Gedichten

door Gino Van Looy (1974)

Bootvluchtelingen

als de bootvluchtelingen aanspoelen in een Siciliaanse haven
is het altijd etenstijd
niet dat het me niets doet
maar klokvastheid is een gave
ik eet mijn spaghetti
en zie de laatste zwarten wegdrijven
sommigen bijna blauw
happend naar lucht
het is geen zicht
ik was mijn handen en
zeg het hen

‘mondje dicht’
 

Highway to hell

zachtjesaan
naar nergens of
misschien nog iets
verder

het spoor nog
niet bijster
neuk ik me
verloren

‘an arse an arse
my kingdom
for an arse’

deze barre tijden
vragen erom

net
als zij

haar handen op
de rug gebonden
tilt ze
haar kont

mijn koninkrijk
verdwijnt

ik kom
 

Ik wantrouw mensen
-niet zoals een zebra
argwanend kijkt naar de
vage contouren onder
het laaghangende
riet bij de
drinkplaats-
neen, gewoon
zoals in Hiroshima een
klein jongetje
keek naar
Little Boy
 
Voor Gino Van Looy gaat de poëzie niet over de dichter

Liever geen Valentijnsgedichten

 

Gino Van Looy (1974) is in het dagelijks leven gemeenteambtenaar en freelance schrijvend sportjournalist: ‘In die job leer je goed de juiste woorden kiezen: je krijgt een aantal regels en daarin moet je je boodschap kwijt. Niet meer, niet minder.’

Je noemt Charles Bukowski je grote voorbeeld.
Ja. Zijn stijl, zijn onderwerpen en vooral het ritme van zijn poëzie zijn voorbeelden voor mij. Geen grootse woorden, maar de alledaagse waanzin die recht naar het hart gaat. Maar ook Slauerhoff heeft me beïnvloed met zijn exotische, weemoedige cynische gedichten en onvergetelijke versregels als ‘Oh Conakry oh Conakry wat was je heet/ nog heeter dan je hoeren’. Gezelle met zijn onvoorstelbaar ritmische taal, Komrij, De Oostakkerse gedichten van Claus, en Jan Arends, de meester van het ‘met zo weinig mogelijk woorden zo veel mogelijk zeggen’.

Er was wat twijfel op de redactie over het plaatsen van je gedichten. Ze werden ervaren als goedlopend, raak, maar ook wat ‘dun’. Hou je je gedichten bewust zo eenvoudig? Vind je dat er te ingewikkeld gedaan wordt in de poëzie?
Ik vind dat een dichter met zo weinig mogelijk woorden zoveel mogelijk moet zeggen. Dit impliceert dat elk woord raak moet zijn. Ik heb de indruk dat sommige dichters hun poëzie bewust ingewikkeld maken om de lezer het gevoel te geven dat ze iets weten dat de lezer niet weet, een soort van intellectuele arrogantie. Als afgestudeerd germanist heb ik zeer veel poëzie gelezen, maar vanaf het moment dat er verklarende woordenboeken bovengehaald moeten worden om een gedicht te begrijpen, haak ik af. Dichterlijke zelfbevrediging volgens mij, en dat kan best zonder mij.

Ik kan me voorstellen dat je gedichten het goed doen op het podium. Treed je veel op?
Eigenlijk niet, hoewel ik het wel prettig vind. Een keer of twee per jaar. Ik merk wel dat het publiek soms ongemakkelijk wordt, omdat ze niet weten of ze moeten lachen of huilen met mijn gedichten. Dat is ook een beetje de bedoeling, dat de lezer of luisteraar even nadenkt bij de gedichten, die ogenschijnlijk simpel zijn. Bovendien geef ik nooit commentaar bij mijn gedichten, poëzie moet voor zichzelf spreken, anders heeft zij gefaald.

