Recensie van Ondoden - Jan Kuijper

Meesterwerk

Jan Kuijper
Ondoden
Uitgever: Querido
2013
ISBN 9789021446677
€ 17,95
72 blz.

 
Ondoden, de laatste dichtbundel van Jan Kuijper ligt ter bespreking voor mij. Maar het lukt mij niet er iets zinnigs over te debiteren. Of ik zou er tenminste 200 pagina’s voor nodig hebben.

Niet raar, want hij omvat in poëtische vorm de intellectuele wereld van eeuwen Europese cultuur. En dat zonder academisch gebellenblaas. Zonder interessantdoenerij. Zonder gepoch. Zonder te willen imponeren. Alleen met het vermogen de taal met een lasso van vakmanschap te mennen.

Het doet mij verstommen in het besef dat geen bespreking aan dit meesterwerk recht kan doen. Zoveel humor, zoveel gedachten, zoveel brille. Iedere bespiegeling zou deze bundel te kort doen.
Te makkelijk? Mijn onvermogen? Waarschijnlijk.
 
Iedere regel staat strak en toch ontspannen als een atleet voor de honderd meter sprint. Wat moet je als bespreker? Stil zijn. Genieten. Een luttele strofe citeren, het zou onrecht doen aan al die andere.
 
Ik ontbeer in ieder geval de woorden voor mijn bewondering.
Als we de boekenbijlagen moeten geloven verschijnt er elke maand wel een meesterwerk. Met een beetje historisch bewustzijn kan iedereen dat als kul afdoen.
Nu echter is een meesterwerk voor het grijpen.

Degenen die tot een ander oordeel komen, zijn rijp voor het gekkenhuis.

 
 ****
Jan Kuijper (1947) schreef eerder de bundels Sonnetten (1973), Oogleden (1979), Bijbelplaatsen (1983), Tomben (1989), Barbarismen (1994) en Toe-eigeningen (2001). Zijn poëzie werd bekroond met de Herman Gorterprijs en de Jan Campertprijs.
Hij publiceerde daarnaast aforistische teksten (Denkbeelden, 1991), was redacteur van uitgeverij Querido en werkt als vertaler. In 2010 verscheen zijn vertaling van de Liefdesliederen van Hadewijch, waarvoor hem de Filter Vertaalprijs werd toegekend.
In Ondoden staat de Duitse schrijver Jean Paul centraal (aan hem zijn dertig sonnetten gewijd), maar Kuijper en zijn lezers staan ook aan de tomben van vele anderen, zoals Ruusbroec, Erasmus, Pascal en Spinoza, Wolff en Deken, Sterne, Brontë en Woolf, Couperus, Brakman en Fens. In handen van Kuijper mag je blij zijn dat je dood bent. Dan leef je. (J.L.)

Recensie van Wunderkammer - C.L. Kruithof

Geen claustrofobie hier

C.L. Kruithof
Wunderkammer
Uitgever: Gopher
2012
ISBN 9789051798012
€ 14,50
60 blz.

 
In zijn jeugd heeft de Vlaming C.L. Kruithof (1935) vijf dichtbundels uitgebracht.
Vervolgens heeft hij decennialang als dichter gezwegen. (Tussentijds
heeft hij zich ledig gehouden met het bedrijven van sociologie aan de universiteiten van Brussel en Gent .) En nu hij richting de tachtig gaat is hij weer productief geworden.
Wat heet: Wunderkammer is sinds 2011 al de vijfde bundel in zijn tweede periode.
 
Kruithof moet een vol geheugen bezitten. Ik stel mij voor dat zijn brein bevolkt word door talloze verschimde beelden en ervaringen. Voordat ze volledig vervaagd zijn heeft hij ze vast willen spijkeren in taal.
Godlof heeft hij zich niet schuldig gemaakt aan memoires, maar gekozen voor de dichtvorm. Dan is het ook eenvoudiger dat om die schimmen niet binnen de particuliere muren te laten blijven vertoeven. Dat doen ze ook niet.
Waarschijnlijk speelt mee dat de socioloog in Kruithof hem een betrokkenheid
bij de wereld heeft bezorgd. De condition humaine van de wereld weet hij in zijn gedichten voelbaar te maken. Zoals in het gedicht ‘Afzondering’:
 

     Een gevangenis zit vol stommiteiten
     met af en toe een schuldgevoel
     dat overtreders schreien doet.
 
     Cellen gestapeld met enge daden
     muurvast tussen tralies geklemd,
     schuld die onzichtbaar zit en boet.
 
     Verblijf met uitzicht op vergeten
     en eindeloze tijd, zichzelf verbijten
     en rillen van het vocht, de kwelling
     van tucht en tocht en niets te beleven.

