Recensie van Loper van licht - Hagar Peeters

De uitgewezene(n)

Hagar Peeters
Loper van licht
Uitgever: De Bezige Bij
2008
ISBN 9789023426752
€ 15,00
42 blz.

Afgelopen jaar verscheen de derde bundel van Hagar Peeters, Loper van licht. Ze debuteerde met Genoeg gedicht over de liefde vandaag. Mijn eigen kennismaking met haar werk was haar tweede bundel, Koffers zeelucht. Wat me direct opviel aan de gedichten van Peeters was de toegankelijkheid: haar taalgebruik ademt menselijkheid, waardoor zaken als verlangen en tekortkoming goed aan bod komen.

Met die herinnering begon ik aan Loper van licht en in haar stijl voelde ik meteen de voortzetting van haar vorige bundels. Peeters bouwde deze bundel op rond een centraal thema en koos daarvoor het Bijbelverhaal uit Genesis over Hagar, de slavin bij wie Abraham Ismaël verwekte, de zoon die later het veld moest ruimen voor Isaak. Na diens geboorte stuurde Abraham Hagar en Ismaël weg. Zij werden ‘uitgewezen’, een woord dat regelmatig in de bundel voorkomt. Niet toevallig is naamsovereenkomst tussen de Bijbelse Hager en de dichteres. Peeters identificeert zich met de Genesis-Hagar en bij het lezen wordt het steeds duidelijker dat Hagar (zeker ook) voor ‘Peeters’ staat en ‘Abraham’ (enzovoort) voor veel meer dan de ‘Bijbelse’ Abraham. ‘Hagar’ staat in de bundel model voor alle weggestuurden, ballingen, uitgewezenen en zoals gezegd voor Hagar Peeters zelf. In ‘Hagar’ worden allen één. In het gedicht ‘In de woestijn’ wordt de positie van ‘Hagar’ direct duidelijk:

Te brutaal bevonden ben ik
een eeuwigheid geleden
verbannen naar de woestijn

‘Ze wezen me uit met de beste intenties’, gaat Peeters verder (in ‘De uitwijzing’). Het omvattende thema van de bundel klinkt duidelijk in het gedicht ‘In de naam’:

Hagar is mijn naam
die voor vluchteling of vreemdeling staat
al is het nooit zeker hoe ik heet

Dit gedicht brengt me bij mijn eerste punt van kritiek. Na een uiterst sterk begin heeft ‘In de naam’ vanaf de negende bladzijde een zwak en rommelig vervolg. De dichteres koerst van de zeer nabije geschiedenis van Hirsi Ali, (het lijkt warempel een echo van een van haar persconferenties), naar een eindeloze opsomming van volken uit de oudheid, die als nakomelingen van de verstoten Ismaël of anderszins verstoten werden. Van sommige volken hoor ik hier voor het eerst, terwijl ik andere uit de Bijbel ken. Het zijn die opsompassages die ik als de zwakste beschouw in de bundel. Wanneer Peeters onderaan de achtste bladzijde met ‘In de naam’ was gestopt, dan had ik het een ijzersterk gedicht gevonden. Nu oogt het als een doolhof waarin de lezer de weg kwijtraakt.

‘Abraham en Sara’ zijn ‘een onvolledig maar onverbrekelijk geheel’, al hebben ze zich volgens de dichteres door ‘lijm samengevoegd’. Daar past een ‘Hagar’ niet tussen. Wie is ‘Abraham’ in deze context? Hij is de bepaler, degene met een ‘macht’ die ‘Hagar’ ontbreekt. ‘Hagar’ is de uitgewezene die zich met moeite handhaaft, maar onder Peeters’ handen tot de overtuiging komt dat ze haar positie kan en moet verbeteren. In ‘De deur op een kier’ wordt de geschiedenis van de machteloze ‘Hagar’ beschreven: ‘…op vakantie lozen we haar in de Sahara’. In deze woestijnnaam (waar de Bijbelse Hagar niet terechtkwam) echoot mooi de naam Sara door. ‘Hagar’ is het slachtoffer van rivaliteit.