Je schrijft geëngageerde poëzie. In Nederland is dat nogal uit. Hoe is dat in Vlaanderen?
Of mijn poëzie echt zo geëngageerd is, weet ik niet. Het is ook een soort spel. Bijvoorbeeld dat gedicht over de bootvluchtelingen. Is het mijn schuld dat ze de levensgevaarlijke oversteek maken? Neen. Kan ik er iets aan doen? Neen. Daarom schrijf ik er een gedicht over, zodat hun dood toch nog één zaak heeft opgeleverd, namelijk dat ze verder leven in mijn poëzie. Bovendien reis ik graag en vooral naar de Balkanlanden, waar armoede nog zichtbaar is. Om een cliché te bevestigen: de mensen zijn daar arm maar zoveel levenslustiger dan hier. Daarom krijg ik zowat het schijt van Nederlandstalige dichters die in hun gedichten de lezer opzadelen met hun levensgrote problemen: een writer’s block, de geliefde die hen verlaten heeft, verveling, mensen die hen niet begrijpen. Navelstaren is van alle plaatsen en tijden, maar de Lage Landen scoort daar toch hoge toppen in.

Hoe is dat te rijmen met je voorliefde voor Bukowski? Als er iemand graag over zichzelf schreef dan was hij het wel.
Wat je over Bukowski zegt klopt. Gedeeltelijk tenminste. Hij komt vaak in zijn gedichten en romans voor, maar het is heel verschillend van de Nederlandstalige navelstaarders. Bukowski gaat naar de renbaan, ziet hoe arme Mexicanen en hijzelf hun geld verliezen omdat het paard waarop ze gewed hebben mank loopt zonder dat ze het wisten. Ze zijn bedrogen. Dan kijkt hij naar boven, ziet de rijken champagne drinken en lachen met Bukowski en de zijnen. Dan keert hij naar huis terug, drinkt een fles wijn en denkt ‘ach ik leef nog en heb mijn wijn’. Of zoiets. Bij een Nederlandstalige dichter zou het eerder zijn: hoe kunnen jullie feesten of je druk maken om zoiets stoms als een paardenrace, terwijl ik, de Grote Dichter, met een writer’s block zit en mijn vriendin een erge hoest heeft? Bukowski is door zijn alledaagse waanzin universeel en relativeert het komisch-tragische tranendal waarin we leven, de Grote Dichter verkleint zijn visie tot Zijn Wereld en begrijpt niets van wat daar buiten staat.

Wat wil je bereiken als je een gedicht maakt? En wanneer is het goed voor jouw gevoel?
Een gedicht moet een geheel zijn. Alles moet kloppen, geen enkel woord mag er te veel in staan. De aanleiding van een gedicht is vaak een zin die ik ergens heb gehoord of gelezen, en daar schrijf ik dan een gedicht rond. Het moet ook klinken, er moet ritme in zitten. De inhoud kan variëren, maar ik probeer er toch een catch phrase in te stoppen, zodat de lezer even opschrikt. Vaak zijn dat ook de regels die men het makkelijkst onthoudt. Geen diamant, maar dynamiet, om een bekende uitspraak in verband met poëzie even om te draaien.

Je gebruikt grove beelden die er behoorlijk inhakken: verdrinkende bootvluchtelingen, anale seks, de atoombom. Die hebben effect, maar zijn ook behoorlijk algemeen. Wat zeggen je gedichten – desondanks, zou je bijna zeggen – over jou persoonlijk?
Ik ben van mening dat het middeleeuwse concept van dichters het beste was: de dichter verdwijnt volledig achter zijn werk en copyright bestaat niet. Elk woord is al eens gebruikt geweest en vaak ook hele zinnen. Dit betekent dat originaliteit quasi onbestaande is en je dus op een andere manier moet opvallen. Aangezien ik niet van gezapigheid en gezelligheid houd, ga ik voor het explosieve. Gedichten over hoe lief je geliefde is en hoe hard je haar gaat missen, zijn goed om met Valentijn aan je geliefde te geven, maar daar stopt het. Die gedichten bestaan al eeuwenlang en zijn door Dante en Shakespeare tot ongekende hoogten getild, dus daar moet je je niet aan wagen. In het genre van de bootvluchtelingen, de atoombom en de anale seks ligt nog een hele markt open. Om in het kort te zeggen wat mijn poëzie over mij zegt: weinig, alleen dat ik altijd op zoek ga naar originele invalshoeken.

