| Meander * Dichters * Jeroen Dera | ||
|
Jeroen Dera
KIST
bij toeval dacht ik vanochtend aan de dood. ik zag geen wreedaard, zeis of zwart fluweel, ik zag niets. in de keuken stond een kist. dit is een drager van aardappels. men haalt ze uit de grond, neemt hun jas aan, de kapstok is een groene bak, ma serveert met bonen. dan eet je met smaak. het mes snijdt aan twee kanten het naaktgekookte bovenlijf aan kruimels. men zou je zo maar opgraven. HERZ
een koe is zich zijn staart niet bewust, hoogstens de vlieg. zo zagen we er een staan roken het groene gras, dachten dat te ruiken. jij meende ook de vlieg te horen suizen, sprak smalend: 'het zoemt hier' ik dacht aan hera, de godin, en vroeg me af of het haar appel was waarin wormen zich boorden. toch hoorde slechts de stilte, zelfs toen je wegfietste. SCHAALDIER
als een parachute openklapt maar er geen lucht bestaat zo liep ik langs de kust en zag kinderen op rotsen zich hurken als kangoeroepoten hoewel alle schelpen fluisteren: 'jullie ontspringen niet' het was glad die dag, men sprak wel van spek, zoals een parachute niet opengaat en er wel lucht bestaat |
||
| < ^ | deze tekst printen |