Paul Vincent

Paul Vincent gaf in 2010 de bundel ‘In tegenstrijd’ uit met verzen over het door sloop bedreigde polderdorp Doel. In 2014 verscheen de bundel ‘Trommelvuur’, een verzameling gedichten over de Eerste Wereldoorlog.
Ondertussen behaalde hij meerdere poëzieprijzen. Dit jaar de tweede prijs in de Poëziewedstrijd van de Stad Oostende, de eerste prijs in de Hilarion Thans Poëziewedstrijd van de gemeente Lanaken en de tweede plaats in de Gedichtenwedstrijd van de Stad Ronse.

 

foto:  Bart Wynant

 

velo-droom

water zal ik naar je brengen
bloemen plukken uit de
voor ons verboden voortuin

in het zandpad bij de vaart
met mijn hiel de streep
van aankomst trekken

ik wil je sproeten
vrij van modder vegen
de zegepalm aandragen

en trouwen met een tricolore
kampioen die mij voeren kan
achterop zijn fiets

naar de kermis in het dorp

 

de tranen van laurentius

een kater die ons nog kende
van bedorven spek op de stoep
streek toch langs ons heen

zwijgend keken we naar een hemel
die maar niet wou openbreken
voor de regen van vallende sterren

ons in het laatste journaal beloofd
de wensen sinds lang bedacht
verdwenen bij het aantreden

van de nieuwe dag
zo dan moet geluk zijn
een zwellend orkest van vogels

dauw op het ongemaaide gras en wij
daar tussenin zonder een woord
van spijt om wat niet was

(‘de tranen van laurentius’: meteorenzwerm in augustus)

Gedichten Rinske Kegel

Vis

In geen andere ogen dan
de jouwe is het licht
zoals het in de vroege avond
door gesloten luxaflex heen piept

Sijpelend, dansend stof
bijna verdwenen
in het vreemdgaan
in het zuchten over andermans dromen
in de naïeve wens voor eeuwig te willen leven

Zoals een pit in de groenbak
de bijvangst in een visnet
nergens zo tergend hoopvol
zo naar adem happend

 

Crackers

Had ik beter voor ander landen moeten zorgen
met name de gebombardeerde en uitgedroogde
had ik water moeten druppelen op gebarsten lippen
landen zijn net mensen

Ik deed een pak crackers in de zak van Het Leger Des Heils,
ik begreep niet wat ze aan kleding zouden hebben
als ze honger hadden

Ik was een rijk land
ik deelde koekjes uit aan de poppen
iedere pop kreeg evenveel
behalve mijn lievelingspop Rosa
maar ze pasten allemaal in mijn armen

 

Ochtenddauw

Zwart zieltje, kolenfabriekje,
mijnschachtje, riooltje,
vertel wat er is gebeurd.
Wanneer is de kleur vervaagd,
het licht verdrongen.

Was het toen je een kind verwekte
op een natuurkampeerterrein ?
Of veel eerder al, toen je zelf verwekt werd,
je maar een halve wens was,
nog meer iets dat gewoon ontstond
als de ochtenddauw op een blad.
Schitterend als een parel
wachtend op de vernietigende
warmte van de dag.

 

Alles is goed, mama

Ik zag een schip met jou er in, het was een heel groot schip.
Jij was een puntje op dat schip, een enorm schip, de zee nog groter.
Je bestuurde het schip maar dat wist je nog niet.
Je wist wel waarheen maar je zag het nog niet.
Wat leek je klein op die zee, op dat schip. Ik zag de hele zee
met alles erin, de haaien, de kliffen, de ijsbergen,
de stormen die zouden komen, de lekkages, de stroomuitval.
Jij op dat schip zonder zwemvest, zonder iets, helemaal bloot
en koud op dat schip en dat hele schip verroest, het was eigenlijk een vlot,
meer een balk, een plank waar de rot in zat, waar je je
aan vastklampte met je laatste krachten en je zou vast verdrinken.
Ik dacht: wie laat er nou haar eigen kind ten onder gaan, verzuipen
in je eigen hoofd, wie laat haar een metafoor zijn van angst.

