Recensie van Vrouwenwerk - Nina Werkman

Een heuveltje van lauwwarm zand

Nina Werkman
Vrouwenwerk
Uitgever: De Contrabas
2013/2014
ISBN 9789079432998
€ 15,-
48 blz.

Wat aan nieuwe bundels verschijnt is al niet bij te houden, dus waarom dan toch nog aandacht besteed aan een bundel van meer dan een jaar geleden? Blijf maar eens doof voor de noodkreet van een dichteres wier bundel 2 november 2013 verscheen, maar moest ontdekken dat de uitgever (wiens naam we piëteitsvol verzwijgen) niet of nauwelijks recensie-exemplaren had verzonden en bovendien verzuimd had de bundel aan te melden bij het Centraal Boekhuis. Acht maanden later gebeurde dat alsnog, maar al die tijd was de bundel er dus in feite niet.
Nieuw verschenen dus, Vrouwenwerk van de ook in het Gronings schrijvende Nina Werkman (1947), die in 2009 in de Windroosserie van uitgeverij Holland debuteerde met Antidata, een bundel die genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs 2010.

Vrouwenwerk telt 36 gedichten, waarvan er twintig een plaats vonden in Tussenbalans, zo geheten omdat de ikfiguur zich in een aantal gedichten rekenschap geeft van de ontwikkeling die zij van kind tot zorgende volwassen vrouw heeft doorgemaakt en die in zekere zin een zoektocht is naar haar eigen weg, ‘totdat ik ben waar ik moet zijn’, zoals zij schrijft in ‘Overstap’.

TUSSENBALANS

Zoals het staat zijn dus de vaders
dood, de dochters geen kind meer
aan huis bij de moeder, zijn nu
de grote gaven ontkomen, moet
het kleine, wat blijft, in doeken
behoed voor aanslag en koudvuur.

Nog niet in de stemming ben ik erg
genoeg gevallen laat staan de smaak,
hoe meer dat, hoe minder het geeft
en geen van mijn mannen was ooit
Sinterklaas, maar als je nou zelf eens
je ogen doet, dan wordt alles zachter.

[…]

Mooi zijn de gedichten waarin de moederfiguur centraal staat en die waarin het verloren gegane geloof een rol speelt, zoals in dit geslaagde sonnet:

VERSCHEIDEN

Overbekend dit huis: de andertijds
maar onherstelbaar ingesleten klanken,
de tafel voor de vrome spijs en dranken
voorbij de stoelen, recht aaneengerijd.

en ik – de eredienst allang ontwijd –
muitend in heimwee naar de oude banken,
niet wetend of ik bidden moet of danken
voor wat zich indekt in gedegenheid.

Verweer dat bij de open kist verstomt,
aan die mij na staan en mij zijn ontheven,
het kroost incluis tezamen uitverkoren.

En ik van vraag naar vraag opnieuw verloren:
waarvoor het is dat wij ons leven leven,
hoe het gekomen is, wat ervan komt –

De tweede afdeling, In het krijt, bevat voor het merendeel gedichten met een (licht) erotische lading, meestal ingebed in breder perspectief, zoals in ‘Stand van zaken’:

STAND VAN ZAKEN

Zó lig ik wel weer op mijn ene zij
tegen een heuveltje van lauwwarm zand
en om mij heen gevouwen, aan de kant
van wereldwaan en oordeel, daar lig jij;

zó ga je mij nog aaien met je hand,
voorzichtig, om maar niet de grens voorbij
die er al wel weer is – zó passen wij
nog oude zaken in hun nieuwe stand.

[…]

Werkman heeft in haar beste gedichten een toon die mij bevalt. Zij schrijft met een kalme nuchterheid, houdt in het persoonlijke precies zoveel distantie dat het de lezer toestaat zich betrokken te voelen en heeft daarbij voldoende zelfvertrouwen om de vorm van haar gedichten – o.a. met enkele prozagedichten – naar haar hand te zetten.
De slotregels van haar bundel zijn toepasbaar op de waardering van het geheel: ‘Wij komen elkaar wel weer tegen en/ voor zolang, tot genoegen.’