Meander
  http://meander.italics.net
  literair magazine
ISSN 1871-1820
aflevering 270 * 3 juli 2005 * verschijnt om de twee weken op zondag

meander is gratis, maar vrijwillige financiële bijdragen zijn nodig * kopij is welkom
reageren, abonneren, opzeggen, adres wijzigen, zie: meandermagazine.net/service


gedichten * miniatuurtje * recensies * artikel * proza * wedstrijd * nieuws * colofon 
Inhoud


"Dichten, ik moet het u afraden," zegt Herlinda Vekemans
>
Recensie: Passionele, rauwe en Finse poëzie van Sirkka Turkka
>
Recensie: Daniel Dee, een waardige opvolger van Jules Deelder?
>

Miniatuurtje: Sonnetten voor Laura >

En verder
Gedichten >      Nieuws >      Meer recensies >      Wedstrijd >



(advertentie)


inhoud * miniatuurtje * recensies * artikel * proza * wedstrijd * nieuws * colofon 
Gedichten


Vogel

Wat als het woord op de wind wacht en wankelt
als zuchtend de lucht lacht om het woord 'wind'.
That which we call a name by any other wind
would be blown away, so what's in a world?
Wij synonoemen roofwoorden en sturen hen op jacht
in de jachtige, wild-winderige wereld van daad en dood.
Roofwoorden: roofwoorden.

Wie zou nou een woord willen wezen – woord:
utopische werkelijkheid met tijdloze nagalm.
Ik neem een naam en noem een ding en niemand
die zich daaraan stoort, niemand die zich vragen stelt.
Ik neem een woord als napalm en ik bombardeer het
met letters, ketters en verklinkers, klikkers en tactiek.
A-A-a-a- lapman die een lap nam, pan mal.

Ik sta buiten in de cow loeit van woordeloos genot.
Waaien wil wel wind en wee en weer
verbaas ik mij om meer vervlieging.

Zonder water ben Demosthenes.
Wij woorden waaien weg.
Mijn woorden waaien weg en over weg en heg en wei
vergoten zij de voorsprong op de wereld en op mij.
Woorden waaien opgelucht in urenlange wind
en worden dan toch opgepikt, weer en wederom.

Iemand pikt mijn woorden op
en vliegt er dan mee weg.

De vleugel spreekt voor zich.

De woorden wieken klap.


Simon Horsten

auteurspagina Simon Horsten
reageer op dit gedicht


Dit gedicht van Simon Horsten is Meanders Gedicht van de maand juli 2005. Lees de bespreking op de site.



isola bella

ze was een glans
van tandglazuur tot scheenbeen
alsof de zon het ook niet wist
hoe aan te raken

en langs scheerde
zoals de zwanen zingen
over het meer van Isola Bella

en als ze sprak
in het dialect van klaprozen
stond het besef
als prikkeldraad langs de weg

er zijn geuren
waar je langs komt
en trilhaar bent
en luistert
naar de wartaal van de wind

en onzin opschrijft
over de schaduw van vrouw
die neervalt
uit de stappen van een kind

oud zijn,
zei de blauwe waakvlam in haar ogen,
is geen sjans meer hebben
bij een schone van zestien


staf de wilde

auteurspagina Staf de Wilde
reageer op dit gedicht




spiegelbal

het is de dauw die we
niet voelen, hier
in de morgen

wanneer in spiegels stukjes
wit door de kamer wiegen

het plafond bekruipen
tot waar

de zon op
gelijke hoogte klimt
met zijn blik die strak
verstart als de nacht

die wij deelden
stokkend stopt.

acht uur en het is feest hier.


Sylvie Marie

auteurspagina Sylvie Marie
reageer op dit gedicht




In die doofheid van ons stilte

(Vir almal wat op skei staan)

in die doofheid van ons ysige kil stilte
in die bitsige nadraai van ons seerkry
weier twee donkies om op hul landery
die geil oeste te pluk teen die bulte

die bed en vroegmôre tee is koud
ons praat deur ons kinders en vriende
later betrek ons selfs die bediende
onderwyl ons huis braakloop sonder sout

ons koppe staan nou na die skeihof
ongeag satan wat alles uit ons leegdra
onderdeur snedighede wat uit ons ontplof

vir ons kinders – geen antwoorde op hul vrae
saam byt ons as huisgesin in die stof…
ons het vergeet om begenadiging van GOD te vra

..................................................


