Recensie van ik hier jij daar - Ghayath Almadhoun & Anne Vegter

Van twee werelden naar één

Ghayath Almadhoun & Anne Vegter
ik hier jij daar
Uitgever: Uitgeverij Jurgen Maas
2017
ISBN 9789491921346
€ 17,95
71 blz.

De dichtbundel ik hier jij daar van Ghayath Almadhoun en Anne Vegter is niet alleen een ontmoeting van de poëzie van twee dichters, maar vooral een confrontatie van twee actuele werelden. De eerste helft van de bundel bevat gedichten van Ghayath Almadhoun, die in 1979 geboren is in een Palestijns vluchtelingenkamp in Damascus en sinds 2008 in Stockholm woont. De tweede helft poëzie van dichter Anne Vegter, die van 2013 – 2017 Dichter des Vaderlands was, en ook kinderboeken en theaterteksten schrijft. Ze woont en werkt in Rotterdam.

Na het lezen van het eerste prozagedicht ‘Wij’ van Almadhoun, snak je naar adem en vraag je je af hoe deze bundel zich verder zal ontwikkelen. De dichter, die zelf vluchteling is, biedt namens zijn lotgenoten zijn verontschuldigingen aan voor de ellende die zij de westerse wereld hebben aangedaan. Vooral voor de gruwelijke beelden van geweld, dood en verderf die zonder opsmuk op televisie, internet en in de kranten, getoond zijn. Hij laat me genadeloos de wereld vanuit een onverwacht perspectief zien. Inhoudelijk gezien lijkt dit gedicht het cynisme voorbij. De opening van het gedicht luidt als volgt:

‘Wij die zijn rondgestrooid als granaatscherven, van wie het vlees door de lucht vliegt als regendruppels, aan iedereen in deze beschaafde wereld bieden wij onze oprechte verontschuldigingen aan, mannen, vrouwen en kinderen, omdat wij onopzettelijk in hun veilige huizen zijn verschenen, zonder toestemming te vragen.’

Almadhoun wisselt zijn prozagedichten, die zeer beeldrijk zijn, af met vrije dynamische verzen. In het tweede gedicht, ‘Schizofrenie’, presenteert hij de steden Ieper, Damascus en Stockholm. De prozavorm geeft de inhoud van de teksten een journalistiek karakter, het geeft de gedichten een dwingende actualiteit. Ook hebben ze iets van een openbare brief. Het is voor de lezer onmogelijk vrijblijvend aan vroeger te denken of al rustig lezend terug te blikken op het verleden. Wanneer de dichter als Palestijnse vluchteling door Ieper dwaalt zet hij de kleine onbeduidende oorlog van Palestina tegen Israël tegenover de westerse oorlogsmachine die is uitgemond in twee wereldoorlogen. Wrang stelt hij vast dat Ieper nu verworden is tot een toeristische attractie. In de vorm van scherp geformuleerde voetnoten onderbouwt hij zijn beschouwende prozagedichten. Ook laat hij zich in zijn gedicht ‘Zwarte Melk’ inspireren door het bekende gedicht ‘Die Todesfuge’ (1948) van de Roemeens-Joodse dichter Paul Celan, dat op surrealistische wijze de niet te bevatten werkelijkheid van het leven in de concentratiekampen weergeeft. Dit gedicht lezen naast de gedichten van Almadhoun is een bijzondere leeservaring.

Toch ziet de dichter een hoopvolle toekomst, al is deze nog ver weg: ‘Ik geloof dat we nog enige hoop op enige hoop hebben’. De geschiedenis ontwikkelt zich niet lineair, maar herhaalt zich; daarom is er altijd een toekomst waarop je kunt blijven hopen, een moment om opnieuw te beginnen. Ghayath Almadhoun sluit deze indrukwekkende reeks poëtische teksten af met ‘Damascus trok zich terug’, waarin hij bekent dat hij dit gedicht heeft geschreven voor een vrouw die hij liefhad: ‘Daarna zijn we uit elkaar gegaan. Zij heeft nu een andere man en ik heb dit gedicht’. Inderdaad, een kostbaar kleinood.

