De gedichten van de finale (3)

door Wim Vandeleene (1972), Marjon Zomer (1972), Martin Wijtgaard (1971)

In de finale van de Meander Dichtersprijs 2017 doen de twaalf kanshebbers elk met drie gedichten mee. In het tweede gedicht moet de woordcombinatie ‘een klein heelal’ voorkomen. Het derde gedicht is de inzending waarmee ze de voorronde wonnen.

Wim Vandeleene

ECHO

heb er iemand bij.
een vrouw vermoed ik want ze zegt
wat ik zeg zo identiek aan mij
maar dan een octaaf hoger,

alsof ze niets kan verzinnen.
alleen volgen. ze valt na een kwarttel in.
zo beleefd is ze wel. ik mag beginnen.
de sopraan spiegelt mijn stem.

wil haar masker af maar ze blijft lucht.
buiten tast ik in struiken. binnen pel ik het behang los
alsof ze in muren drong. soms laat ik een pauze

in het midden van mijn zin, in de hoop dat.
haar stilte ken ik ondertussen. ze komt uit mij.
beter dat ik zwijg of aan haar wen.

GASTVRIJ

mijn deurbel is naamloos.
de bekende gasten laat ik liever vrij.
de ruime reis gun ik hen. deze herberg is toe.
hier is een klein heelal waarin ik elders ben.

de ongenode gasten volharden.
een ijlbode dringt de tol aan me op.
getuigen van de eindtijd bevelen me de bijbel aan.
een padvinder verkoopt zijn glimlach voor een zomerkamp.

eens per jaar leg ik bloemen aan de drempel.
de herberg wordt een haven. breng je netwerk mee!
neem mijn ruimte maar struikel niet over de rommel.

deel het banket tot je verzadigd achterover leunt.
champagne in de ijsemmer. een kamerorkest.
geniet maar terwijl ik even buiten speel.

het midden van de tafel

na de bloemen zijn we de blos voorbij
je vraagt een vinger en ik leg een open hand
aan jouw kant van de tafel. je leunt achterover

je haalt een hamer en slaat er naast
de tafel barst. ik hoest splinters op
misschien lukt het met een nagel?

ik maak een vuist klaar
een hart in een knokig pantser
in het tuinhuis wenkt de kettingzaag

en als we nu eens de hoeken van de tafel vijlen
het midden zoeken. een raad van bestuur oprichten
voor we in het rood gaan en de curator komt

waar is dat midden dan?
ergens tussen de polen, het kompas liegt
het is geen stip op de kaart

maar als ik mag geloven wat ik vermoed
ligt het tussen ons, ver van het zelfbedrog
op deze barst, waar ik mijn hand weer open

Marjon Zomer

tot het ons loslaat las ik ergens en dacht: nee

ik tekende skeletjes
één in bed met deken
en eentje naakt
toen ik je voor vlak voor ik wegging sprak

in de harmonicabus ijzeren traanplaat
wij konden op die draaischijf surfen weet je nog
voeten plat knieën gebogen hangen in de bocht
we waren Beach Boys op het droge

bij de kassa staarde ik naar de gaten
in de plexiglazen wand
vijlde iemand die binnenranden
of gebeurde dat machinaal
ik kreeg geen refund voor jouw ticket
ik vroeg niet komen er weleens vaker
rolstoelers naar danstheater
- dezelfde spierspanning op ruggen -
- ik denk teveel misstapjes -
en hoe blijft dans bewaard

je ogen en de horizon
stonden niet meer op één hoogte
ik zag het ‘s nachts in je laatste filmpje
van de selfies van een jaar

gevoelige plaat betekent nu iets anders
je tijdlijn blijft raar leeg
die voorstelling heette grip
we lachten daar nog om

doorgekrast op de pagina van die dag
staat bij 20:00 theater met jou
eronder die geraamtes naast elkaar
je nummer liet ik gewoon in mijn telefoon

maar mag je een dode ontvrienden

herinneringen die ik niet bezit  

ik probeer in opgeslagen mappen
te zoeken naar essentie
en moet lachen
(leg nooit uit wat je doet )
ik typ moeder in de lege ruimte
van het zoekvak in de taakbalk
 
het heeft 136 hits (of meer)
geen afbeeldingen
ik druk op printen
afdrukbereik alles en grijstinten

de draadloze verbinding hapert   
het was bij ons thuis verboden
elektriciteitssnoeren op te rollen
het zou de draden van binnen
doen beschadigen
je denkt soms aan de gekste dingen