 
Ik gebruikte hiervoor het begrip ‘voelbaar maken’. Dat doen deze gedichten ook, ondanks dat Kruithof veel abstracta bezigt. Zijn ontsnapping dankt hij eraan, dat hijzelf de deur van de gevangenis openzet. Geen claustrofobie hier.
 
Is dit briljante poëzie? Nee. Daarvoor wordt de lezer te weinig verrast. Maar het is wel geschreven met een groot hart voor de wereld en de mensheid, ofschoon Kruithof donders goed weet dat beide verrot zijn.
De slotstrofe van het gedicht ‘Lava’ getuigt van dat grote hart:
 

     Maar afgekoeld wordt zij versteende weelde,
     ligt zij gezwegen als gestolde pracht,
     een woestenij van zwarte stenen, een schat
     die op bewondering en rapers wacht.

 
We wachten de volgende eruptie af.
 

Recensie van Lust for Life - John Schoorl

Lust voor muziek

John Schoorl
Lust for Life
Uitgever: Van Gennep
2013
ISBN 9789461642004
€ 7,50
46 blz.

 

     Met kutsmoesies moest
     Je echt niet aankomen.

 
Het zijn de slotregels van de bundel Lust for Life van John Schoorl.
Dan de eerste twee regels:
 

     Grote neger met schuiflippen
     Neukt een gat in de dag.

 
En over neuken gesproken: er is in de poëzie veel lettergeneuk op de vierkante centimeter bladspiegel. Vaak meer dan verdienstelijk.
Maar soms is het een openbaring recht-voor-zijn-raap gedichten te lezen waarvan duidelijk is dat de dichter zijn pen op het puntje van zijn tong heeft. Zo zit dat bij John Schoorl. Ook in zijn vierde bundel is hij direct, ongekunsteld en onbekookt. Hierin staat hij in de traditie van mensen als o.a. Jules Deelder, Johnny van Doorn en Riekus Waskowsky.
‘Stoere poëzie’ vermeldt de uitgever met recht op het achterplat.
 
Dat onopgesmukte leent zich buitengewoon goed voor het gekozen onderwerp:
muziek. Bijzonderlijk de rock- ’n- roll, jazz en de blues. Want wat komt er directer bij
ons binnen dan muziek? Het is klip en klaar, John Schoorl heeft waarlijk een
passie voor muziek. Niet voor niets sleepte hij in 2006 de Pop Persprijs in de wacht.
 
In de meeste gedichten is een song de bron voor John Schoorl. Een bron wel te
verstaan voor zijn associaties. Want nergens citeert hij letterlijk. Alleen de titels.
Bijvoorbeeld die van Bob Dylans Like a Rolling Stone:
 

     Halve peuk,
     Half opgerookt.
 
     John Player Special,
     Met Ronson aangestoken.
 
     Je blaast uit,
     Wat binnen komt.
 
     Anders
     Niet.

 
Het knappe van deze poëzie is, dat de gedichten onnadrukkelijk een blik op de wereld verbeelden. Een blik niet vertroebeld door sentimenten of ideeën. Schoorl snapt dat gedichten van woorden worden gemaakt. Van niets meer.
 

     Je staat recht overeind,
     En dat kan je
     Ervan zeggen.

 
Aldus John Schoorl droog in het titelgedicht.
 
***
John Schoorl (1961) is verslaggever en onderzoeksjournalist bij de Volkskrant. Hij publiceerde verschillende bundels met muziekverhalen, waaronder De naald erin (2003) en De dag dat ik naar de Arctic Monkeys ging (2011). Na A Capella (2007), Uitloopgroef (2009) en Bukshag (2012) is Lust for Life zijn vierde dichtbundel, met een selectie van het beste wat hij tot nu toe schreef én een aantal nieuwe gedichten.

Recensie van Mensenhand - Pieter Boskma

Tegen de dood

Pieter Boskma
Mensenhand
Uitgever: Prometheus ,Prometheus ,Prometheus ,Prometheus ,Prometheus ,Prometheus ,Prometheus ,Prometheus
2012
ISBN 9789044620573
€ 19,95
136 blz.

 
Ilja Pfeijffer schreef ooit over een door hem bewonderde bundel: ‘Ik kreeg zin
zelf een potje te gaan dichten.’  Of om op een andere zwaargewicht, Roland
Barthes, te variëren: ‘Een matige tekst consumeer je, een goede tekst doet
je produceren.’  Lijken mij schrandere opmerkingen.
 
En verdomd, bij lezing van Mensenhand, de jongste bundel van Pieter Boskma,
kreeg ik de neiging ipso facto mee te willen krassen. Mogelijk, maar onmogelijk
in de stijl van Boskma zelf. Die is, zoals iedere dichter wenst, zo eigen, zo authentiek.
Dat valt al direct op aan zijn idioom. Een mixture van verschillende talen. Soms
straattaal, dan weer archaïsch of semi- ambtelijk en soms zelfs wetenschappelijk.
Maar steeds des Boskma’s. En alles in een ritme dat met regelmaat verspringt.
Van ijlend tot contemplatief. Om in recensentenjargon te spreken: Boskma
wendt alle registers van de taal aan.
 