Ben je van plan van het dichten een carrière te maken?
Een carrière als dichter lijkt me het ultieme, maar zoals al het ultieme is dat ook een illusie. In Dublin ben ik naar het Writer’s Museum geweest en het is werkelijk fenomenaal hoeveel Dubliners schrijver zijn geweest. Ook nu voorziet de Ierse regering nog steeds in een soort subsidie voor bijna elke Ier die als beroep ‘schrijver’ opgeeft. Daar kan je hier in België (en waarschijnlijk ook Nederland) alleen maar van dromen. Dit jaar heb ik uit pure miserie op Gedichtendag samen met een vriend zelf een poëzieavond georganiseerd, omdat de plaatselijke overheid niets organiseerde. We waren met drie dichters, er kwam veel volk op af, maar we hebben er geen euro aan overgehouden. Integendeel. Dus een carrière als dichter? Ik zou wel willen, maar tussen droom en werkelijkheid.

Nafiss Nia over de moderne Iraanse poëzie

Perzisch is suiker

 

Vorig jaar verscheen bij uitgeverij Bulaaq Stegen van stilte, een keuze uit 100 jaar moderne Perzische poëzie. Sander de Vaan sprak met een van de samenstellers, Nafiss Nia, en selecteerde een aantal gedichten uit de bijzonder rijke bloemlezing.

Nafiss, de door jou en Ronald Bos samengestelde bloemlezing Stegen van stilte is een prachtig boek, vol met interessante dichters die in ons taalgebied nagenoeg onbekend zijn. Hoe zou je in het algemeen de Iraanse poëzie omschrijven?
Iran is al eeuwenlang het land van poëzie, nachtegalen en rozen, maar de afgelopen honderd jaar is de ontwikkeling van de moderne poëzie nauw verbonden met de maatschappelijke gebeurtenissen en de politieke strijd tussen de machthebbers en de bevolking, in het bijzonder de intellectuelen. Als gevolg daarvan is de poëzie in Iran net zo gevarieerd als de politieke opvattingen. De een zou dat bloemrijk noemen, de ander verward. In beide gevallen slaat dat op de huidige situatie in Iran.
De moderne Perzische poëzie komt, in vergelijking met de Nederlandse poëzie, vaak als bombastisch over en daarom ook als onverteerbaar voor Nederlandse lezers. In verschillende variaties gebruikte termen als ‘verbijsterde tuin’, het ‘beherfste huis’ en de ‘manige nacht’ zouden voor lezers in Nederland moeilijk te pruimen zijn, maar als je bedenkt dat symbolen en metaforen in een tijd van voortdurende repressie de enige gereedschappen zijn voor Iraanse dichters om hun boodschap over te dragen, zou je je als lezer wel twee keer bedenken voordat je de moderne Perzische poëzie als hoogdravend neerzet.
Nima Youshij, de vader van de moderne Perzische dichtkunst, beschrijft de poëzie als volgt: ‘Poëzie is kracht, de kracht van zintuiglijke waarneming waardoor verschillende beelden in hun verschijning beladen worden met betekenis en daarom krachtig zijn. De dichter die een scherp zintuig en een krachtige waarneming heeft, staat in de eerste plaats in een emotionele verhouding tot zijn eigen leven en dat van zijn medemens. Poëzie komt noodzakelijkerwijs in contact met het sociale leven en met sociale problemen. Iedere dichter is dan ook betrokken bij het leven van de maatschappij.’

In veel landen leidt de poëzie een marginaal bestaan. Geldt dit ook voor de dichtkunst in Iran?
Perzisch is suiker‘ is een gevleugelde uitdrukking in Iran die de liefde uitdrukt voor de eigen taal én voor poëzie. Hoewel de dichtkunst in Iran zwaar te lijden heeft onder de censuur, economische problemen en het verlies van het vertrouwen van de Iraniërs in politiek, blijft zij voortbestaan. Het is wél zo dat de gedichten de afgelopen twintig jaar, als gevolg van het almaar strengere censuurbeleid van het regime, steeds abstracter en metaforischer zijn geworden, waardoor ze moeilijk te begrijpen zijn voor de doorsnee poëzieliefhebber. Dit heeft geleid tot een kloof tussen de lezers en de hedendaagse poëzie, maar het betekent niet dat Iraniërs geen poëzie meer lezen. De poëzie van de meesters in de moderne poëzie, zoals Shamlou, Sepehri, Farrokhzad en Sales, wordt veelvuldig gelezen, evenals de gedichten van klassieke dichters als Hafez, Saadi, Khayyam en Rumi.