(een klein heelal van herinneringen dringt zich op
titels van gedichten zijn zo overgewaardeerd)

printer pop-up commandeert papierla vullen
klep sluiten en druk op power
ik schik de kopieën gelijk de scène
van een misdrijf op de vloer
plak de omtrek af met tape
ik pas

wij hadden geen touwtje
alleen de losse draadjes
van mijn moeder

jij stuurde een bericht
over het nu en hoe en wat
ik reageerde zoals dat gaat
het ging over alles behalve draaiorgels

kartonnen boeken met rechthoekige gaten
toetsen die daar in vallen, die kleppen aansturen
lucht die daardoor heen waait, beweging die ontstaat
onderdruk systeem, asymmetrische balgen
nog meer beweging, gewenste luchtdruk
samengeperste lucht, een windkamer
een klep die voorkomt dat de balg zich te ver opblaast

ik sloot af met een PS
psjes zijn net als de tussen haakjes
altijd de essentie
maar dat terzijde

(hoe gaan mechanieken stuk)

Martin Wijtgaard

De reisgenoot

Soldaten zijn soldaten, zelfs al zingen ze
in een nieuwe taal hetzelfde liedje.
Ze kennen onze kant van het verhaal,
en zullen ongevraagd, zonder bezwaar,
hun drank en sigaretten met ons delen.
 
Ze hebben net als wij leren marcheren,
gehoorzamen onzinnige bevelen
en moeten zich naar om het even waar
laten versjouwen door verdwaalde ezels
die als het erop aankomt deserteren.
 
Kom op, ik breng je thuis, hun frontlijn
heeft ons ingehaald en als ze straks vertrekken
kan de kermis weer opnieuw beginnen:
de laaielichters, zwendelaars en pooiers
hebben hun ouwe stek al ingenomen
en drinken op een mooie nederlaag.
 
Vanavond zullen we de generaals
als hammen aan de straatlantarens hangen,
morgen versjacheren we onze bruiden
voor zakken haver op de zwarte markt,
 
maar eerst breng ik je thuis. Je bent de laatste
aan wie ik nog een schuld heb in te lossen.
De oorlog is voorbij, de hufters zijn terug
en alles is weer bij het oude.
Het is niet eens de moeite om te drossen.

De erven

We sturen ze goed uitgerust op pad.
Met een dunne hals voor onze stroppen,
zitvlees voor op de reservebank
en een gezicht om deuren in te slaan
gaan ze van huis en sluiten achteraan,
worden opgetuigd en afgericht,
rechts ingehaald en op de tocht gezet.

Hongerig en vals gehouden met
luchtspiegelingen uit een klein heelal
waar alles weerloos is en niks van waarde
kopen ze dure jassen op de groei,
doorlopend in hun veel te diepe zakken
op zoek naar wat we hebben nagelaten.

Als straks de laatste stammen zijn gerooid
kunnen ze eindelijk het erf aanpakken
dat kaalgeslagen voor hun voeten ligt.

We delen een paar schoppen uit en kijk -
ze graven ijverig hun eigen gaten
en gooien zingend onze kuilen dicht.

Mayerling

Om een keizerrijk te laten vallen
volstaan drie kogels en een rattenstaart,
de morbide weeffout in je bloed
en een domein om op groot wild te knallen.

Kies een ambitieuze reisgenoot,
een begeleidster voor de jachtpartij
te dweepziek om je naar de weg te vragen.

Aan alles is gedacht: voor wie per se
een treurspel schrijven wil waarin de held
haar een decor van bordkarton belooft,
pralines voert en schmiert totdat ‘ie haar
zijn loden bruidsschat door de kop mag jagen,
ligt er een stapel lege vellen klaar.

Het briefpapier is smal, de kranten nemen
voor wat je hebt vergeten te vermelden
de volle breedte van de boulevard.

