verliezen

nooit elkaar, lachen kamerbreed
om de stomste stoten, de zotste
zetten, de wildste wendingen.

de wereld gaat voorbij, het enige
wat telt is zij, alleen aan de andere
kant van het raam valt de nacht.

Een adembenemende sufheid kwam over mij, een verontrustende lethargie.
Het knettergekke hout bracht niets teweeg. Noch de sfeer van muziek en kandelaars. Misschien verkeerde muziek en lege kandelaars.
Wat begon als een gedicht over twee mensen en hun lange avonden, eindigde als een gedicht waarin de vrouw door de man tot hoofdpersoon werd verheven, als enige die telt! De wereld mag voorbij gaan, geen centje pijn – het enige wat telt is zij. En buiten valt de nacht; wel te verstaan alleen aan de andere kant van het raam. Ook ik heb kamerbreed moeten lachen om de wilde wendingen van het bordspel. De stomste stoten waren waarschijnlijk die waarmee pionnen werden omgestoten. Ook de dichter was slaperig geworden.
Nee, hij was buiten westen.

De niet te overbruggen afstand tussen twee mensen, laat ik het voorlopig maar daarover hebben. Het laatste gedicht uit deze reeks:

de deurbel op een doordeweekse
ochtend. Wie wil er dat zij wakker
wordt ? Met een ontbijtmand komt

hij de kamer in. zij stomverbaasd,
fronst haar voorhoofd slechts. Hij
mompelt iets van maanden en dat

overvloedigheid daar bij past. Elke
dag mag van champagne zijn en ze
klinken glas na glas. Hij moet zich

geen moed indrinken, vermoedt
wat op haar lippen ligt, hij vraagt
haar naar geluk. één woord wil hij.

Arme, arme man. Liefdesbedelaar. Hij moet zich maar geen moed indrinken. Ik hoop van harte dat hij niet samenvalt met de dichter. Maar zelfs wanneer zijn protagonist nergens samen valt met de dichter, dan nog getuigt de bundel van een deplorabel beeld van het menselijk bestaan.

In de reeks ‘De vergeetachtige’ is er sprake van een grootmoeder die haar geheugen verliest, waanbeelden krijgt, irreële verwachtingen, angsten.

[…] als jij mijn kleinzoon was, zou jij

mij hier niet achterlaten, jij zou mijn spullen
pakken, me in huis nemen en te eten
geven, jij zou uitstekend voor mij zorgen.

Maar zij hoeft het niet, en omgekeerd is hij niet van plan om voor haar te gaan zorgen.

Totdat ik het laatste, zeven pagina’s lange gedicht las, dacht ik: misschien moet Troch poëzie in een vrijere vorm gaan beoefenen, misschien dat er dan meer ruimte komt voor gevoelsaffecten. Misschien moet hij in navolging van De Coninck wat erotiek in zijn werk toelaten, zijn fantasieën de vrije loop laten. Wanneer hij daar te beschroomd voor is, kan hij de dood proberen. Laat hij eens kijken hoe ver zijn verbeelding reikt; laat hij alle heilige huisjes schenden, vooral die van de welgemanierde poëzie.
Boven alles: laat hem schrijven over wat hem werkelijk bezig houdt. Laat hij zichzelf bloot geven.
‘Nakedness my shield’, schreef de Amerikaanse dichter Roethke.

Mijn hoop op een levend gedicht, die door alle mistroostigheid al was ingedeukt, sloeg om in verontwaardiging bij het lezen van het laatste lange gedicht. Hoe meer gedichten ik had gelezen, hoe vaker ik had moeten denken aan schrijfoefeningen. Je verstaat je vak en werkt een thema uit. Je hebt het gevoel dat je over alles kunt schrijven, en dichten vind je leuk.
Allemaal goed en wel, maar dat je jezelf als dichter ziet, dichter wordt genoemd, ontslaat je niet van je plicht om, wanneer je publiceert, de lezer(es) minstens een klein beetje te verrassen. De beste manier om dat te doen is door jezelf te verrassen.
Dat laatste gedicht: ‘Op een dag zal ik door bossen lopen’ was een opdracht, het werd dan ook een maakwerkje:

op een dag zal ik door bossen lopen
zoals een dichter

dat ooit deed. Je moet onnoembaar veel
van poëzie houden om dat te doen,

om je er een stem bij voor te stellen
die is fijngemalen door Duvel en door whisky:    (sic, LP)
moeten moet het niet, het mag
het helpt

[…]
later, als daar tijd voor is,
hou ik mijn hart vast
en mijn adem in

Later, als daar tijd voor is ! Waar heeft hij het over ?
De dichter gaat verder:

dat heb je dan met dichters,
die zien wat er niet en nog niet is,

die merken al je misstappen,
hoe je vergeefs naar takken grijpt,
klappert met armen en lelijk valt.