Vanaf ‘Verwachtplaats’ (bladzijde 23) verbreedt Peeters het perspectief van ‘Hagar’ naar de uitgewezene. Op bladzijde 24 lezen we:

Wanneer de uitgewezene zijn huis verlaat
volgt hij de borden met ‘uitgang’,
die overal waar hij aankomt zijn geplaatst.

Zo komen de asielzoekers in beeld, die talrijk zijn en van alle tijden. Het enkelvoud van ‘Hagar’ wordt veelvoud in ‘Wat volgde’ (bladzijde 25): ‘uitgewezenen en bannelingen als nageslacht’. Het verhaal van ‘Hagar’ is niet zozeer het verhaal van de moeder der Arabieren als wel het verhaal van alle verstotenen en vluchtelingen tezamen, inclusief de vervolgde zonen van Isaak, door de eeuwen heen.
Wij leven in het vervolg. De uitgewezene is nooit thuis, dat zien we pijnlijk in in ‘ Onderweg’ (bladzijde 29): ‘Vele vervoermiddelen gebruikt de uitgewezene / om zichzelf op transport te stellen’. Er is veel mis met de wereld en de geschiedenis. In ‘Jeremiade voor het avondland’ spreekt Hagar Peeters over ‘roest’ waardoor onze beschaving vastloopt (bladzijde 34): ‘Nu beklaagt men jou na al die jaren / als roestte het ijzer van de hekken om je grenzen’.

Het bestaan zelf is aan het verroesten. In dit ‘opsommingsgedicht’ ervaar ik meer continuïteit dan in het eerdere ‘In de naam’ (bladzijde 8). De opsommingen zijn hier minder storend. Het gaat hier om een klaagzang over de roest die de geschiedenis doet vastlopen. Het gedicht kent tenslotte een ‘keerpunt’ op bladzijde 38, waar Peeters spreekt van het enige dat volgens haar nooit vastgeroest is, namelijk het vrouwelijk geslachtsorgaan:

Maar zie, dat verborgen scharnier…

deze landschelp, kuitige vrucht
dit teerlobbige oogliddunne kiertje
dit weke slot waarop alles loper wordt
waarop oorsprong ontvlucht.

Hoe de cultuur ook vastloopt, het seksuele gaat maar door en de vrouw kan zich niet verzetten. Roest krijgt hier geen vat. Maar dat is geen troost, want er is geen sprake van vrijheid (onder dwang geopend). De wereld draait om seks meent de dichteres.

In het slotgedicht (bladzijde 40-42) lijkt ‘Hagar’ tenslotte openlijk Hagar Peeters te worden. ‘Abraham’ wordt nu ‘Baudelaire’, ‘Whitman’ en ‘Campos’, oftewel de mannen in de literatuur. ‘Hagar’ is hier de nieuweling die misschien een ‘lief bekje’ (bladzijde 19) heeft, maar zich niets in moet beelden. ‘Hagar’ opent de aanval op de iconen: ‘Laat mij een van de decadenten zijn en drinken met de mannen’, ‘alle grote in zichzelf gelovende triomfators’. ‘Prosit’ en ‘Santé’, klinkt het. ‘Hagar’ wil ook een glas. De dichteres rammelt aan de poort en laat zich niet wegsturen. Al lezend wordt het idee opgeroepen dat ‘een vrouw’ haar plaatst opeist in een ‘mannenwereld’, anders gezegd: een schrijfster wil aanwezig zijn in een literaire wereld die door mannen wordt gedomineerd. De sfeer van polemiek is de soundtrack van dit gedicht. Onder het paukengeroffel zingt ‘Hagar’ haar lied. ‘Te brutaal bevonden ben ik…’

*****

Hagar Peeters (Amsterdam, 1972). Dichteres Hagar Peeters begon haar carrière als ‘performing poet’ en trad zo op voor ze feitelijk publiceerde. Tot dusver verschenen van haar Genoeg gedicht over de liefde vandaag (Podium, 1999) en Koffers zeelucht (De Bezige Bij, 2003) – waarvoor zij in 2004 de Jo Petersprijs ontving. Verder schreef zij de biografie Gerrit de Stotteraar – Biografie van een boef (Podium, 2002), waarmee ze de Nationale Scriptieprijs 2001 in de wacht sleepte. Loper van licht is haar derde bundel.