Gedichten

door Anouk Smies (1975), Jeanet van Omme (1960), Wim Vandeleene (1972)
Een selectie uit de gedichten die werden ingezonden voor de Meander Dichtersprijs 2017.

Anouk Smies (1975)

HET TALENT TOT BEDENKEN

Ze lacht harder nu
Minder gericht

Het gegiechel komt aan
in de akker
waar ook een asbak landt

Alleen mensen
met het talent tot bedenken
gaan ernaar op zoek

Treffen
iets bedenkelijks
Verbergen schuchter
wat strontlucht beaamt

Ooit hoorde
ik in een bos een roek
die oversloeg als een
weggeworpen plaat

zoals je je,
ineens
bij het zien van
opgeleefde huid
voor je kleine beestachtigheid schaamt

Anouk Smies maakt met haar tweede bundel, Wie heeft een middelpunt nodig, kans op de J.C. Bloemprijs 2017

Jeanet van Omme (1960)

inburgering

in een stormvloed spoel je aan
ze drogen je af en geven je melk
de hond kwispelt met zijn staart

ze bakeren je stevig in
en leren je hoe ze hier leven
zo lopen ze altijd op hun tenen

eten op zondag appeltaart
maandag droge spaghetti
woensdag patat en jenever

steeds weer zeveren ze
over het weer maar komen
niet verder dan mooi lekker of fijn

ze hebben slechte ogen en nette benen
een ronde hals mag een v-hals flatteert
drie keer per dag de hond aan de lijn

uit welke hoek de wind waait
wat kou doet met een warmtefront
van wisselvalligheden weten ze niets

ze spreken met twee woorden
ze hebben houding ze hebben smaak
ze roddelen vaak – dus ook over jou

dat de wind weer gaat liggen
is zeker – wacht maar af
zegt de staart van de hond

Jeanet van Omme deed aan drie rondes van de Meander Dichtersprijs mee en telkens behoorde haar inzending tot de geselecteerde gedichten.

Wim Vandeleene (1972)

kubus

schaars ben je: een vierkante bol.
ik vind je niet. ik moet je maken
tot je uitmunt in regelmaat.

zo kan ik je verzamelen,
stapelen tot een getrapte piramide,
de poort naar het hiernamaals.

liever snijd ik je uit hout,
vijl je hoeken, prik ogen uit je vlakken.
nu kan ik je rollen. je wordt de dobbelsteen.
voor alle blinde ogen een gelijke kans.
je bent de vorm van het lot.

als je op één van je zes buiken valt
lees ik je rug, kan ik x velden verder.

dans ik over het ganzenbord.
mijd ik de kerker en de waterput.

Wim Vandeleene is een van de winnaars van de eerste ronde van de Meander Dichtersprijs 2017. Met dit gedicht deed hij daarom buiten mededinging mee.

Winnende gedichten

door Martin Wijtgaard (1971), Wim Vandeleene (1972)

Met deze gedichten wonnen Martin Wijtgaard en Wim Vandeleene de eerste ronde van de Meander Dichtersprijs 2017.

Martin Wijtgaard (1971)

Mayerling

Om een keizerrijk te laten vallen
volstaan drie kogels en een rattenstaart,
de morbide weeffout in je bloed
en een domein om op groot wild te knallen.

Kies een ambitieuze reisgenoot,
een begeleidster voor de jachtpartij
te dweepziek om je naar de weg te vragen.

Aan alles is gedacht: voor wie per se
een treurspel schrijven wil waarin de held
haar een decor van bordkarton belooft,
pralines voert en schmiert totdat ‘ie haar
zijn loden bruidsschat door de kop mag jagen,
ligt er een stapel lege vellen klaar.

Het briefpapier is smal, de kranten nemen
voor wat je hebt vergeten te vermelden
de volle breedte van de boulevard.

