Recensie van Opsnuiven - Emma Crebolder

Een snuffelstage

Emma Crebolder
Opsnuiven
Uitgever: Nieuw Amsterdam
2018
ISBN 9789046823453
€ 19,99
59 blz.

Piet Vroon, ooit hoogleraar in de psychologie, schreef over de invloed van geur op het menselijk handelen. Ons gedrag werd volgens hem op grond van wetenschappelijk onderzoek onbewust bepaald door geuren die we niet eens ruiken. Bij het lezen van de bundel Opsnuiven, moest ik denken aan de hooggeleerde, want alle verzen gaan over geur en roepen bij de lezer geursensaties op in allerlei gradaties. Gedichten met observaties, maar bovenal met geurervaringen in alle mogelijke perioden in het leven en plaatsen.

De uitgave ziet er bijzonder fraai uit met op de omslag twee merkwaardige voorwerpen die hoornen snuifflesjes blijken te zijn. Op alle oneven pagina’s staan de gedichten. De even pagina’s zijn steeds grijs met een kronkelende stippellijn. Naarmate de lezer vordert in de bundel wordt dat steeds meer lijnenspel. Midden in de bundel is de bladzij flink belijnd en naar het einde toen wordt dat steeds minder om te eindigen zoals het de bundel begon. Voor mijn gevoel staat die stippellijn symbool voor geur. In het dagelijks leven neem je een geur vaak eerst vaag waar en wordt die steeds sterker en later zwakt dat af of merk je het niet eens meer. Zoals je de geur van je eigen huis niet meer ruikt, behalve als je terugkomt van vakantie.

Op de rechterbladzijden staan vijfentwintig tienregelige gedichten. Crebolder lijkt een voorkeur voor het getal tien te hebben, want in een andere bundel trof ik hetzelfde aantal regels aan. Eindrijm ontbreekt consequent. Wel wordt veelvuldig gebruik gemaakt van alliteratie en assonantie, zij het niet overmatig:  ‘(…. ) Zijn uitwerpsel rook / naar ingedikt gras, was nog nat. / Een pad. Hij zocht het waterspoor / als eens de salamanders. /’; ‘Eerst door de vallei van rode / aarde waar de ezels maïsstoppels / vermalen. Daar (…)’. Datzelfde zie je in het volgende gedicht:

Van binnen en van buiten werd
de ark met aardpek bestreken.
Nog borrelden gassen toen
wij in biezen dreven. De reuk
was er van voortijd, van vloeiend
en brandbaar ontginnen.

Later stond op het erf
een kuip met pikzwart pek.
Het hout van de schuur moest
geteerd, op drijven voorbereid.

In dit vers twee strofes; de witregel markeert een overgang in tijd. In de eerste strofe verwijzingen naar Genesis, Noach die zijn ark bouwt en om waterdichtheid te garanderen de naden tussen de huidplanken insmeert met pek en Mozes die in de Nijl ronddobbert in een biezenmandje dat op dezelfde wijze het water buiten houdt.
Om hout te conserveren werd vroeger meestal teer, ook wel pek genoemd, gebruikt. De dichteres verbindt de verhalen uit de Bijbel met waarneming van de vertrouwde geur van de schuur uit haar jeugd. Het is wel humoristisch, want de schuur hoeft natuurlijk niet te drijven, maar moet wel bestand zijn tegen de tand des tijds. Jammer dat in de laatste regel ‘worden’ ontbreekt.

Ruiken is vooraf aan geluid
en witte schemer diep in
onze hersenstam gedreven.
Soms ontwaken de geuren
van meconium en biest die
de boreling omvingen. Odeur
ontwaren van darmpek en
moedervocht is woordeloze
taal ontginnen die
uitweg zoekt in poëzie.