De Iraakse dichter Al Galidi vertelde ons dat er van de twintig miljoen Irakezen minstens tien miljoen actief dichten. Geldt dit percentage ook voor Iran?
Hij heeft vast en zeker het Iraanse gezegde overgenomen. Maar nu gaan Iraniërs nog een stap verder en zeggen: De ene helft van de Iraniërs is dichter, de andere helft filmmaker! Veel Iraniërs hebben namelijk belangrijke internationale filmprijzen ontvangen.

Dan ben jij twee Iraniërs in één, want je maakt films én schrijft gedichten. Mooie gedichten:

Tijdelijk

Je hoeft alleen naar zijn bruine schoenen
met rode veters te kijken om door te boren
in zijn intimiteit.
Weemoedige deuntjes, het wazige zonlicht en
de wapperende versleten versieringen van
lang geleden, stropen met troosteloze snavels
mijn droomjurk af.
‘Een dag is te kort, kom terug,’ zegt hij, en ik maar
haastig denken dat het voorbij is, en genoegen
nemen met de kleine pijn van het afscheid dat het
geheugen doet opbranden.
Ik stap naar buiten. De aarde beweegt zich
naar voren. De wind sist. Hij is zo gauw verleden.
 

Waar moet volgens jou een goed gedicht aan voldoen?
Ik ga hier niet op technische zaken in. Maar een gedicht is voor mij eenvoudigweg goed wanneer mensen de essentie, een stukje, een vers of een paar woorden bijblijft. Als mensen naar mij komen en een vers van mijn eigen gedicht herhalen en hun mening daarover uiten, denk ik: dit is goed gelukt.

In de inleiding van de bloemlezing leggen jullie de betekenis van de titel uit. Kun je onze lezers hier ook uitleggen waarom stegen zo belangrijk zijn in het Iraanse leven?
‘Steeg’ is een veelvoorkomend begrip in de moderne Perzische poëzie. In het leven van iedere Iraniër spelen stegen een belangrijke rol. Er vinden allerlei gebeurtenissen plaats: stiekeme afspraken, verboden handel, amoureuze en politieke ontmoetingen en verzoeningen. In gedichten is de steeg de ene keer een herinnering aan de ontmoeting van geliefden, de andere keer staat de steeg voor de buitenwereld, en soms is de steeg alleen een stil moment van dichterlijke inspiratie.

Welke dichters springen er voor jou uit in deze bloemlezing?
Nima Youshij (1895-1959), zijn taal was de taal van het volk en hij maakte als eerste gebruik van dialect als poëtische taal. Het leven, de liefde en de dood waren in de gedichten van Nima tastbaar en herkenbaar aanwezig en hij ontleende zijn beelden aan de realiteit van de natuur en het dagelijkse leven.


‘s Nachts. Wanneer de valleien als dode slangen slapen,
wanneer de hand van de lelie een net om de voet van de jeneverbes werpt
zelfs als je je mij niet meer herinnert, vergeet ik je niet;
naar jou kijk ik uit.
 

Ahmad Shamlou (1925 -1999). Hij geldt als een van de meest invloedrijke dichters na Nima. Shamlou was evenals Nima een zoekende geest, maar absoluut geen imitator. Hij durfde altijd tegen de stroom in te zwemmen.

Nooit vreesde ik voor de dood
hoezeer zijn handen brekender waren dan de ondergang.
Ik ben – echter – bang voor de dood in een land
waar het loon van een doodgraver
hoger is dan
          de prijs van de vrijheid.
 

Een ander bijzonder kenmerk van Shamlou is dat, in tegenstelling tot eerdere dichters, de vrouw in zijn poëzie gelijkwaardig aan de man is, een aardse liefdespartner met bijzondere eigenschappen, een spiegel voor de liefde.

Jouw blik
is de ondergang van een geweldenaar –
een blik die de naaktheid van mijn ziel
met liefde
          bekleedt
zodat mijn heden
                  – de vensterloze nacht van nooit –
een vermakelijke ironie lijkt geweest.
 

Houshang Irani (1925-1973). Hij was tegen moralistische poëzie en een voorstander van de ‘écriture automatique’. Hij wees elke tevoren bedachte regel, vorm of inhoud af.