Anne Vegter spiegelt in haar gedichten ‘intussen’ en ‘ondertussen in Nederland’ niet alleen gelijktijdige gebeurtenissen in Nederland aan de ervaringen van Almadhoun, maar ze presenteert een welhaast groteske werkelijkheid waarin duidelijk wordt hoe het leven in Nederland kan ontsporen. Het eerste gedicht,‘ondertussen in Nederland (I)’, kenmerkt zich door een reeks lange associatieve opsommingen, die het rustige, dagelijkse leven in een kinderrijke woonwijk beschrijft. Dat doet ze op een zakelijke, herkenbare, maar in feite weinig poëtische wijze, waardoor je tijdens de lezen de sleur van het dagelijkse leven in een stadswijk voelt. Dit gedicht vormt een groot contrast met de poëzie van Almadhoun in het eerste deel, zowel in vorm en inhoud als in sfeer. In ‘ondertussen in Nederland (III)’ gaat het over ontploffingen, een grote brand, het blokkeren van wegen. Er is ‘in het hart van de stad een gat met een doorsnee van duizend meter geslagen’. Mensen gaan op de vlucht, vertrappen elkaar, de infrastructuur van het land is totaal verwoest. Ook Vegter hanteert een omgekeerd perspectief. De tekst eindigt aldus:

waar is de overkant
er is geen overkant
we drijven verder
we spoelen over de hele wereld
niemand zit op vluchtelingen te wachten
gelukszoekers
zo worden we genoemd

Het is duidelijk dat de gedichten van Anne Vegter thematisch gezien blauwdrukken zijn van de gedichten van Ghayath Almadhoun. Dit in de positieve zin van het woord, want de gedichten van Anne Vegter zijn persoonlijk en authentiek. Ze hebben zo’n prangende uitwerking op je dat je ze moeilijk kunt wegleggen. Mocht je als lezer denken: dit is een verbeelde wereld, in haar afsluitende monoloog ‘halverwege de middag’ laat Vegter zien dat het bombardement van Rotterdam een bewijs is dat het uitbreken van een oorlog opnieuw kan plaatsvinden, het gedicht toont dat het al eens gebeurd is. Deze tekst is geschreven vanuit het perspectief van een Duitse homoseksuele man, die in maart 1940 van Beieren naar Rotterdam reist om daar zijn familie te ontmoeten. Onderweg wordt hij door landgenoten misbruikt. In Rotterdam aangekomen, wordt hij gevangen gezet in De Doelen. Op 14 mei volgt dan het bombardement.

De titel van de bundel ik hier jij daar is misleidend. De dichtbundel presenteert de lezer geen twee gescheiden werelden, maar zij verbindt deze zodat een nieuwe werkelijkheid ontstaat. Een nieuwe poëtische werkelijkheid, die herkenbare elementen bevat en dicht bij de mensen staat. Er blijven na lezing genoeg vragen. Is deze intrigerende duobundel een wanhopige terugblik op bepaalde episodes uit de geschiedenis en is het aan de lezer om de koppelingen tussen deze momenten te maken? Of is ik hier jij daar een aanklacht tegen de gruwelen van de oorlog of tegen de wijze waarop mensen met vluchtelingen omgaan? Zijn de gedichten van Ghayath Almadhoun en Anne Vegter een waarschuwing tegen het angstige wij-zij-denken dat tot niets leidt? Omdat ik vooralsnog geen sluitend antwoord op deze vragen heb gekregen, weet ik dat ik nog veelvuldig in deze bundel zal blijven lezen en dat er telkens nieuwe vragen zullen volgen.

***
Ghayath Almadhoun is een Palestijnse dichter die in 1979 in Damascus geboren is. Hij woont sinds 2008 in Stockholm. Hij heeft vier poëziebundels gepubliceerd. In Zweden Asylansökan (2010), die het Klas de Vulders stipendiumfonds voor immigrantenschrijvers kreeg, en samen met de Zweedse dichter Marie Silkeberg Tot Damaskus (2014). Met haar maakte hij ook enkele poëziefilms. In 2017 verschenen Adrenaline en samen met Anne Vegter ik hier jij daar.  

Anne Vegter (1958) is dichter en proza-, toneel- en kinderboekenschrijfster. In 1990 kreeg ze de Woutertje Pieterse Prijs voor het kinderboek De dame en de neushoorn (1989), waarvoor Anne Vegter de tekst schreef en Geerten Ten Bosch illustreerde. In 2004 ontving ze de Anna Blaman Prijs voor haar hele oeuvre en in 2005 was ze samen met Antoine Uitdehaag en Anna Enquist winnares van de Taalunie Toneelschrijfprijs voor het stuk Struisvogels op de Coolsingel. In 2006 verscheen het boek Sprookjes van de planeet aarde. In 2012 won zij de Awater Poëzieprijs 2011 voor haar bundel Eiland berg gletsjer. Van 2015-2017 was ze Dichter des Vaderlands.

Recensie van Wat helpt is een wonder - Anne Vegter

De nalatenschap van de vierde Dichter des Vaderlands

Anne Vegter
Wat helpt is een wonder
Uitgever: Querido
2017
ISBN 9789021404400
€ 17,99
136 blz.