Ditmaal geen verdeling, maar tien aaneengesloten regels. Een verwijzing naar de hersenstam waar het geurgeheugen zich bevindt. De geur van meconium, de eerste ontlasting van een baby, ook wel aardpek genoemd en biest, de eerste moedermelk. De herinneringen moet de dichteres onder woorden brengen. Hier zit de moeilijkheid, want geuren laten zich moeilijk in woorden vangen. Voor waarnemingen van andere zintuigen zijn volop woorden, maar bij geuren ontbreken ze. Een schone taak voor een dichter, want hij zal de grenzen van de taal moeten opzoeken en het onmogelijke onder woorden brengen.

Opsnuiven is een evenwichtig opgebouwde bundel met toegankelijke poëzie die oude tijden laat herleven. Eigenlijk komen alle romantische motieven voor: het verleden, verre vreemde oorden, de natuur, nostalgie. Ik betrapte me erop dat ik me meer bewust geworden ben van de geuren om me heen, een sensatie die ik toch een beetje verwaarloosde. Een compliment voor de dichteres als je door woorden iemand aan het ruiken kan krijgen.

***
Emma Crebolder (1942) publiceerde in literaire tijdschriften als De Gids, Maatstaf, Tirade en Het liegend Konijn. Van Hollands Maandblad is zij sinds 1994 vaste medewerker. Eerder verschenen onder andere de bundels: Zwerftaal (1995), Toegift (2006), Vergeten (2010), Vallen (2012) en Verzoenen (2014).

Recensie van Nachtwaken - Theo Mestrum

Geen dichter zegt waar het op staat

Theo Mestrum
Nachtwaken
Uitgever: U2pi
2018
ISBN 9789087597399
€ 15,00
130 blz.

Theo Mestrum begon tijdens zijn studie (psychologie) met het schrijven van gedichten. ‘Dichters willen de tijd bevriezen. Ze dromen over klokken die zó langzaam tikken dat ze nooit stilvallen. Toch zou er geen regel meer op papier komen als de mens onsterfelijk was, want eeuwig leven is dodelijk voor de inspiratie.’ Van mooischrijverij, hoe virtuoos ook, moet Mestrum niets hebben. ‘Taal is een schromelijk overschat instrument. Literatuur is niets anders dan het slaken van gecultiveerde kreten, die hopelijk ook nog een boodschap overbrengen.’ NACHTWAKEN is voornamelijk in de kleine uurtjes ontstaan. Menig ochtendgloren was de afsluiting van een avondje inspiratie. Uiteraard is Mestrum, net als andere schrijvers, door zijn collega’s beïnvloed en daar schaamt hij zich niet voor. Sterker nog, hij ervaart dat vaak als weldadig. Toch heeft hij de meeste van zijn ingevingen gekregen tijdens het luisteren naar muziek. Beethoven, Schubert, Brahms, Bruckner, Satie en Glass, zonder hen zou deze bundel er niet zijn gekomen.

Wie zich een dergelijke tekst op de achterzijde van zijn bundel laat welgevallen, wekt de indruk vooral zichzelf niet al te serieus te willen nemen en zijn werk nog minder. Een dichter die taal een schromelijk overschat instrument noemt, is als een dirigent die zich toelegt op het neuspeuteren, maar zich intussen ergert aan de kakofonie die door zijn orkest wordt voortgebracht. Wie vervolgens in dezelfde adem pretendeert dat zijn teksten hem zijn ingegeven door een keur van klassieke composities tijdens een reeks van nachtelijk doorhalen, portretteert zichzelf daarmee voor alles als gemakzuchtig.