In de doofheid van onze stilte
(vertaling John Zwart-Nederland)

in de doofheid van ons ijzig zwijgen
in de bittere nasleep van ons elkaar verwonden
met vruchten op 't land die 't zeer genezen konden
weigeren twee ezels wat zó ligt voor 't grijpen

het bed en ook de ochtendthee is koud
praten doen we langs kinderen en vrienden
en op de duur zelfs via de bedienden
terwijl 't huis om ons vervalt, verwaarloosd oud

in onze hoofden hamert slechts de scheiding
al is satan bezig onze harten leeg te eten
is het fel repliek dat ons de mond ontschiet

op kindervragen volgt het antwoord niet
heel ons gezin heeft nu in 't stof gebeten…
de vraag om genade Gods zijn we vergeten


Floris A. Brown

auteurspagina Floris A. Brown
reageer op dit gedicht




Op avontuur
  luister naar dit gedicht  
Achterop zit hij comfortabeler
dan hij had verwacht
ondanks de zwarte vrieskou
die zijn vermoeide handen omklemmen

Hij telt redelijk opgewonden
zijn zegeningen en de voorbijglijdende tijd
veertig vijftig zestig en nog meer
van hetzelfde

Sneller sneller
spoort hij de onbekende stuurman aan de
scherpe banden snijden alsmaar dieper
in de smeltende ondergrond

Chemische verbindingen doen hun werk
eindelijk eens een keer goed
hallucinerend op avontuur
in de witte nacht


A.H.J. Dautzenberg

auteurspagina A.H.J. Dautzenberg
reageer op dit gedicht




(advertentie)


inhoud * gedichten * recensies * artikel * proza * wedstrijd * nieuws * colofon 
Miniatuurtje


Sonnetten voor Laura
een miniatuur door Kees Godefrooij

In het jaar 1348 stierf Laura. Ze viel ten offer aan de pest tijdens de grote epidemie die Europa teisterde. Laura was de muze van de dichter Petrarca. Petrarca werd geboren in 1304 in de Italiaanse stad Arezzo en verhuisde als kleine jongen met zijn ouders naar Avignon, waar zich in die tijd het hof van de paus bevond. Laura zag hij voor het eerst op Goede Vrijdag 6 april 1327 in de kerk van de Heilige Clara (God wat een vrouw!). Hij werd verliefd. Aan zijn liefde voor de onbereikbare Laura hebben we het liedboek te danken, een bundel die hij zelf Rerum vulgarium fragmenta, Gedichten in de volkstaal, noemde.
Op 19 mei 1348 hoorde Petrarca, op reis door Italië, van een vriend dat Laura op 6 april van dat jaar aan de pest was gestorven; hij schreef toen sonnet 267, waarvan de vertaling in de bundel is opgenomen. Tot ruim tien jaar na haar dood bleef hij gedichten aan haar wijden. Petrarca werd zo beroemd en kreeg zoveel navolgers dat er een literaire stroming naar hem is genoemd: het petrarkisme.

209

Mijn ziel is in uw heuvelen gebleven,
want ik vertrok, maar ben niet weggegaan
en heb mij van de last nog niet ontdaan
die Amor mij te dragen heeft gegeven.

Soms word ik door verbazing voortgedreven
omdat ik, verdergaand, u nader waan;
soms lijk ik, als ik voortga, stil te staan,
omdat ik van het juk niet werd ontheven.

Zoals een hertenbok die in zijn zijde
het wapen meedraagt dat hem doet verbloeden,
door sneller weg te vluchten meer moet lijden,

zo tracht ik mij soms van u heen te spoeden,
daar mij de pijl verwondde én verblijdde,
maar ben, verteerd van smart, het vluchten moede.

Francesco Petrarca 1304 – 1374
(vert. Ike Cialona)

Ike Cialona - Sonnetten voor Laura, Amsterdam 1998
Deze tekst is gebaseerd op het nawoord van de bundel.