Wim Vanderleene (1972)

het midden van de tafel

na de bloemen zijn we de blos voorbij
je vraagt een vinger en ik leg een open hand
aan jouw kant van de tafel. je leunt achterover

je haalt een hamer en slaat er naast
de tafel barst. ik hoest splinters op
misschien lukt het met een nagel?

ik maak een vuist klaar
een hart in een knokig pantser
in het tuinhuis wenkt de kettingzaag

en als we nu eens de hoeken van de tafel vijlen
het midden zoeken. een raad van bestuur oprichten
voor we in het rood gaan en de curator komt

waar is dat midden dan? ergens tussen de polen
het kompas liegt. het is geen stip op de kaart

maar als ik mag geloven wat ik vermoed
ligt het tussen ons, ver van het zelfbedrog
op deze barst, waar ik mijn hand weer open

Gedichten

Wim Vandeleene (1972)

Poëzie is voor mij het brood en de wijn, het huis en de bron.

DUIKEN MET DIEREN

 met de doejong
 zink ik naar zeegras
 stap traag over de bodem
 de zwaartekracht van een maan
 een astronaut onder water

 met de aalscholver laat ik de veren drogen
 voor de duik, met stotende vliespoten
 schok ik vooruit tot ik de honger stil

 met de krokodil duik ik
 voor hij een gnoe kiest aan de oever
 de kudde moet hier over. brengt een offer
 ik volg de overlevers naar groener gras

 met het vogelbekdier duik ik
 naar het slib van mijn geheugen
 zijn snavel schiet heen en weer
 neemt de stroom in de stroom waar
 ik ben geladen. het verraadt me

 met de ijsvogel wacht ik op een kans
 op de tak bid ik met hem voor de duik
 de verticale pijl. een knipvlies schuift over nu
 als de snavel de spiegel breekt

 als ik duik naar de trog
 waar je schuilt, verroer ik geen vin
 je mag me zoeken met een sonar
 ik los op in bellen, waan me weg

VERNIS

 je kan het over gestolde verf leggen
 zo weer je het zuur van de regen
 de trage spons van het licht
 de draden van de schimmel

 ooit won men het uit hars
 uit de lak van luizen, gefilterd
 met lijnzaadolie aangelengd, gekookt
 tot het vloeide als stroop

 het kleeft aan een verkrampte glimlach
 het legt een mooie glans over de viool

 over het kruis dat aan een draad hangt
 boven het altaar van het gezin

Anneke van Schaik (1950)

Poëzie is ploeteren. Het is fijn als een tekst of gedicht toegankelijk is, prettig oogt.
Alsof het geen moeite heeft gekost.

 GEVR./AANGEB.

 Gevr.: wie heeft er bittere gedichten
 over kwetsuren, over verdriet
 zijn er van die bittere gedichten
 of schrijft men die liever niet

 Zijn er ook sombere* gedichten
 over pijn en zwarte dagen
 zijn er ook sombere gedichten
 of mag je dat niet vragen

 Wie heeft een depressief gedicht
 doordrenkt van smart en trammelant
 met zwartgallige toekomstbeelden
 of is er niet zo’n variant

 Aangeb.: limericks en puntgedichten
 met een kwinkslag of een leus
 diverse vrolijke ballades
 of een haiku naar uw keus

 Ook rondelen en kwatrijnen
 rond van rijm en mooi op toon
 verder velerlei sonnetten
 of is dat dichtwerk te gewoon

 Dan heb ik ter beschikking
 voor wie dat wil een liefdeslied
 of wie wil nog een poezieversje
 dat eindigt met vergeet mij niet

 * Reeds 2 ontvangen, waarvoor dank

Peter de Volder (1958)

Ik wil in een heldere taal schrijven, in heldere beelden. Of het kunstzinnig is of niet maakt me niets uit. Dat is allemaal zo achterhaald.

Gedicht over een baars.

 Bizar zo’n enorme baars die toch nog kans ziet
 om tussen groene boontjes en een handje vol witte rijst
 de staart flap flap flap zo keihard op en neer te slaan,

 dat in China al gruis van een kleine berg brokkelt,
 waarop de eerste huisjes, geknipt uit dun Chinees papier,
 zich snel verschuilen achter hun fragiele dorpel:

 armen voor het gezicht en hopen op betere tijden,
 is het laatste dat rest als de scherven in het restaurant
 de vloer vernietigen en de baars pijlsnel het aquarium verkiest.