Met de 130 pagina’s dikke bundel Nachtwaken geeft de dichter zijn visitekaartje af en toont een staalkaart van zijn kunnen, waarvan met name beginnende dichters het een en ander kunnen opsteken: banaliteiten (“Jij wil naar de duinen en ik wil / alleen maar op jouw duinen” (p. 12)), rijmdwang (“Hij glimlacht, want haar inzicht heeft hem nooit bedrogen. / Ze streelt hem en ze kijkt hem aan vol mededogen” (p. 21)), bombast (“Op het stalen geraamte van mijn herinnering, / dat haar verzengende oerkracht overleefde, / steunt mijn inspiratie en blijf ik overeind.” (p. 23)), jalousie de métier (“Tachtigers / Het was een generatie / van jonge dichters / die met hun hulpeloze lyriek / schreven als ouwe lullen.” (p. 41)), onbedoelde humor (“dat ieder woord een synoniem is / voor ‘hulpelozer, steeds hulpelozer’.” (p. 43)), mislukte evergreen (“Amsterdam, mijn schat van een stad. / Ik mijmer in je regen, / droom langs je straten, / sta stil op je bruggen / en vrij met je grachten. / Amsterdam, ik word je nooit zat.” (p. 81)), pathos (“met haar lichaam van kristal / op blote voeten schaatsen over de regenboog” (p. 109)) en geborneerde onheilsprofetie (“En als de bom dan valt, staan wij vol ongeloof / te staren naar de resten van de hemelpoort.” (p. 121).

Mijn grootste bezwaar tegen deze teksten, los van de ambachtelijke zwakheden en de overvloedige pathetische romantiek, is dat de dichter vooral wil beschrijven hoe het zit. Een dichter is geen aforist en als hij dat wel probeert te zijn, is hij simpelweg te lang van stof.

Tegelijkertijd toont zich daarin de tragiek van iemand die vooral de ontoereikendheid van zijn taal keer op keer lijkt te ervaren en daarvan niet zijn eigen kunnen, maar de taal als schuldige wil aanwijzen. In poëzie gaat het niet om waar of onwaar of om zeggen waar het op staat. Alleen een gedicht dat voldoende suggestief is, maar nergens specifiek, houdt de aandacht van de lezer vast en doet hem terugkeren, vastbesloten om het raadsel op te lossen maar tegelijkertijd in de prettige zekerheid dat de code zich niet laat kraken.

Ik laat de laatste woorden aan de dichter en de lezer. Oordeelt u vooral zelf.

Nooit meer zingen

De langgevreesde dag is eindelijk gekomen.
Haar kist glijdt langzaam aan de rouwenden voorbij.
De Aarde wacht reeds met een bedje in de klei.
Het is veel erger dan in al die kwade dromen.

Men huilt. Maar voor de tranen droog zijn, breekt de stoet.
Hoe wreed herneemt de alledaagsheid weer haar loop.
Herinneringen staan al in de uitverkoop,
maar niemand weet precies waar hij ze zetten moet.

Van vroeger wordt alleen ellende teruggegeven.
En wat men mist, dat zijn vooral de mooie dingen
die nooit gebeurd zijn en toch eeuwig blijven leven.

Al kan de fantasie het afscheid niet bedwingen,
wanneer op tijd de zon gaat schijnen, daagt het even:
de vogels fluiten wel, maar zullen nooit meer zingen.

(p. 119)

Hoe

Hoe ze vanuit de zee het strand opliep.
Hoe ze op het strand naar een bal liep.
Hoe ze de bal oppakte.
Hoe ze met de bal naar de duinen liep.
Hoe ze in de duinen naar mij liep.
Hoe ze mij oppakte.
Hoe ze met mij naar het strand liep.
Hoe ze van het strand de zee inliep.

(p. 61)

Weduwnaar

Ik zal geen tijd hebben
haar leven te overdenken.
Ik zal geen ruimte vinden
voor de leegte die zij achterlaat.
Ik zal geen gezelschap krijgen
om haar herinnering mee te delen.
Ik zal te weinig vrees hebben
voor de angst haar te missen.
Ik zal genoeg dood bezitten
om er zonder haar niet meer te zijn.

(p. 29)

***
Theo Mestrum (1956) groeide op in Amstelveen. Hij schrijft aforismen (Kleren voor de keizer (1997) en Alleen maar kijken (2017)) en gedichten.

Wisseling van bestuurders

Met alle dank en respect voor en naar het oude bestuur van de Stichting Literatuursite Meander, met name naar Edith de Gilde voor haar jarenlange inzet en betrokkenheid, stellen wij het nieuwe bestuur voor dat per 15 april jl. aangetreden is.