Kees Godefrooij


(oproep)


inhoud * gedichten * miniatuurtje * artikel * proza * wedstrijd * nieuws * colofon 
Recensies


Het Noorden voedt zijn dichters op
Over de poëzie van Sirkka Turkka
door Milla van der Have

Poëzie moet bijzonder zijn, het moet je iets doen. Een goed gedicht vertelt je iets wat je nog niet wist maar toch ook wel; een goed gedicht opent een venster naar een ander vreemd bekend rijk, waar je een korte blik op kunt werpen. Als het venster zich gesloten heeft, kun je nooit aan derden navertellen wat je hebt gezien. Dat komt omdat het gedicht je niet op een rationele manier heeft aangesproken. Je hebt niet gezien met je ogen, maar met je hart. Het weten van de poëzie is niet het weten van het verstand, het is een intuïtief weten. Daarom mag goede poëzie ook onbegrijpelijk zijn; onbegrijpelijk voor het verstand. De poëtische intuïtie weet wat er bedoeld wordt. Maar leg dat maar eens uit.

Zo, precies zo, is de poëzie van de Finse dichteres Sirkka Turkka (1939). Haar bundel, De hond zingt in zijn slaap, een keuze uit haar gedichten uit de periode 1979 – 2003, opent een venster op een Noordelijk, mythisch landschap. Het is vreemd en woest en toch bekend. Zoals veel Noordelijke dichters, schetst Turkka een landschap vol woeste natuur. In die contreien is de natuur nou eenmaal grootser, dus neem het ze eens kwalijk. Bij Turkka wordt het landschap bevolkt door honden en paarden, die ook hier fungeren in hun aloude hoedanigheid als symbool van de dood. Met de honden en paarden wordt de dood in deze poëzie tot een altijd op de achtergrond aanwezig gegeven. En met die dood wordt een aparte relatie onderhouden. Af en toe lijkt hij bijna liefhebbend:

[...]
Bereid ook jij je voor, kleine struik,
die met zwarte vlammen aan mijn raam likt.
Maak je klaar en wees bereid.
Want de dood is teder
als hij komt.
Zonder woorden verklaart hij het wiegelied van je jeugd,
dat hij je brengt vanachter je gebogen gestalte,
van jaren, decennia her.

(p.26)

De dood staat in deze poëzie in een driehoeksrelatie met liefde en (religieuze) overgave. De liefde vraagt om overgave en daarin zit ook de dood verborgen.

Het aparte van Turkka's poëzie is met name het overdonderend gehalte ervan. De lezer wordt bestookt met poëzie; associatieve poëzie, vol persoonlijke symboliek. De thema's krijgen pas gestalte door alle gedichten te lezen. Doordat Turkka een vast arsenaal aan symbolen hanteert (met name honden en paarden), die in ieder gedicht weerkeren, begint zich iets van een beeld te ontvouwen, ook al hebben de symbolen vaak een andere lading of betekenis. Iets van herkenning zet zich echter vast en het intuïtief weten begint vorm aan te nemen. Dit in tegenstelling tot veel andere tegenwoordige poëzie, die eveneens zeer associatief is, maar waar de lezer maar niet geraakt wordt, omdat de betekenis te ver in het verstandelijke verborgen zit, maar nergens het gevoel wil raken.

Dat is de kracht van Turkka. Haar poëzie is passioneel, rauw en heeft soul. Het is groots en meeslepend. Het enige nadeel is het overdonderend gehalte ervan. Vanaf de eerste bladzijde barst er een atoombom van poëzie los. In elk gedicht zit wel een regel die raakt, maar de gedichten laten je amper tijd daarvoor, omdat een volgende regel, een volgend gedicht wacht. Dat is ook niet erg, want het landschap schuilt in de volledige ervaring van de hele bundel, waar het ene mooie gedicht na het andere wacht, rijk aan betekenis, symboliek en mythe. Maar beter spreekt de dichter zelf.