Hima hoerai
gil wigoeli

niboen … niboen

de blauwe grot rent
met een hand aan zijn oor, dichtgeknepen ogen en gebogen
trekt aan een stuk door zijn mond open
een paarse schreeuw

het oor – het zwart achter de duisternis van een hooikist –
kauwt op het binnenste van een leeuw

hoem boem
hoem boem
wi joe hoe hee ie ie ie
hee jaja hee jaja hee jaja jaja a a a

(…)
 

Forough Farrokhzad (1935 -1967). In haar werk had zij aandacht voor het individu, de maatschappij en de kosmos. Zij gaf als eerste uitdrukking aan haar gevoelens als vrouw in de patriarchale Iraanse maatschappij.


Je kunt als de opwindbare poppen zijn,
met een paar glazen ogen de wereld zien
in een vilten doos kun je jaren
met een lichaam vol van hei tussen
vitrage en pailletten slapen
je kunt met de duw van iedere smerige hand
redeloos schreeuwen:
`ik ben zo gelukkig`.
 

Tahareh Saffarzadeh (1936). Haar gedichten zijn eenvoudig en direct en in tegenstelling tot Farrokhzad was Saffarzadeh ook intellectualistisch en formalistisch.

Mijn geboorteplaats had ik nooit gezien
waar mijn moeder
de zwaarte van haar buik
onder een dak neerzette.
Nog levend is
het eerste kloppen van mijn kleine hart
in de holte van de open haard
en de barsten van de oude tegels.
De sporen van de beschaamde blik
zijn nog te zien op de muren en de deur.
De blik van mijn moeder
naar mijn vader
naar mijn opa
een hese stem zei:
Het is een dochter!
De vroedvrouw beefde
door de twijfel aan een fooi voor de navelstreng
en de besliste dood van een bonus voor het besnijdenisfeest.
 

Kiomars Monshizadeh (1946). Hij staat bekend als de ‘wiskundige dichter’, omdat hij veel wiskundige en natuurkundige termen gebruikt. Monshizadeh vindt wiskunde de beste basis voor poëzie.

…de mens
wordt niet vrij
geboren
om vrij
te leven
en vrij
dood te gaan

de mens is een trieste cirkel
die zich steeds herhaalt.
 

Hafez Mousav (1954), een dichter die meestal eenvoudige maar prachtige beelden gebruikt.

In de dromen van vogels laten ze ons niet toe

zo kort als jij in mij opstijgt
en ik
uit jouw handpalm
een slokje drink
is het genoeg.

Welk voordeel heeft
de wereld bij ons leed?!
 

Rasoul Younan (1969). Zijn poëzie is doorspekt met humor, wat in de moderne Perzische gedichten een zeldzaamheid is. Zijn humor kan nog meer rijpen, maar is nu al opvallend en diepzinnig.

Met een gedicht en een sigaret
vecht ik tegen de onrechtvaardigheid
ik ben een dwaze Don Quichotte
die in plaats van een helm en een lans
een potlood in mijn hand en
een pan op mijn hoofd heb
neem een foto van mij als een aandenken
ik ben de mens van de 21e eeuw!
 

Narges Zohrenassab (1973). Haar eenvoudige gedichten bevatten een onderhuidse rebellie en cynisme. Ze zijn vol zelfspot en verweven met weemoed.

In plaats van een ingelijste foto
hang ik nu mijn kousen aan de spijker in de muur
het water druppelt
          en druppelt
als de regen
als een traan.
 

Je noemde zojuist Forough Farrokzhad en Ahmad Shamlou, in wier gedichten de vrouw geen ‘onderdanige’ rol speelt. Is hun werk vandaag de dag nog van enige invloed op het denken over de machtsverhoudingen tussen man en vrouw?
Nou en of. Vooral de poëzie van Forough werkt als een leidraad voor het hedendaagse leven van veel vrouwen, met name de vrouwenactivisten die met hun pen en mond voor de gelijke rechten voor mannen en vrouwen strijden.

Komen de nieuwe geluiden in de Iraanse poëzie vooral uit Teheran? Of zijn er ook andere streken die relatief veel belangrijke dichters hebben voortgebracht?
De Iraanse dichters komen natuurlijk overal vandaan. Toch verhuizen veel van hen uiteindelijk naar Teheran, waar zich de meeste uitgevers en de bekendste literaire tijdschriften bevinden. Bovendien heb je daar veel belangrijke literaire evenementen. Maar de laatste twintig jaar vinden er ook steeds meer literaire activiteiten in andere steden plaats. In Esfahan, Shiraz, Rasht, Kerman en nog een paar andere steden worden regelmatig poëzieworkshops georganiseerd met een bloemlezing van de beste dichters als resultaat. Er zijn zelfs een paar literaire tijdschriften, zoals Panjshanbeh/donderdag in Shiraz en Jong/Resumé in Esfahan die een bijzonder goede naam hebben en veel aandacht besteden aan de niet-Teheraanse dichters. En, niet te vergeten: een van de belangrijkste poëziefestivals van het land vindt ieder jaar in Esfahan plaats.