Secretaris is Wouter van Heiningen, directeur van de bibliotheek Maassluis/Midden-Delftland, secretaris/penningmeester van de stichting Ongehoord, secretaris/penningmeester van stichting Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart en voorzitter van de Raad van Toezicht van stichting De Poëziebus. Daarnaast is hij dichter, uitgever van poëzie bij MUG books en beheerder van een van de meest actieve weblogs op het gebied van poëzie, Zichtbaar Alleen.

Penningmeester is Peer van den Hoven, werkzaam als e-learning specialist en als freelance docent aan de TU Delft, oprichter en eigenaar van Klein Canada (Tekst &Training), tevens penningmeester van de Haarlemse Dichtlijn. Peer van den Hoven schrijft slechts enkele gedichten per jaar. Zijn poëzieproductie is zo laag dat hij zich wel eens afvraagt of hij zich wel dichter noemen mag. Hij zit daar overigens helemaal niet mee: “Ik streef ernaar om aan het eind van mijn leven tien gedichten te hebben geschreven die de moeite waard zijn.”

Communicatieadviseur en webmaster is Marjolijn Vis, werkzaam geweest op de afdeling Communicatie bij de Nationale Opera & Ballet, was graficus, is verbonden aan Landgoed Willibrordus/Cultuurkoepel Heiloo, dicht absoluut niet maar schrijft ingewikkelde breipatronen.

(Per 15 februari 2018 is Alja Spaan voorzitter.)

Jaarverslag Stichting Literatuursite Meander

De Stichting Literatuursite Meander heeft als doel literatuur onder de aandacht te brengen van een breed publiek en een podium te vormen voor aankomende auteurs, voornamelijk gebruik makend van de mogelijkheden van internet.
In 2017 deden we dit door:
– de website van Meander en het daarbij behorende per e-mail verspreide Meandermagazine
– de website bevat gedichten, interviews en recensies
– de Meander Klassiekers
– de Meander Dichtersprijs 2017
– de aanzet van de poëZiewedstrijd 2018 (gedichten met beeld)

MEANDER EN MEANDERMAGAZINE
meandermagazine.net en ezine.meandermagazine.net

In 2017 verschenen de nummers 528 t/m 554 van het Meandermagazine. Het magazine werd elke twee weken verstuurd, behalve in de maanden juli en augustus. Aan het eind van het jaar waren er bijna 8.000 abonnees. De abonnees werden door het magazine op de hoogte gehouden van de nieuwste interviews, gedichten en recensies op de site.

Rob de Vos was de samensteller van Meander. Hij ontwierp en onderhield de website. Yvonne Broekmans redigeerde de teksten.

De voorronden van de Meander Dichtersprijs 2017 vervingen de tot dan gebruikelijke manier van kopij inleveren. De hoofdprijs, een bedrag van 350 euro, werd in juni 2017 aan Merel van Slobbe uitgereikt nadat een jury bestaande uit tal van dichters die in het verleden Meander sierden, tot een eindoordeel kwam.
Vanaf juli 2017 kon iedere dichter zijn werk als kopij aanbieden; de beste gedichten werden gepubliceerd na beoordeling door
Laura Demelza Bosma * Inge Boulonois * Tijs van Bragt * Yvonne Broekmans * Antoinette Sisto * Alja Spaan * Elly Woltjes * Rob de Vos *

Uit de voorronden van de Meander Dichtersprijs 2017 publiceerden we gedichten van:
Jos van Daanen * José Raaijmakers * Niels Raaijmakers * Rik Sprenkels * Willem Tjebbe Oostenbrink * Mirjam van Teeseling * Alex Gentjens * Tonnie Meewis * Inge Boulonois * Hermen Hoek * Mark de Kok * Saskia Wolda * Hella Brugts * Ezra Hakze * Truus Roeygens * Ernie Bossmann * Erik Lucassen * Elly Stolwijk * Geert Viaene * Liesbeth Aerts * Anne Cockaerts * Wim Klooster * Meliza de Vries * Jeanette Jansen-Kim * Pieter Olde Rikkert * Taco van Peijpe * Katrien Dessers * Odile Schmidt-Nouhan *