Ze merken al jouw misstappen op, de pretentieuze dichters, maar blijkbaar zien ze niet, hoe beroerd ze schrijven. Misstappen en misgrijpen werden met elkaar verwisseld. En de dichter heeft nog nooit een ongevleugeld kind uit een boom zien vallen; dat klappert niet.
Ik dacht: Ga toch fietsen dichter! Je bent nog jong. Fiets jezelf wakker! De wind zal huilen. En schrijf voortaan met urgentie.

***
Oud-Meandermedewerker David Troch (1977) publiceert her en der poëzie en proza, heeft een reputatie als podiumdichter, is redacteur van Kluger Hans, droeg een jaar lang de titel Ambassadeur van de poëzie van de stad Gent en won in 2012 de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Eerder verscheen van hem bij het PoëzieCentrum laat[avond]taal.

Gedichten

beeldbuis

elke avond hadden wij ons ritueel na school
en werk: koken, eten, afwassen. er gebeurde
niet zoveel wat nieuws was. waar wij rapport

van uitbrachten was hoe wij dachten dat het
leven van onze lievelingspersonages die dag
zou zijn. wij sloten gretig weddenschappen

over wendingen, ontknopingen, cliffhangers.
niemand kreeg ooit gelijk. toch stormden wij
elke avond als halvegaren op de beeldbuis af.

wij hoefden niet te praten, leenden woorden
uit series waaraan wij verknocht waren en
spraken langs elkaar heen. nooit kwamen wij

tot dialoog. voor elkaar bleven wij potdoof,
verblind door de vrouw die we wat graag
tussen de lakens wilden. wij waren de man.

de huiskamer, ons bewustzijn, letterlijk alles
loste in het niets op. een aftiteling was de klok,
zond ons zonder zoen of veel gedoe naar bed.

wij zagen niet hoe de jaren aan ons vraten,
hadden ternauwernood in de gaten hoe wij
vervreemden van elkaar. een betere band

hadden wij vaak met acteurs en actrices die
wij nooit in levende lijve spraken, het was
de gewoonste gang van zaken. wij hadden

geen reden tot klagen, keurig deelden wij
kruis en huis. wij zagen de zin niet in van
een verre vriend en een bovenbeste buur.

Gedichten

bedacht voor een oude dag

1. ouderdomsoefening

als ik baad, oefent mijn huid op
ouderdom. elke vingertop, elke
rimpel spoort oude dagen aan om

toe te komen en te blijven. voor-
alsnog, ze gaan op kousenvoeten
in kraaienpoten liggen om hels

drukkende slapen. nu niet de ogen
sluiten, nu ademloos blijven tot
het badschuim volledig verdwijnt.


hoe wij zoenen

hoe vaak hebben wij elkaar gezoend
in deze kamer of buitenshuis, in de
supermarkt bijvoorbeeld bij het snoep-

goed of in een park op een bankje
bij de speeltuin waar alle kinderen
de onze waren, zij zagen dat wij van

liefde spraken. hoe vaak hebben wij
elkaar gezoend voordat wij wisten dat
wij al jaren in elkanders armen lagen.

… zij zo

8. zo maakt zij eten klaar

zo meteen is hij er, kust me
op de mond, neemt me met al
zijn liefde vast. hij vraagt niet

eerst: wat eten we. zegt niet:
wat ruikt het lekker. zegt: wat
ruik je lekker, wat heb ik jou.

enzovoort. haar verbeelding vult
elk puntje in. ondertussen kruidt
ze de pasta met pesto, zet borden

klaar, wikt en weegt hoe ze: kies
jij de wijn. ze zucht, de liefde,
de man, zijn maag. ze ziet hem, ja.

uit : laat[avond]taal, Poëziecentrum, 2008