Waaraan staan die registers ten dienste? Wat is het leidend thema van de dichter?
Het leven! De aarde! Boskma schrijft tegen de dood. Niets minder. Geen gemillimeter op een vierkante bladspiegel hier. Het zijn de thema’s die tellen.
Ja, we hebben van doen met een existentieel dichter. Het begint al bij het Bijbelse motto:

Toen zag ik een nieuwe hemel en een nieuwe aarde;
de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen.
(Openbaringen 21:1)

Het doet denken aan Apollinaire:

   A la fin tu es las de ce monde ancien.

Boskma legt zich niet neer bij de wereld zoals ze zich toont. Ondanks zijn sceptische grondhouding heeft hij het vermogen vitaal te blijven. Die vitaliteit voel je als lezer, omdat er achter de woorden polletjes emotie groeien. Emoties die nog niet in de handboeken geboekstaafd zijn. Volgens mij schuilt daarin de kracht van deze poëzie.
Anders: Boskma is de Marsman van dit tijdsgewricht.
 
Tussen alle zinnen zwemt het visje van David Foster Wallace dat zich afvraagt: ‘Wat is in godsnaam water?’ Verwondering, dat lijkt mij een drijfveer van Boskma. Waarschijnlijk daarom treffen we veel vraagtekens aan in deze bundel. Want natuurlijk,antwoorden zijn de dood in de pot. Deze dichter heeft de bravoure om indirect de vragen te stellen die iedere ouder van kleuters kent: wat is leven, wat is de dood, wie is God?
 
Het is dat ik niet tuk ben op lange besprekingen, anders zou ik hier ongebreideld citeren. Maar met slechts enkele citaten doe ik de bundel naar mijn idee te kort. De lezer moet juist meegenomen worden in de roes van de gehele tekst. Ik wens niets te verklappen.
Lees zelf: ‘Sla de fusten maar weer open en ontkurk de wijnen.’
 
In dit stukje heb ik wat grote namen laten vallen.
In die reeks past Pieter Boskma prima.

Recensie van Twee vogels één kogel - Willem Thies

Tien vogels in de lucht, geen veer in de hand

Willem Thies
Twee vogels één kogel
Uitgever: Podium ,Podium ,Podium ,Podium
2012
ISBN 9789057595165
€ 14,50
56 blz.

 
Op buitengewoon goede en slechte gedichten reageer ik altijd op dezelfde fysieke wijze: klamme handen.
 

    Je hebt goede bloedlijnen, zegt de Koerd.
    Hij is groot en sterk hij heeft gevochten
    om de aarde.
 
    Hij bedoelt aders.
 
    Ik zou naar de sportschool
    moeten gaan, spieren kweken.
 
    Hij haalt een sigaret van achter zijn oor,
    klopt er kort mee op tafel, steekt
    hem op, inhaleert, spreekt.
 
    Als Saddam dood is, zijn Iraki’s  en Koerden vrij.
    Twee vogels, één kogel.
 
    Hij bedoelt twee vliegen, een klap
    maar Koerden denken groter.

 
Hier geciteerd het gedicht ‘Utopia’ waaraan deze bundel de titel dankt.
Blijkens de aantekeningen achterin heeft deze tekst voor Willem Thies particuliere connotaties. De Koerd was namelijk een flatgenoot.

Koerden en Saddam – het kan niet anders of dit moet een politiek gedicht verbeelden. De roep daarom is bij sommige poëzieliefhebbers groot. Met recht? Ik weet het niet. Het gevaar is dat het al snel boodschapperig wordt. (En dichters zijn geen boodschappers.)

Willem Thies heeft goddank geen expliciete boodschap. Maar is dit een goed gedicht? Nee.
 
Wonderlijk dat een gelauwerde dichter beginnersfouten maakt. Uitleggen zou verboden moeten zijn: “Hij bedoelt…”
Beste heer Thies, zo dom zijn we niet…

En dan de slotzin: alsof lezers een clou nodig hebben.
De pijn, de dilemma’s van een Koerd in Irak, ze worden niet wakker gemaakt bij mij. En dit geldt voor heel de bundel, die je in slaap sust en met klamme handen achterlaat.
 
***
Willem Thies (1973) debuteerde in 2006 met de dichtbundel Toendra die bekroond werd met de C. Buddingh’-prijs. Zijn tweede bundel, Na de vlakte (2008), werd genomineerd voor de J.C. Bloemprijs.