Uit de finale van de Meander Dichtersprijs 2017:
Maria van Oorsouw * Kate Schlingemann * Merel van Slobbe * Martin Wijtgaard * Marjon Zomer * Wim Vandeleene * Astrid Arns * Nafiss Nia* Stefan Heulot * Hester van Beers * Onno-Sven Tromp * en Peter J.R. Vermaat *

Een selectie van de inzendingen voor de Meander Dichtersprijs 2017 betrof de gedichten van : Jeanet van Omme * Anouk Smies * Anton Beekmans * Maaike Rijntjes * Bianca Hendriks * Sascha Beernaert * Anne Meerbergen * Angelo di Berardino * Peter de Volder * Jolande van Lith * Bert Huisman * Paul van der Laan * Els Driessen * Jan de Bruyn * Dorien de Vylder *

Ook sommige dichters die in het verleden voor de Meander Dichtersprijs genomineerd waren kwamen aan bod, te weten: Gert de Jager * Ingeborg Klarenberg * Hedwig Selles * en An Vandesompele *

Van de volgende dichters publiceerden wij in 2017 gedichten plus een bijbehorend interview: Laura Demelza Bosma * Hans Tentije * Nafiss Nia * Dorien de Vylder * Elly de Waard * Anneke Wasscher * Barney Agerbeek * Laurens Ham * Martin M. Aart de Jong * Merel van Slobbe * Jolies Heij * Alexis de Roode * Anouk Smies * Heleen Bosma * Joost Baars * Hero Hokwerda * Kim Pauwels * Vicky Francken * Roos Vlogman *

Interviewers in 2017: Laura Demelza Bosma * Yvonne Broekmans * Joris Miedema * Antoinette Sisto * Alja Spaan * Sander de Vaan * Rob de Vos * Elly Woltjes *

Verder plaatsten we gedichten van: Daniel Bras * Irene Schoenmacker * Olaf Korder * Harry Vreeswijk * Aphonse W Wijnants * Frouke Arns * Mariet Lems * Meliza de Vries * Marnix Speybroeck * Bert van den Helder * Rens van Hoogdalem * Rinske Kegel * Geert Viaene * Tania Verhelst * Monica Boschman * Elly Stolwijk * Christina Guirlande * Robin Wim Hutse * Taco van Peijpe * Anne Cockaerts * Robin Kramer * Daan Janssens * Heidi Koren * Martin Beversluis * Koos Hagen * Gert VanIerberghe * Pom Wolff * Joop Scholten * Annette Akkerman * Martijn Benders * Arjan Keene * Michelle Brouwer * Jordi Lammers * Dick van Hoeve * Marije Langelaar * Robin Veen * Ilse Starkenburg * Hester van Beers * Katelijne Brouwer * Jan Kleefstra * Aurora Guds * Dimitri Casteleyn * Kees-Jan Sierhuis (met schilderijen van Bea Peter)

Gedichten uit de poëziewedstrijd SOET, georganiseerd door Jeugd en Poëzie (voor jongeren van 6 tot en met 30 jaar) van: Eline Crols * Margot Delaet * Mattijs Deraedt

RECENSIES

Er werden 165 recensies op de site gepubliceerd. Ze worden veel gelezen, zoals onder andere blijkt uit reacties op Facebook. De recensies hebben volgens lezers over het algemeen een hoge kwaliteit; de zestien recensenten zijn neerlandicus en/of dichter.
Vrijwel alle grote en kleine uitgeverijen houden ons van de verschijning van nieuwe poëziebundels op de hoogte. Ook van hen krijgen we regelmatig reacties, waaruit blijkt dat zij de recensies waarderen, ook als ze minder positief uitvallen.