En de wereld stond op één been als een kraanvogel,
            toen moeder mij baarde, een tijger,
     bij wie de gekte in het hoofd zit,
                     zo'n wild wild zwijn,
een jachtluipaard sneller dan de wind, in zo'n winderige tijd.
              Ze baarde en baarde maar,
                      totdat ik ten slotte geboren werd
               met ogen om deze wereld te zien.
Arme moeder, arme, mager moeder, likte mij,
             voedde en beschutte me, verborg me in haar borstharen.
In sneeuw, zon en wind werd ik geboren,
            en ik zei meteen, ik dier, ik bad om een nacht,
                          donkerder dan de nacht, ik riep er tot de nacht,
waarin een licht helder heen en weer bewoog:
                        lieve Madonna, Beste Lady,
      laat me in de vrede van je voorhoofd slapen,
                    God der dieren, heb medelij.
             Ik ben pas geboren en nu kan ik al niet meer,
                       mijn borstelige babypoten
                       bidden: help mij.
En mijn moeder begon te weeklagen
      als een contrabas, als een gekwelde ezel
                                     en begon zich op te maken voor de dood
       als een oude lijsterbes, die bevend
de nacht in zich opslokt, de koning der koningen
    de naam der namen: de naam van de Dood.

(p.31)

Sirkka Turkka - De hond zingt in zijn slaap
vertaling en samenstelling Adriaan van der Hoeven, nawoord Tonnus Oosterhoff
De Bezige Bij, Amsterdam 2005; 78 blz.; € 17,50
ISBN 90 234 1699 6

Milla van der Have


Poëzie Kort
door Joop Leibbrand

Het Poetry International Festival in Rotterdam is een van de grootste en meest toonaangevende poëziefestivals ter wereld. Dit jaar vond de 36ste editie plaats en voor de vierde keer verschijnt nu onder de naam Hotel Parnassus een bloemlezing met een ruime selectie uit het werk van alle 29 optredende dichters. Voor het eerst is ook de traditionele lezing ter 'Verdediging van de poëzie' opgenomen, dit jaar van de Zweedse dichter Lars Gustafsson (vertaling Bernlef). Het is een wat wijdlopige, weinig coherente tekst, waarin de bekende uitspraak van T.S. Eliot 'The Poem must communicate before it can be understood' verreweg de pregnantste formulering is. Judith Herzberg, Frank Koenegracht, Gerrit Komrij, Erik Menkveld, Anne Vegter en Peer Wittenbols zijn de Nederlandse dichters, Tsead Bruinja de Fries in het gezelschap, en verder zijn dichters o.a. afkomstig uit Roemenië, Polen, Litouwen, Letland, Bosnië, Egypte, Israël en Iran. Geen wonder dat de Parnassusbundel niet tweetalig is. Een bijzondere plaats neemt het vertaalde werk van de gebarendichter Wim Emmerik in. Het festival besteedde namelijk niet alleen speciale aandacht aan de relatie poëzie – toneel, maar belichtte ook de gebarentaalpoëzie van doven.

Poetry International - Hotel Parnassus. Poëzie van dichters uit de hele wereld
De Arbeiderspers, Amsterdam 2005; 136 blz.; € 17,95
ISBN 90 295 6271 4

***

Daniël Dee (Empangeni, Zuid-Afrika, 1975) is dichter, performer, bloemlezer. Hij was met Petra Else Jekel huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen 2000-2001 en columnist bij Radio Rijnmond. Zijn gedichten verschenen in diverse literaire tijdschriften (o.a. in Passionate en Krakatau, het tijdschrift waarvan hij ook redacteur is) en enkele bloemlezingen, waaronder De Dikke Komrij en Rock 'n Roll. Dee was de samensteller van de in 2001 bij Passage verschenen bloemlezing Vanuit de lucht. De eerste generatie dichters van de eenentwintigste eeuw. Dezelfde uitgever bracht in 2002 ook zijn debuutbundel uit: 3D, schetsjes van onvermogen.
De nieuwe bundel Vierendeel krijgt twee statements mee. Een van Dee zelf op de flap: 'Ik tracht met mijn poëzie de dagelijkse burgerlijke sleur en middelmaat te doorbreken. Pas wanneer het vanzelfsprekende wegvalt openbaart zich het ware, glorieuze leven in al zijn positieve en negatieve facetten.' De andere, prominent op de voorkant van de bundel, is van Jules Deelder: 'Er zijn genoeg meelopers en na-apers, maar alleen Daniël Dee beschouw ik als een waardige opvolger.' Aldus zou je Dee kunnen zien als een vertegenwoordiger van de zwarte (stads-)romantiek, al lijkt het genre voor hem eerder een literair spel te zijn dan doorleefde eigen werkelijkheid, getuige 'Jeugdsentiment':

mike woonde met zijn ouders boven de patatzaak
hij had ambities wilde maffiabaas worden
met een eigen drugskartel ik mocht zijn rechterhand zijn
maar droomde stiekem van de wangen van sandra

mike belandde later aan de drugs en in de bak
ik bleek nogal handig in de tuin en verder onschuldig

