Gedichten

door Milou Voskuilen (1989)

De schots

Ze leven in glazen huizen
en dragen hun lasten op hun schouders
(het gewicht eerlijk verdeeld).

Ze glimlachen voorzichtig in het donker
en luisteren naar het knisperen
van het vloeipapier.

Het gloeiende rood/oranje puntje
in de kamer dooft het gebrek
aan wederzijds interesse.

Ze verwarren liefde met troost
en vergezellen elkaar zonder
een leegte op te vullen.

"Wat weten zij nu, het zijn nog
maar kinderen."
– Eenzaam: Nee | Troosteloos: Ja.
Ze plakken stickers op hun voordeur
en sluiten de wereld buiten.

Conserveren

Als een blind en eenzaam monster kroop de dood naar binnen,
door de poriën van zijn huid.
Ik streelde zijn hand alsof ik de dood wilde aaien.

Ik bedacht me hoe ze de draadjes uit zijn lichaam zouden verwijderen.
Hoe ze hem los zouden koppelen van de monitors.
Hoe zijn lichaam, ooit zo sterk en warm, zou
verdwijnen van de zaal.

Het was het lichaam waar ik me door had laten verzwelgen,
alsof ik door wilde dringen nog voorbij de huid.
Ik had me in zijn lichaam willen nestelen,
warm en verzadigd, als een dier in zijn winterslaap.

Ik bedacht me dat ik als ik hem in de toekomst wilde strelen
ik vingerafdrukken op de foto’s achter zou laten.
Een oude video moest kijken om zijn stem te horen,
en alles zou die gloed van het verleden krijgen.

Tot uiteindelijk ook hijzelf een gouden randje krijgt,
een kloof tussen ons creëert en hem onsterfelijk maakt.
Alsof hij plots geen mens meer was,
maar de man die altijd jong zou blijven. 

Tussen het vel

Ik beminde een vrouw die straks in mijn herinneringen een meisje zou worden. Gevoed door de zon, de hormonen en de alcohol waren we sterk, vitaal en vruchtbaar.

Zij was verliefd op het leven, op de mogelijkheden die ze uitstalde in een glazen vitrinekast waar ze begerig naar staarde. En ik was verliefd op haar. Zo verliefd dat het pijn deed. Ik was lam geslagen door verlangen en wandelde achter haar aan als een idioot.

Ze vond het lekker als ik haar met brute kracht tegen het bed drukte. Ze kronkelde als een serpent in mijn armen en liet haar tandafdrukken achter in mijn schouderblad.
"Fluister lieve woordjes." zei ze.
Haar pupillen verwijd en haar lippen vol en donker. Seks maakt elke meisje mooi.

"Je bent mijn meisje. Mijn mooie wilde meisje. Mijn bloem. Mijn vrucht. Mijn zon. Mijn maan. Mijn Venus. Mijn water. Mijn brood. Mijn wijn. Mijn bloed. Mijn engel. Mijn duivel. Mijn zonde. Mijn Messias. Mijn maagd. Mijn hoer. Mijn huis. Mijn baken."

Ze strikte de veters van haar laarzen en wond mij om haar vingers. Ze droeg jurken met ritsen op de rug en kon haar armen zo ver buigen dat ze ze zelf open kon doen.
Ik mocht kijken hoe ze haar tanden poetste, vol zorg en geduld. Ik liet haar mijn gezicht scheren, het scherpe mesje raspte over de huid van mijn keel. Ik legde mijn leven in haar handen en had gerust voor haar dood willen bloeden op de koele badkamervloer.

We deden het net als de dieren uit de wildernis. Op onze knieën op mijn tapijt.
Ik nam me voor haar te bewaren, net als de bloemen die ik droogde in mijn boeken. Ik wilde haar oppakken en haar naakte lichaam tussen de bladzijden leggen.
‘Meisje, 17 jaar.’ zou ik eronder schrijven.