Als recensenten werkten in 2017 mee: Yolandi de Beer, Laura Demelza Bosma, Maurice Broere, Ezra Burns, Hans Franse, Eric van Loo, Romain John van de Maele, Herbert Mouwen, Ernst Jan Peters, Levity Peters, Hans Puper, Lennert Ras, Paul Roelofsen, Johan Reijmerink, Ivan Sacharov en Peter J.R. Vermaat.
Hans Puper had de coördinatie van de recensierubriek.

MEANDER KLASSIEKERS
klassiekegedichten.net

Er verschenen deze jaargang tien besprekingen van klassieke gedichten van Nederlandse en Vlaamse dichters.
De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000. In 2017 kwamen de nummers 209 tot en met 218 uit.

De volgende auteurs leverden in het jaar 2017 bijdragen aan de Klassiekers: August Agasi, Jeroen van den Heuvel, Dick van Hoeve, Jan Buijsse, Inge Boulonois, Eric van Loo, René Leverink en Simon Mulder.
Eric van Loo verzorgt de redactie van de Klassiekers

MEDEWERKERS

Op 3 juli overleed Antoinette Sisto. Zij was sinds 2007 medewerker van Meander.
Antoinette interviewde voor Meander dichters, waaronder een aantal Italiaanse. Haar laatste interview was met Alexis de Roode.
Verder deed ze mee aan de beoordeling van de gedichten die bij Meander binnenkomen.

Als nieuwe medewerkers verwelkomden wij Yolandi de Beer, Inge Boulonois, Laura Demelza Bosma, Maurice Broere, Ezra Burns, Ernst Jan Peters, Joris Miedema, Herbert Mouwen en Peter J.R. Vermaat.

Meewerken en organiseren betekent: onbetaald vrijwilligerswerk. Er worden alleen vergoedingen gegeven voor noodzakelijke uitgaven.
De redacties van Meander Magazine en de Klassiekers organiseerden hun taken voornamelijk via e-mail en telefoon.

STICHTING EN FINANCIËN

Meander Magazine en de Klassiekers zijn gratis voor de lezers, maar kosten de makers wel geld. De Stichting ontving 1.295,50 euro aan donaties en 500,54 aan giften. Er waren geen inkomsten uit advertenties. Diverse opbrengsten leverden 10,67 euro op.
De kosten voor de site, de domeinnamen, software, telefoon, porto, bank en andere organisatiekosten bedroegen 1.840, 18 euro. Al met al kwamen we dit jaar 33,47 euro tekort. Zie verder de jaarrekening van 2017 op onze website.

Per 31 december 2017 bestond het stichtingsbestuur uit Rob de Vos (voorzitter), Edith de Gilde (secretaris/penningmeester) en Wout Joling.

Recensie van De schoonspringer - Jos van Daanen

Sprong in het diepe

Jos van Daanen
De schoonspringer
Uitgever: In de Knipscheer
2018
ISBN 9789062659869
€ 17,50
72 blz.

Het getuigt van enige durf om te willen debuteren met één lang gedicht. Het schrijven van zeer lange gedichten is sowieso een geheel andere tak van sport dan het maken van kortere verzen. Veel meer dan bij de korte baan komt het aan op uithoudingsvermogen en – vooral – op dosering. Teveel geconcentreerde taal en de lezer leest zich vast, te weinig en je verliest de lezer boven de oppervlakte.