De laatste dinsdag van de maand tonen vier boekhandelaren bij De Wereld Draait Door hun keuze uit recent verschenen Nederlandstalige boeken. Meestal gaat het om romans, soms om non-fictie of kinderboeken. Ik kan me niet herinneren dat er ooit een poëziebundel bij zat. Tot 31 januari jongstleden. Het panel prees Wat helpt is een wonder aan, de bundel die Anne Vegter liet verschijnen aan het einde van haar ambtsperiode van vier jaar als Dichter des Vaderlands.
Lenneke de Ruijter van Savannah Bay lichtte haar keuze als volgt toe: ‘Het mooie eraan is, mocht je nog niet veel poëzie lezen, dit is eentje waar je mee kunt beginnen want ze neemt je bij de hand. Voor ieder gedicht staat de aanleiding waarover ze het gedicht geschreven heeft.’ Dit sluit aan bij wat Vegter in de inleiding schrijft: ‘Ik probeerde vier jaar lang gedichten te schrijven met een heldere navigatie. Zodat dichter en lezer op hetzelfde moment op hun bestemming aankomen.’
De voorkant van de bundel toont een stukje goedbedoeld amateurtoneel: een vrouw met een megafoon, een meisje met een boekentrapje in haar hand en een viool op haar rug en een vrouw die met haar fiets gevallen lijkt, terwijl ze een harp vasthoudt. Een contrabas verdwijnt net uit beeld. Absurdisme. Chaos. Meerstemmigheid. De onmacht van het gesproken woord.
Wat heeft deze bundel ons te vertellen? Gaat het over de belangrijkste gebeurtenissen van de afgelopen vier jaar, ‘Het aanzien van 2013-2016’ maar dan in gedichten? Is het inderdaad poetry for the millions, zoals DWDD suggereert? Wat valt er te zeggen over het poëtisch gehalte en een eventuele ontwikkeling in het werk van Vegter? Dit is bij lange na niet de eerste recensie, haar bundel heeft de nodige aandacht getrokken. Ik zal me bij het beantwoorden van bovenstaande vragen concentreren op een tweetal gedichten. De bundel, en het werk van Vegter als Dichter des Vaderlands in brede zin, zijn te omvangrijk om hier volledig te kunnen bespreken.

RUTGER KOPLAND

Het kon gebeuren dat geschreven dingen ontevreden werden toen je ging,
ons nurks de rug toekeerden en onvindbaar bleven, zelfs de grote dingen
waggelden toen je ging dachten we weg, het kon gebeuren dat we over
de ziel zeiden dat die misschien wel, onverstoorbaar, niemand kon toch

zonder, ander onderwerp, maar jij bleef weg van het gedoe zonder jou:

waan van de dag. We heetten je kameraad van alle dingen, dat we dat
durfden (toen je van steen het hart, van tafel het tafelachtige omarmde
of toen zei je mooi, maar dat is het woord niet en hoe je het verdwijnen/
verschijnen van de dingen in het landschap van de poëzie ontwarde).

In dit gedicht brengt zij een hommage aan de dichter die destijds volgens velen de eerste Dichter des Vaderlands had moeten worden. Zijn trouwe lezers herkennen natuurlijk direct de titel Mooi, maar dat is het woord niet, een boek waarin Kopland in gesprek ging met vijf eigentijdse dichters. Vegter weet zijn liefde voor het detail, zijn aandachtige beschouwing van de dingen in geheel eigen woorden te vangen. Zij schreef het gedicht ter gelegenheid van de onthulling van een borstbeeld van Rutger Kopland in Haren, 20 september 2013. Voor de fijnproevers is interessant om deze versie uit de bundel te leggen naast de in 2013 gepresenteerde versie. Regellengtes en strofe-indeling zijn ingrijpend veranderd, evenals bepaalde woordkeuzes (zo was het laatste woord in de eerste versie ‘verwarmde’). Poëzie als work-in-progress. Op de website van de Koninklijke Bibliotheek staan beide versies onder elkaar.

Wat ook opvalt aan bovenstaand gedicht: echt eenvoudig is het niet. Wat helpt is een wonder is niet echt een bundel om mee te beginnen als je weinig poëzie leest, zoals Lenneke de Ruijter aanbeveelt. Vegter schrijft geen licht verteerbare poëzie, ze volgt sterk haar eigen gedachtespoor en associaties, legt dingen niet uit, zegt vaak niet meer dan strikt nodig is. Bij sommige gedichten is de verwijzing op de linkerpagina essentieel om überhaupt te kunnen duiden wat er staat. Ondanks haar functie schrijft ze compromisloos, wat natuurlijk de echte kunstenaar kenmerkt. Compromisloos, niet alleen qua vorm maar ook qua inhoud. Vegter schrijft geen makkelijk aanvaardbare poëzie.
Nu had Komrij wat dat betreft de weg al voor haar gebaand. Zijn gedichten over het koningshuis bijvoorbeeld waren eerder aanklachten dan lofzangen. Ook Vegter schrijft geen odes aan het Oranjehuis. Ter gelegenheid van de kroning van Willem-Alexander, april 2013, schreef zij het dubbelgedicht ‘Iemand moest zich koning heten / Zelf Máxima zijn’. In het eerste gedicht lezen we: ‘Ik droomde dit: mijn leven was te ruil, mijn staf keek uit / naar eentje met illusies. (…) Misschien had Arnon Grunberg zin. Iemand moest het doen.’ Hilarisch, Grunberg als koning. Het gedicht voor Máxima vervolgt: ‘als jij // je joker speelt, in kringen verkeert, de paarden berijdt, de bloemen versnijdt, // illusie illusie verwijt.’ Het staat er niet. Maar het gebruik van het woord ‘illusie’ in het eerste gedicht, en de verdubbelde herhaling ervan in het tweede geven duidelijk stem aan een niet al te vriendelijke opvatting over het koningschap.