Jij bleef gewoon varen, je bleef drijven, je zag de wolken
weerspiegeld in het water, vliegende vissen en eilanden
met groene bossen. Je ging ergens heen en je zou
ergens aanleggen en iemand zou zijn hand uitsteken
om je van boord te helpen, er zou een bed zijn en brood en thee.
Vreemd eten dat naar meer smaakte, nieuwe gewoontes.
Er zouden mensen zijn om verliefd op te worden
en mensen om je aan te ergeren. Iemand die van je
zou winnen met schaken. Je zou een ansichtkaart
sturen met: alles is goed, mama,
ik heb verloren met schaken,
maar ik ben verliefd.

Gedichten Jaap van den Born

Leeg

Het universum om ons heen bestaat
Zoals de vierkantswortel uit -1
Het is er niet, al valt er mee te werken

U ziet dus niets dan leegte om u heen
Al denkt uw geest ook heel wat op te merken
Maar het concept van geest is ook al leeg

Slechts hij die zijn niet-zijn zo kan beperken
Nooit zag, dacht, hoorde, voelde en steeds zweeg
Begrijpt waar het in wezen over gaat

De ware kennis is dus kort gezegd
Slechts voor de ware leeghoofd weggelegd

(Nāgārjuna, circa 150-250)
uit Een hoop genavelstaar, rijmcanon van de Oosterse filosofie

 

O gouden schilden die het kwaad afweren!
Uw dragers zijn verzwolgen door de Tijd
Waarom zou ik dan naar belezenheid
Naar studie en begrijpen gaan begeren:

Het is slechts ondergang waar dit toe leidt
Gods wijsheid liet mij bloeien en floreren
Met slechts één doel: het snoeimes te trotseren
De door hem aangestelde wacht ten spijt

Niets kan de rampen uit ons leven weren
Wij zijn een schip dat op de golven rijdt
En ankert bij de Dood, en eeuwig scheidt
Het leven zich dan van de sterrensferen

De hoge bergen blijven en als krijt
Staat bleek de maan en razend galopperen
Kamelen van het noodlot, zij lanceren
Hun woeste aanval; niemand krijgt respijt

Wie poogt door vlucht zijn kansen te doen keren
Voelt dat de doorn zijn voetzool openrijt
Hij struikelt over schedels – een tapijt
Dat kil een onheilsmaan laat reflecteren

Wie treuzelt bij tumult en wapenfeit
Die staat opeens vooraan bij decoreren
Wie in de slag vooropgaat met chargeren
Die raakt geheid zijn kop-positie kwijt

uit  Uit vrije dwang (Luzum ma la yalzam), vertaalde gedichten van Aboe l-Alaa al-Ma’arri (met de arabist Pieter Smoor, Uitgeverij De vrije gedachte, 2007

 

Dichtwerk

‘Ga toch eens werken man!’
Daar is Euterpe weer
Werken? Ik grijp naar
Mijn waterpomptang

Want als poëet ben je
Waternaarzeedrager
Al wat je weet
Weet de zee al heel lang

(nieuw, primeur voor Meander)

Hugo Verstraeten



Hugo Verstraeten
(Dendermonde, 1954), docent, schrijver, essayist, schilder, (hoofd)redacteur van het literair tijdschrift Dighter, publiceerde twee bundels waarvan de laatste in 1997 onder de titel Verzamelde gedichten.

 

Het zou fijn zijn wat feedback te krijgen, daar het nooit eerder gepubliceerde gedichten betreft.”

Citaat Verstraeten over poëzie: ‘Schrijven is een proces van betekenisverlening. Dit proces is nooit af en ligt nooit vast. Elke poëtische definitie is een tautologie, het vertalen van het bekende in het onbekende. Om deze betekenisverlening te volbrengen staan de dichter zesentwintig letters ter beschikking. Hij zal die aanwenden met de grootst mogelijke structurele kracht. Goede poëzie is complex en eenvoudig. Neemt afstand en is nabij. Ontwortelt, ontvreemdt en brengt ons toch ook weer thuis.

 


Colline

I.

Hij had het de gekken zien doen in hun broze gehuchten:
met het hoofd tegen muren slaan om aan de gedachten te ontkomen.

En het hielp niet tegels te lopen, sprongetjes te maken tegen de patronen
in zijn hoofd. Zij was de schaduw aan de andere kant van het licht, een winterse kou
midzomers. Vorm of vrouw, of was zij enkel een vouw in het laken?

II.

Niet zeker waarvan hij weg reed. Buiten de uithalen van wind. Binnen de
bescherming die de liefde bood – of was het net andersom?

Van herfst de kleur, een doorgeslagen rood vermengd met dood. Zachte ritmiek
van herhaling. Elke streling bootst haar lichaam na. Een lijn die om het ingebeelde
ligt, verwikkeld in het afwezige.