[...]

rick dangerous en larry waren trouwens vals
vielen soms zomaar kinderen aan uiteindelijk
moesten ze worden afgemaakt omdat ze die ene
kleuter toen behoorlijk te grazen hadden genomen
wij wisten van niets en ze hebben nooit iets kunnen
bewijzen

Krachtige gedichten schrijft Dee, vol van een morbide, onmaatschappelijke levenslust. Niet het puik van zoete kelen, maar 'ontuchtvisioenen', vol 'kabaal en paniek' waarin een krassende pleeborstel een verrassend poëtisch beeld kan worden. In het titelloze gedicht 'er verandert weinig ik kom vertrek' staat: 'ik zal me/ hier nooit voorgoed vestigen'. In de dichterswereld heeft Dee desondanks zijn plaats gevonden.

Daniël Dee - Vierendeel
De Geus, Breda 2005; 48 blz.; € 13,95
ISBN 90 445 0689 7
www.degeus.nl
www.danieldee.web-log.nl/


***


De Zeeuwse dichteres/schrijfster Johanna Kruit (1940) hield dertien maanden lang (van mei tot en met mei) een haikudagboek bij, wat leidde tot een kleine vierhonderd gedichtjes. In de toelichting staat: 'Een haiku is vaak een snelle, betekenisvolle natuurimpressie waarin intuïtief en plotseling een gevoel van eenheid met al wat is tot uitdrukking wordt gebracht. Wanneer de lezer zich er voor open stelt kan hij door de haiku onmiddellijk ervaren wat de schrijver ervan ervoer.' Twee voorbeelden: 'ik sta bij de zee/ duizend armen om me heen/ hier ben ik veilig' (31 augustus); 'Gedichten schrijven/ over hoe het aan zee is/ en daar even zijn.' (5 februari). Kruit schrijft in het algemeen heldere observaties, waaruit een grote aandacht voor het detail blijkt. Een aardige bladerbundel, een van de betere in dit genre. En gelukkig weinig zweverig.

Johanna Kruit - Opgeraapt aan zee. Een haikudagboek
Illustraties Dees Goosen en Louis Jansen
Doorgeverij Zinderend, Bergen op Zoom 2005; 88 blz.; € 10,-
ISBN 90 76543 06 2
www.doorgeverijzinderend.nl
www.johannakruit.nl

***

Op twee websites (zie boekgegevens) doet Eric Rosseel (1950) openhartig verslag van een ongelukkige jeugd en een gekweld en turbulent leven, waarbij een voltooide studie psychologie en een universitaire baan hem niet konden behoeden voor een bijna fatale lichamelijke en geestelijke collaps ten gevolge van een combinatie van alcoholmisbruik, angstaanvallen en depressies. Na een bijna drie jaar durende opname in een psychiatrische inrichting presenteert hij zich met Reutel, 39 gedichten die grotendeels na zijn ontslag geschreven werden. De gedichten refereren alleen onderhuids aan zijn persoonlijke problematiek en hebben in het algemeen een bijzondere, haast weerbarstige kracht, zoals in 'De Nacht':

de Nacht is gevallen
mensen drinken hun laatste glas
komen op de rand van hun bed
tot inkeer
en zelfverminking
leven wordt onzichtbaar
gaat schuilen voor zichzelf

want het is oorlog
[...]

ik sta aan de zijkant
armen gekruist
alleen, ook deze nacht

Eric Rosseel - Reutel
Het Zinkend Schip, Amsterdam/Dendermonde 2005
44 blz.; € 8,00; ISBN 90 77798 08 0
home.tiscali.be/ericrosseel/
www.hetprieeltje.net/netbook48/
www.hetzinkendschip.com