Lezend in de bundel krijg ik het idee dat de gedichten na het eerste jaar steeds toegankelijker worden. En dan stort op 17 juli 2014 een vliegtuig van Malaysia Airways neer boven Oost-Oekraïne. Twee dagen later publiceert Anne Vegter dit gedicht:

MH 17

Twintig keer naar het journaal gekeken en het is nog steeds
waar: zomaar in het web gevlogen van de oorlog van anderen.

Bestaat er in het Russisch ook een woord voor schuld,
woord voor genade, noem het woord dat macht niet duldt:

voor zulke pijn heb je niet eens een woord.

Twintig keer naar het journaal gekeken en het is nog steeds
moord. Je zoekt de weefsels van dit abrupt verhaal. Je vindt

het woord, who cares of het bestaat of niet. Wereldverdriet.

Het is een monumentaal gedicht, passend bij een ramp die het hele land verlamt. De eerste regel hakt erin. De tweede regel zal aan het eind van haar dichterschap nog steeds overeind staan, als een nieuwe oneliner in de canon. Maar het gaat de dichter niet om effectbejag. Terwijl nu, wanneer ik dit schrijf, nog steeds gesteggeld wordt over het precieze verloop is de dichter al een stap verder, met haar vraag of er een woord voor ‘schuld’ bestaat in het Russisch. Let wel, er staat niet ‘Oekraïens’. Om het gedicht te eindigen met een woord dat het drama zo goed samenvat dat je bijna zou vergeten dat het nog niet bestond. In het licht van wat er gebeurd is, past het misschien niet om zo diep op de poëzie in te gaan. Maar toch. Hoe waardevol is het niet om op zo’n moment een Dichter des Vaderlands te hebben. En wel deze dichter.

***
De opdracht aan de Dichter des Vaderlands is niet alleen om een aantal mooie gedichten voor het algemeen belang te schrijven. Aan deze gedichten heeft het niet ontbroken, al schreef Vegter in 2016 maar vijf Vaderlands-gedichten, tegen gemiddeld het dubbele in de jaren ervoor. Ook het bevorderen van het lezen en schrijven van poëzie behoort tot de taak van de Dichter des Vaderlands. Eén van de activiteiten die Vegter op dit punt ontplooide is het project ‘Hallo Gedicht!’ Zij maakte in 2016 een tournee langs theaters in alle provincies, waarbij ze samen met een gastdichter drie gedichten ‘ontraadselde’, teneinde een breed publiek vertrouwd te maken met poëzie. De meeste van deze gedichten zijn terug te vinden in de lijvige bloemlezing Je bent mijn liefste woord – Gedichten voor bijzondere momenten, die zij twee jaar eerder samenstelde. Ook is de stoomcursus op papier vastgelegd in het najaar 2016 verschenen boek Hallo gedicht!
Op internet kunnen we nog gratis nagenieten:
– Alle gedichten die Anne Vegter als Dichter des Vaderlands schreef zijn op de site van de Koninklijke  Bibliotheek terug te lezen.
– De tips voor het lezen van de gedichten uit ‘Hallo gedicht!’ zijn te vinden op www.hallogedicht.nl

De keuze van Frouke Arns

Anne Vegter

EERSTE HANDJES

Iedereen zag dat ik iedereen kon zijn.

Mijn druppel Pruisisch werd mooi bevonden,

mooi was wie die kende of mijn trekken had.

Of er een afloop was. Het was wereldvakantie,

er waren talen en probeersels. Germanismen.

Ik legde mijn eerste mijn allereerste handjes

op het borsthaar van een knecht.

<soms ontloopt het kind zijn reis, kleeft aan

boeren/ verwanten> Het was slecht goed weer

maar wat kon mij weer schelen, mijn klieren

deden niks. Soms rijden knechten over kinderen,

soms rent een boer een pad af. Soms is eerste borst

alibi.