III.

En o, oh, de mistdaden van november: wegdeemsterend licht op haar huid.
Colline – landschap waar een havik naar duikt. Zo ligt zij languit in vergeten.
Tussen het niets en haar dijen in het wonder. Wonde die hem van doodgaan
geneest.

 

Winter

Pas dan kon hij dit schrijven. Wanneer voorbij was
wat er nooit was. Pas dan en niet eerder kon hij tot
besluiten komen. Beslissen over wat hij nooit nam.

Hoeveel twijfel is er nodig, hoeveel als dan. En niemand
die iets weet en niemand die het even overnam. Ach,
het klinkt zo licht nadien. Dat niets ons van de tijd kan

redden. Dat alles verandert in wat het altijd is geweest:
een watermerk, een doorslag van wat zich neerschrijft,
dag aan dag en nog klinkt als kinderstemmen op de

speelplaats van het schooltje dat al jaren is gesloopt.

 

1 januari

De TV staat aan. Het kind ervoor tekent. Een uitsnijding in
wat het niet ziet.

– Welke kleur tornado’ s hadden?

Dat van het ingekleurde vuurwerk de oh’ s en de ah’ s zouden
verbleken. Dat de man die in haar tekening mag de koning is
van een verkeerd land.

Dat alle wensen in vervulling zouden gaan bleek te zwaar
om te dragen. Dat zij die nooit gedichten las toch
van de dichter kon houden.

De wereld staat aan. Jaren laten ons achter. Laten ons na.
Dat dit kind ooit naar het kind zal kijken dat tekent. Dat
tornado’ s de kleur hebben van wat ze verwoesten het

antwoord was dat als een bezwering had geklonken.

 

Young Poets

Young Poets organiseert zo nu en dan wedstrijden voor jonge schrijvers tussen de 14 en 25 jaar zoals bijvoorbeeld afgelopen lente. De redactie van dit taalplatform (initiatief van het Letterkundig Centrum Limburg) vond het toen tijd voor een lentewedstrijd en gelijk hadden ze!
Het thema werd ‘vriendschap’ (en zoals een van de deelnemers zei ‘daar gaat het best vaak niet over’). Bij het thema horen termen als vertrouwen, veiligheid, onvoorwaardelijkheid maar ook kwetsbaarheid, verdriet en herinnering.
De deelnemers schreven een (niet eerder gepubliceerd) gedicht van maximaal 500 woorden.
De jury werd gevormd door dichter Jonathan Griffioen, docent Nederlands Jaap Linde (Vrije School Parkstad), Elly Woltjes (Meander) en Alja Spaan (dichter, Meander).  Zij kregen alleen de leeftijd van de auteur te zien.
Meander werkte al eerder met Young Poets samen, zie https://meandermagazine.net/wp/2015/01/wedstrijd-traditie-van-youngpoets/ hier de eerste keer.

Afgesproken werd met de winnaars en Merlijn Huntjens (consulent Literatuur, het Huis van Limburg) de eerste drie winnende gedichten op de Meandersite te plaatsen!


De eerste plaats

Vriendschap

Vriendschap is een ochtend die je zelf hebt aangebroken.
Zelf kiezen wanneer de zon opkomt.

Vriendschap is voornamelijk geel, met vlekken gesatureerd blauw.
Zeker geen rode stukken.

Vriendschap is schappelijke wind op een
warme zomerdag.
Zon op een koude winterdag

Een vroege lente, juist wanneer je het nodig had.

Een boom die juist in die hoek groeit,
een bloesem waar de woede van afspat,
gewelddadige kleuren. Overweldigd.

Vriendschap is ook plotseling vragen vergeten en in vloeibare vorm vallen,
wetend dat het opstaan erbij hoort.

Even blijven liggen op de grond,
naar de lucht kijken en je hebt net de
hemel gezien maar je zegt er toch maar beter niets over.

Verdwijnen en wegkwijnen,
goedkope wijnen en samen rijmen.

Vriendschap zijn aders, jij bent bloed.

Vriendschap is van jezelf houden.