Recensie van Gedichten schrijven - Chrétien Breukers

Poëzie Kort: Goede raad voor dichters in spe

Chrétien Breukers
Gedichten schrijven
Uitgever: Augustus

ISBN 9789045702049

blz.

Schrijvers van poëzie zijn er genoeg in Nederland, misschien zelfs een miljoen. Een deel van die groep zal het schrijven ook willen omzetten in gedichten publiceren op papier of internet. Voor hen heeft Chrétien Breukers een netjes uitgegeven boekje met de pragmatische titel Gedichten schrijven volgepropt met adviezen en citaten van beroemde voorgangers (zoveel, dat een namenregister geen overbodige luxe was geweest). Op een enigszins rellerige toon, soms provocerend à la Komrij, beschrijft Breukers het hele proces: van semi-goddelijke inspiratie tot en met de publicatie van een dichtbundel.

Het is wellicht een vervelende mantra, maar het dichterschap is een vak. Net zoals een meubelmaker een rechte, comfortabel zittende stoel moet kunnen maken, of een dirigent zijn orkest moet kunnen dirigeren, moet een dichter een gedicht kunnen schrijven. Helaas is het vakmanschap de laatste jaren minder in zwang dan de spontaniteit; behalve wellicht bij light verse-dichters, maar die leggen de nadruk dan weer alleen maar op de vakmatige kant, waardoor hun gedichten vaak niet meer zijn dan kunstig in elkaar gezette lege hulzen. […] En heel wat beginnende dichters lijken vooral bezig met het maken van (op zichzelf niet onaardige) slagzinnen dan met het maken van poëzie. Dat is jammer. Maar het gaat vooral ten koste van de autonomie van de kunstvorm, die steeds verder opschuift richting cabaret of reclame.

Aldus Breukers aan het begin van hoofdstuk 2, dat handelt over techniek, klank en betekenis. Een hoofdstuk waarin overigens ook Meander even wordt genoemd: bij het overzichtje van metrische vormen dat Breukers naar eigen zeggen heeft ontleend aan de website van Meander (blz. 63/64).

Door de hier getoonde scepsis kunnen de vaak hemelhoge verwachtingen bij beginnende dichters worden teruggebracht tot realistische proporties en dat lijkt mij niet verkeerd. Breukers is natuurlijk niet voor niets zelf redacteur van een poëziereeks. Gedichten schrijven is een kritisch en informatief boek. Je kunt het elke aspirant-dichter zo cadeau doen.

Augustus, 144 blz., € 12,50. ISBN 9789045702049

Ellen Deckwitz wint Meander Dichtersprijs 2009

Ellen Deckwitz (1982) heeft de Meander Dichtersprijs 2009 gewonnen.

In 2008 publiceerde Meander 32 afleveringen van de rubriek Dichters, waarin telkens een talentvol dichter centraal stond. Daaruit selecteerde een jury, bestaande uit Roos Custers, Vicky Francken, Raymond Noë, Frank Pollet, Ilse Starkenburg en Herlinda Vekemans, zes genomineerden.

Uit die genomineerden kozen lezers en donateurs van Meander de winnares, Ellen Deckwitz. Zij kreeg 23% van de stemmen. Op de tweede plaats eindigde Lieke Marsman met 20% van de stemmen. Anna de Bruyckere eindigde met 16% van de stemmen op de derde plaats.
De overige genomineerden waren Maarten Inghels, Ingeborg Klarenberg en Peter W.J. Brouwer.

De winnares ontvangt een prijs van 300 euro. De overige genomineerden krijgen een boekenbon.