Het gedicht De schoonspringer van Jos van Daanen beschrijft de val, nee de sprong, van de hoofdpersoon, de schoonspringer, van een flatgebouw van 23 verdiepingen, waarbij ‘de film van zijn leven’ aan hemzelf, maar ook aan het hooggeëerd publiek, de jury, de lezers, wordt getoond.
Op iedere verdieping van het gebouw huist een wezen of een groep mensen, van waaruit gereflecteerd wordt op de springer en vice versa. Tussendoor klinkt commentaar van de coach.
Waarom 23 verdiepingen? Of, wanneer je het dak mag meetellen, 24? Ik weet het niet. Hoewel ik, gezien het gegeven, al vrij snel aan Dante’s Divina commedia moest denken, vind ik diens getallensymboliek (3x(3×3)) hier niet terug. Hier is ook geen dichter aan het woord die uitzicht heeft op de hoogste hemelen, maar eerder een mens die door zijn taal heen naar de verdommenis valt. Op een bepaald punt heeft de reeks nog het meest weg van een top-23 in de hit parade of self interest (uit: ‘Twelfth Night’ van The Collector).
Een tweede dwarsverband leidt naar The lamb lies down on Broadway van de symfonische rockgroep Genesis, waarin de protagonist na een tocht door boven-, tussen- en onderwereld uiteindelijk zichzelf in het gezicht kijkt.
Ook The Wall van Pink Floyd komen we nog tegen (op p. 33). Uiteraard loopt het allemaal slecht af:
Hij heeft geen woorden meer voor het bestaan en de woorden die hij had, hebben hem gewetenloos bedrogen.’ (p. 34)

Aangezien het citeren van enkele fragmenten naar mijn mening onrecht zou doen aan het hele werk, heb ik gekozen voor een groot citaat van een gehele pagina (inclusief de bijbehorende verwijzingen):

De doorgronder van natuurlijke principes

Hier heerst de stinkende bek van de wolf
die kevlar draagt onder zijn pels, zijn macht
zit niet in zijn tanden, maar in zijn vermogen
geruisloos te zijn en van lange adem
hij zet zijn poten behoedzaam in elke ondergrond die de sporen van zijn prooi
bevat, het veld vol paardenbloemen, de bosgrond, het mos, het gemeenteplantsoen,
de goot en het beton dat mensen in hokjes gevangen houdt.

De wolf maakt geen fouten, hij bespiedt je vanuit het bos, schept voorwaarden totdat
zijn prooi zichzelf heeft uitgeput, niet wetend dat de wolf hem op de hielen zat.
De wolf zit niet op elf, daar slaat hij de kadavers op die hij op twaalf al heeft
buitgemaakt en verorberd.
Op elf wonen de gieren en de hyena’s, de vliegen en maden
die het smerige werkje afmaken.
Het is legaal en valt binnen de mazen van elke
natuurwet.

Babadibap
I wandered lonely as a cloud
‘till I came upon this dirty street
I’ve never seen a stranger crowd
Slubberdegullions on squeaky feet…

Zo klinkt hij ongeveer
als hij langs de tiende vliegt
eenzaam dwalend als een wolkje
witte stof die voor het semipermeabele venster hangt
geblindeerd met toga’s en beffen.
Hij snuift diep, voelt licht in zijn hoofd
lijkt even in paniek te raken
herpakt zich om door de blindering
een blik te werpen in de woning
waar recht gesproken wordt
wat krom geworden was.

p.26

De onderstreepte woorden in bovenstaande passage werken als een soort hyperlink op papier, en verwijzen naar teksten die verderop in de bundel zijn opgenomen:

(1) bij ‘twaalf’:

Herinnering aan een verloren bos

Ik mis de lach van de katanflaat
het gepiep van de grop en het
minutenlange kloppen van de
roodgestreepte vromerwiep

vroeger was het grandulomeer
nog zuiver en vrij van spet, of
molodontale algenmestborij
onder het marmeren oppervlak

hard zijn nu de stenen die ik uit
en de woorden die ik pleng bij
de blik op de afgegraven grond
die boven blauwe luchten hangt
wat is verloren, komt niet in tweevoud
weer, noch in vreugde of geluk over
wat verworven is in wanhoop, en
dromen van chaos in de ochtend.

p.55

(2) bij ‘elf’:

Aan de straat staan de brokken van een muur met tatoeages
die twee buren van elkaar gescheiden hielden
vanwege een verhuizing klaar om als vuil te worden afgevoerd.
Passanten van heinde en ver kijken toe of het waar is
of de barrière werkelijk geslecht is, of er vrede heerst
harmonie, stilte en rust, dringen van een kant het beeld in
om na korte tijd weer om te draaien, hoofd tussen de schouders
staart tussen de benen. In de verte, in de bocht
waar de stoepen wegkijken, zien zij de gevels
bijeen kruipen, hechten tot iets wat doodloopt als een muur.

p.56

(3) bij ‘waar recht gesproken wordt / wat krom geworden was’:

Voorbij
de overvloed

Uit de laatste peilingen is gebleken
dat taal een schaars goed geworden is;
woorden zijn sterk in prijs gestegen
en boze tongen beweren dat gebruikers
aan het hamsteren zullen slaan.
De overheid denkt aan maatregelen
maar kan zonder tekst
geen rapport uitbrengen.
Men zoekt nu een oplossing
in het slopen en hergebruiken
van verouderde wetten.

p.57

In een interview uit 2013 (met Antoinette Sisto in Meander) zei Van Daanen: ‘Poëzie moet voelen als liggend op de wind luisteren naar de woorden die je aan je eigen ademhaling kunt onttrekken.’ Dat veronderstelt een meer lyrische toets dan in De schoonspringer veelal wordt gevonden. Steeds worden tekstgedeelten met afbrekingen en witregels na verloop van tijd afgewisseld met lange doorlopende regels in de proza-doctrine, waarin de beschouwende toon de overhand heeft.

De schoonspringer is minder een compositie dan een improvisatie en dat is tegelijkertijd zijn zwakte en zijn kracht. Ieder kunstwerk is immers een mislukte poging tot het volmaakte, dat bovendien bij publicatie door zijn maker is verlaten. In de taal tussen afsprong van de 23e en doodklap op de begane grond schieten de woorden als vangarmen de werkelijkheid van heden en verleden in, waarbij de gelegde verbanden even als bliksemstralen aan de hemel oplichten, maar kort daarna weer door andere vormen worden vervangen. Het gedicht als eenmalige mindmap van associaties is een keuze, een gevolg van de kijk van de dichter op de wereld om hem heen. Tegelijkertijd toont deze keuze ook de onmacht (of onwil) aan om deze vormen en structuren te tonen in een groter verband, een wereldkaart of desnoods een doolhof met lachspiegels.
Op veel plaatsen haakt de taal van hij de dichter niet voldoende krachtig en overtuigend in die van mij de lezer om de opgetrokken bouwwerken langer te laten beklijven dan een tijdelijke nederzetting. Uiteraard is het niet nodig om een 21e-eeuwse evenknie te geven van Dante’s who’s who van de 13e eeuw, maar bijvoorbeeld van het optreden van de politiek, de banken en de grootbedrijven (p. 33) zou meer gemaakt kunnen, ja moeten worden dan een min of meer verplicht nummer in de aftelsom van de aversies.

De vorm van het gedicht past eigenlijk niet in een papieren bundel. De grondvorm is een tekst met hyperlinks, waarmee tijdens het lezen van het grotere geheel de dichter via een terzijde de lezer in het oor fluistert. Het via een indexering bij wijze van voetnoot verwijzen naar deze flankerende gedichten is een kunstgreep, die niet zonder verlies van de extra dimensie gerealiseerd kon worden. Het was eenvoudig geweest om een hypertext-variant op een kleine platte USB mee te leveren.

***
Jos van Daanen (Kerkrade, 1959) studeerde Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap. In 1988 debuteerde hij als dichter in Maatstaf en er volgden tot 1992 meer publicaties in De Tweede Ronde, Preludium en Letterlik. Vanaf 2011 publiceerde hij vele gedichten in tijdschriften zoals Op Ruwe Planken, Gierik/NVT, Meandermagazine, Deus ex Machina, Krakatau. Een deel van die gedichten werd in 2016 door uitgeverij Kleinood & Grootzeer gebundeld in de bibliofiele uitgave Tot er woorden waren, waren we nietsDe Schoonspringer beschouwt hij als zijn officiële debuut.