(c) Nathan van der Borght (2001)

Nathan Van der Borght studeert Latijns in het 5de middelbaar te Antwerpen. “Ik ben 16 zomers oud. Voor mij is poëzie een manier om met alles om te gaan, een manier om mezelf uit te drukken. Ik ben al van jongs af aan absoluut geobsedeerd door literatuur. Emoties omvormen in woorden, emoties omvormen in een metrum en vorm is iets wat me ongelofelijk veel voldoening geeft. Mijn ambitie? Elke dag van de rest van mijn leven bezig zijn met poëzie. Woorden zijn mijn middel, en het doel heiligt de middelen. Bovendien is literatuur voor mij de mooiste manier om de realiteit te ontvluchten, en die tegelijk te capsuleren.  Mijn grote inspiraties zijn Tom Lanoye, de Amerikaanse dichteres Rupi Kaur en natuurlijk, natuurlijk Hugo Claus. Ook de stadsdichter Maud Vanhauwaert is een groot voorbeeld van mij. Maar ook alle andere Nederlandstalige dichters die mij nu al hebben gevormd als persoon en, daar ben ik zeker van, mij verder zullen boetseren voor de rest van mijn leven. Ik ben nog een dichter in ontwikkeling, elke dag leer ik bij en verander ik. Ik citeer u graag “Literatuur wordt door zieken gemaakt. Wie gezond is, schrijft geen boeken” van Hugo Claus.”

 

Tweede plaats

Buitenaards

Eerst waren jullie bang en opgewonden;
dat zwakte af maar het werd enkel beter.
Jullie zijn een bijzonder klonenkoppel:
de één een mannelijke vrouw,
de ander een vrouwelijke man,
of iets ertussen en andersom dan.
Jullie zijn planeten
en laten elkaar trots de ringen zien
die jullie hebben verzameld
op weg naar het volgende moment
waarop jullie banen kruisen.
Het staat niet in de sterren
– zelfs in je beste latijn onleesbaar –
maar jullie weten waar te zijn,
ondanks hetzelfde vertrekpunt,
via een anders gekozen route.
Jullie zien en zoenen elkaar op de mond
als vrienden die elk een fles wijn hebben
en hun liefde kwijt moeten.
Niet ‘jij vindt nog wel iemand’
maar ‘wij hebben elkaar gevonden’.

(c) Thijs Joores

Thijs Joores (1998) woont in Utrecht en is op dit moment bezig met het afronden van zijn studie Literatuurwetenschap. Geïnspireerd door alle teksten waarmee hij tijdens zijn studie in aanraking is gekomen, is er langzaam iets ontstaan wat ‘schrijfambitie’ heet. Hij heeft gepubliceerd in Op Ruwe Planken, won in 2017 de voorronde van Kunstbende Utrecht in de categorie Taal en gaat deze zomer mee op de Parijsresidentie van deBuren. Hij besloot mee te doen aan deze wedstrijd toen hij zag dat het thema ‘vriendschap’ was: een mooi onderwerp, dat vaak minder aandacht krijgt dan romantische relaties maar minstens even interessant is.

 

Derde plaats

Over de gebroken surfmast die op mijn kamer staat

Woeste luchten joegen storm aan
schuimkoppen likten aan het zand
heel Scheveningen beefde
onder het gebulder nabij de strandrand.

Twee zonderlinge zielen regen draden
van surftuig aaneen tot er
zich vaartuigen vormden die
de wispelturige waterbak moesten overtroeven.

Het mocht niet baten.

Niet
wilde de branding zwijgen hij
bleef maar bulderend van het lachen in
de nek hijgen van beide jongelieden die
drie drakenkammen over aanzagen
hoe twee onmachtige masten doormidden
braken.

Toch
voerde de zee die dag niet
het laatste woord want
toen de vrienden noodgedwongen naar
het droge afdropen
sprak er één de ware woorden:
‘Gebroken masten brengen geluk.’

(Deze tekst siert het voetstuk van de mast die op mijn kamer staat.)

(c) Casper Vliet

Casper Vliet (1997), studeert in het dagelijks leven rechten aan de universiteit van Utrecht. “Daarnaast ga ik graag het water op om te windsurfen, vind ik het leuk om te schaken met vrienden en schrijf ik sinds een jaar of drie gedichten. Veelal verhalen die van alledaagse associaties, flashbacks en hersenspinsels. Soms ook gaan ze over een gebeurtenis in mijn leven, zoals het avontuur in Scheveningen. Niet eerder heb ik een gedicht gepubliceerd. Maar toen een vriendin mij tipte over jullie wedstrijd heb ik voor de gein wat ingestuurd. Ik ben aangenaam verrast met een derde prijs!”