 

Ellen Deckwitz tijdens een optreden in de Prinsentuin in Groningen. (Foto: Elly Woltjes)

Ellen Deckwitz woont in Utrecht en is bijna afgestudeerd in de literatuur- en cultuurwetenschap. Ze specialiseert zich daarbij in receptieonderzoek, actuele Amerikaanse letterkunde en continentale filosofie vanaf de 20e eeuw.
Ellen is coördinator bij de Stichting Literaire Activiteiten Utrecht. Eind dit jaar is zij finalist in het Nederlands kampioenschap Poetry Slam.

Ellen Deckwitz is heel blij met de prijs. Vooral omdat hieruit de waardering blijkt van lezers, onder wie veel mensen die haar niet persoonlijk kennen. Dat er drie vrouwen op de eerste plaats zijn geëindigd, vindt zij heel goed omdat de poëzie in Nederland nog te veel een mannenbolwerk is. Dat zij alle drie direct of indirect filosofie studeren, vindt Ellen niet vreemd. Poëzie en filosofie proberen in taal iets uit te drukken wat eigenlijk niet te zeggen valt. 
Ellen bedankt de jury en iedereen die op haar heeft gestemd. Wie haar in december steunt tijdens het slamkampioenschap kan rekenen op een drankje.
Ellen is tijdelijk te bereiken via dit e-mailadres: winnaar2009@meanderwedstrijd.info.

Dichtersprijs 2009 : http://meanderwedstrijd.info/dichtersprijs2009

Winnares Meander Dichtersprijs 2009 morgen bekend

Morgen, 15 januari, wordt bekend gemaakt wie de  Meander Dichtersprijs 2009 heeft gewonnen.
Inmiddels is de stemming afgesloten en kan al bekend worden gemaakt wie op de derde tot en met de zesde plaats zijn geëindigd.

De stemmen van de lezers en donateurs van Meander leidden tot de volgende uitslag.

3. Anna de Bruyckere (16 % van de stemmen).
4. Maarten Inghels ( 15 % van de stemmen).
5. Ingeborg Klarenberg (14 % van de stemmen).
6. Peter W. J. Brouwer (12 % van de stemmen).

De Meander Dichtersprijs 2009  is gewonnen door Ellen Deckwitz of Lieke Marsman. Zij moeten nog even in spanning zitten over de uitslag.

Recensie van Hollandse luchten - Jan de Bas

Poëzie Kort: Lichtvoetige gedichten uit Rotterdam

Jan de Bas
Hollandse luchten
Uitgever: Kok

ISBN 9789043515740

blz.

Met Hollandse luchten, verschenen bij de christelijke uitgeverij Kok in Kampen, gaat Jan de Bas verder op de weg die hij insloeg met Dat zijn zo de dingen waar het hier om gaat (2002). Er staan filosofische gedichten in, gedichten over de liefde, gedichten over het geloof. En dat alles overgoten met een licht ironisch sausje waardoor elk vers het karakter van light verse krijgt. Wat dat betreft past de poëzie van De Bas mooi bij het werk van zijn plaatsgenoot Jules Deelder, al is laatstgenoemde doorgaans scherper. Zie als voorbeeld het hieronder weergegeven gedicht ‘Huismus’, dat eerder, in oktober 2008, verscheen in Jozef Deleus poëzietijdschrift Het Liegend Konijn. Jammer alleen van de alternatieve vormgeving waar hier mee is geëxperimenteerd. Het gebruikte lettertype Tom Waits van Peter Slager is uitermate slecht leesbaar en lijkt mij eerlijk gezegd totaal ongeschikt voor de broodtekst van een dichtbundel.

Huismus

Vaak te gewoon voor woorden.
Van hoopje veren tot
een vliegend stukje grijs
fladdert rond het vaderhuis.

Doodeenvoudig is hij niet.
Een mus verbergt geheimen
die hem meegeschapen zijn.
In zijn ooghoek drukt dat feit.

Een vogel met verdriet,
die twee keer eet dat wat hij weegt.
En toch is hij niet zwaar.
Hij torst een licht gemis.

Uitgeverij Kok, 48 blz., € 12,50. ISBN 9789043515740