Stegen van Stilte
Uitgeverij Bulaaq, Amsterdam.
ISBN 978 905460 130 2

Gedichten

De groene sneeuw

Ik zag
dat in die lange winter de sneeuw groen was
ik werd wakker, verrast,
dat dezelfde sneeuw
in de schittering van de zon ontdooide en
de lege plaatsen opvulde met het zuivere groen
als van een groen verkeerslicht.

Ja, het groene licht
voor het passeren van een kille waarheid
naar een koele leugen
als mijn onware ontwaken
tussen het slapen door

desondanks zei de liefde
dat de groene sneeuw waarheid noch leugen is
het is een mogelijke schoonheid
die met de betekenis van het seizoen speelt
zodat de hoop niet zonder toeschouwer achterblijft…

Maftoen Amini (1926)
 

Lied uit de ruimte

Het is geen luchtspiegeling
de vrouw die over het verbod heen
naar mijn dorst kijkt

de boog van haar arm is de maan
de plooi van haar rok de melkweg
en haar haar
               de pasgeboren wolk
waar mijn nakomelingen, zonder twijfel
een liefdevol rendez-vous terugvinden
op haar vrolijke planeten

het is geen luchtbel
de vrouw die de verboden tijd passeert
het lichaam dat langs de hindernis
van de nachtwacht vliegt en met
wijn en jeugdige begeerte
in mijn nachtelijke bed wierook en zuchten vermengt

het is geen boek
het lied dat in de gestalte van de nacht
koorts opwekt

Manouchehr Atashi (1931-2005)
 

Indruk

In een steeg
fietst een fietser zonder hoofd
een vogel
zonder vleugels vliegt in de wind
een kind van de melkpoedergeneratie
zuigt bloed
het wist niets van de dood van zijn moeder
een man prevelt het angstgebed
hij buigt en komt niet meer overeind.

Raketten, geweren en tanks
Maken geen indruk meer.

Emran Salahi (1946-2006)
 

Aan het eind van dit gedicht
zul je de sneeuw zien,
je kunt je haar over een berg sneeuw uitspreiden
je kunt
je honingkleurige ogen
             boven zijn verwarde vlokken
             openen en huilen.

Je kunt de woorden van dit gedicht
In een hoek ophopen
om een droevige sneeuwman te maken.
Je kunt
zijn tranen van sneeuw
verzamelen
om nog een sneeuwman te maken…

Aan het eind van dit gedicht
is er niets
behalve het totaal witte papier:
een verdriet voor de stilte,
maar…
aan het begin van dit gedicht
             gaat het sneeuwen.

Kasra Anghaee (1967)
 

Midden in het donker

midden in het donker
heb ik je geroepen
het was stil en de bries
nam de gordijnen mee
in de vermoeide hemel
verbrandde een ster
stierf een ster

ik heb je geroepen
ik heb je geroepen
als een glas melk
was mijn hele bestaan
in mijn handen
de blauwe blik van de maan
raakte de ramen

een droevig lied
steeg op als rook
uit de stad van de krekels
als rook gleed het
langs de ramen

de hele nacht daar
midden op mijn borst
hijgde
iemand wanhopig

iemand stond op
iemand verlangde naar je
twee koude handen
weigerden haar weer

de hele nacht daar
druppelde het verdriet
van de zwarte takken
iemand verloor zichzelf
iemand riep je
de lucht stortte als puin
op haar neer

mijn kleine boom
was verliefd op de wind
op de dakloze wind

waar is het huis van de wind?
waar is het huis van de wind?

Forough Farrokhzad (1934-1967)
 

Water

Laten we het water niet bemodderen:
wellicht drinkt in de verte een duif van het water
Of wast een mus zich in een ver veld
Of wordt een kruik gevuld in een dorp.

Laten we het water niet vertroebelen:
wellicht stroomt dit water naar een witte populier
om een gebroken hart te troosten.
Wellicht doopt de hand van een zwerver
een stuk droog brood in het water.

Een mooie vrouw zit bij de rivier,
laten we het water niet bemodderen:
haar mooie gezicht wordt verdubbeld.

Wat een heerlijk water!
Wat een heldere rivier!
De bewoners stroomopwaarts hebben het prettig!
Mogen hun bronnen schuimend blijven
en hun koeien vol melk!
Hun dorp heb ik nog niet gezien
ongetwijfeld zijn naast hun tentpalen
de voetsporen van God te zien.
Daar verlichten maanstralen de diepte van het woord
ongetwijfeld zijn de muren daar laag
mensen weten wat voor bloem de papaver is
ongetwijfeld is blauw daar blauw
een bloesem bloeit, iedereen weet het.
Wat een dorp moet dat zijn!
Mogen de stegen vol muziek blijven!
De bewoners stroomopwaarts begrijpen het water.
Ze vertroebelen het niet, laten wij ook
het water niet vertroebelen.

Sohrab Sepehri (1928-1980)
 

Als een dorstige karaf

Voor Sohrab Sepehri,
die van dit gedicht hield

Vol leegte
stroomt de beek van de momenten.

Net als een dorstige karaf die van water droomt, en in het water een steen ziet,
ken ik mijn vrienden en vijanden.
Het leven heb ik lief;
van de dood ben ik een vijand.
Ai – maar tegen wie moet ik dit zeggen? Ik heb een vriend
om wie ik liever naar de vijand ga.

De beek van de momenten stroomt.

Mehdi Akhavan Sales (1928-1990)
 

Blauwe kamer

Mijn dagelijks make-up leg ik neer
naast de gebroken spiegel van mijn gedachten.
Met het ogenpotlood omlijn ik
mijn dunne lippen.

Alles wat ik doe om te geloven,
dat de blauwe kamer niet echt mooi is,
helpt niet.
Hij is nu leeg
            anders dan ik.
Zijn schoonheid is nu verdubbeld
            net als ik.

In plaats van een ingelijste foto
hang ik nu mijn kousen aan de spijker in de muur
het water druppelt
            en druppelt
als de regen
als een traan.

Narges Zohrenassab (1973)

Vertaling Nafiss Nia en Ronald Bos
 

Gedichten

door Ivo Allewaert (1980)

uitgeteld

voor haar is vermageren
een aankondiging van de dood,
die ze altijd een kilo voor wil zijn

elke ochtend
op de weegschaal
een verzadigde glimlach
vijfennegentig kilo
vijfenzeventig jaar
schitterend

maar het kan beter
ik geef haar chocolademelk,
kniel en kijk:

stigmata in pantoffels verstopt
stappen gaat moeizaam
het bloed neemt een loopje met haar
is niet te stollen

ik moet er niet al te zwaar aan tillen
het zijn slechts tekens
die een heiden mag negeren
zegt ze, na elke slok
vult ze de laag slagroom weer aan

voedsel voor de suikerspin
die in haar bloedbaan klontjes kakt
van het scherpste kristal
en onderhuids
een ‘hier knippen’ strook tatoeëert

ik moet er niet al te zwaar aan tillen

drie weken na de operatie
duw ik haar
met een pijnlijk gemak
naar huis

gelukkig kan ze niet meer
op de weegschaal staan
 

incognito

ik kruip de volksmond in
en trek tegen de tong van leer

die draait beton
moddert aan de stad
waar achterbannelingen spuwen:
polaroidgedachten, het klikt

dagen aan elkaar
tot het jachtseizoen
fazanten uitstrooit
in een bosje bloemen

als naakte vrouwen
die enkel de ogen bedekken
en zeggen: je ziet ons niet

zweren jullie trouw mijn etter?

kastelen, ik heb er veel
koud gemaakt met natte dromen

 

diefstal!

ze had erom gevraagd
ik gaf haar de wereld
‘een koopje, wegens faillissement’

samen sprongen we
op die grote bal
en hoe harder we liepen,
hoe sneller hij achteruit ging

we stopten,
keken hoe het leven ontstond

tussen de eencelligen
wij, een koningspaar,
genoten gretig vruchtgebruik,

tot we werden opgevreten
door een oude man met baard

Marx of zoiets