Joop Leibbrand


Selma Parmentier - Alle meisjes vlinders
Klein en groot leed
door Elly Woltjes

Na vier romans komt de schrijfster Selma Parmentier nu met een bundel met negentien verhalen, die één ding gemeen hebben: ze gaan over klein en groot leed en hoe daarmee om te gaan. Volgens de website van de uitgever heeft de schrijfster in interviews met vele mensen de onderwerpen boven tafel gekregen. Op grond van die gesprekken kon ze deze verhalen schrijven. Hoewel ze soms voorspelbaar zijn, weet Parmentier met haar gevoelsverhalen de lezer te raken en te boeien. Meer nog dan bij de romans zijn de personages levensecht en trefzeker neergezet.
Het eerste verhaal, 'Nigel', gaat over een jongen met een verstandelijke handicap die het dankzij een voortvarende moeder brengt tot een baantje op het vliegveld. Het verhaal begint en eindigt met het ongeluk dat deze jongen overkomt, een constructie die de schrijfster zelden toepast. De meeste verhalen zijn recht toe recht aan geschreven.
Grote indruk maakt 'Dilemma', waarin een kind in een pleeggezin terechtkomt omdat zijn moeder niet voor hem kan zorgen. De jongen vindt het heel prettig in dat pleeggezin, maar durft dat niet toe te geven omdat hij met huid en haar verbonden is met zijn moeder. Hoe het kind verlost wordt van zijn dilemma, lezen we in het vervolg van het verhaal, dat hartverscheurend mooi is. Parmentier bewijst hier dat het kan: schrijven over emoties zonder sentimenteel te worden. Ten opzichte van haar romans is zij beslist sterker geworden.
Selma Parmentier (1964) schrijft sinds 1996 en woont en werkt in Groningen. De stad is in enkele verhalen van haar bundel het decor, maar niet nadrukkelijk. Centraal staat steeds het innerlijk van de personages. Of ze nu over kleine kinderen, jongeren of over mensen in hun laatste levensfase schrijft, steeds schetst Parmentier indringende portretten. Met 'Lieve Gerard' won ze de eerste prijs van een verhalenwedstrijd van Artsen zonder Grenzen en 'Passie voor Groningen' haalde de tweede plaats bij de Tine Clevering-Meijer Prijs. Dit verhaal over de vrouw die verknocht is aan haar stad vormt een mooie afsluiting van de bundel. Het wordt tijd dat deze uitstekende schrijfster meer bekendheid krijgt in de rest van Nederland en Vlaanderen.

Selma Parmentier - Alle meisjes vlinders
Passage, Groningen 2005; 160 blz.; €15,50
ISBN 9054521295
www.xs4all.nl/~passuit/

Elly Woltjes



(advertentie)


inhoud * gedichten * miniatuurtje * recensies * proza * wedstrijd * nieuws * colofon 
Artikel


Dichterschap
door Herlinda Vekemans

Dichten, ik moet het u afraden. Een mens is immers niet gemaakt om te dichten. Om het onheil maar meteen duidelijk te stellen, hoe dichter bij het dichterschap een dichter is, hoe dichter een dichter wordt. Met andere woorden: een dichter verdicht tot dichterschap. Een full-blown dichterschap, in essentie misschien een onschuldige genetische predispositie die niet tot narigheid hoeft te leiden, is te vergelijken met een niets ontziende tumor die zich op korte tijd een weg vreet langs alle vitale organen en tenslotte geheel bezit neemt van het dichterlijk gestel.

Ik weet niet hoe andere dichters dichter werden. Misschien componeerden zij hun eerste klankdichten op hun tweede en stamelden zij met de rederijkersversie van de Suzukimethode op hun vierde hun eerste proeven van dichterschap op een door hoopvolle ouders kunstig in elkaar getimmerd podiumpje in de woonkamer. Om het anders te verwoorden, misschien was het een aangeboren afwijking en leerden ze er op jonge leeftijd mee omgaan. U kunt velen van hen regelmatig horen en zien op de podia (de tijd dat de dichter tot een eenzaam Keatsiaans, Byronesk of Rimbaudelairiaans zonderlingenbestaan gedoemd was, is gelukkig lang voorbij) en u zult het met me eens zijn, een en ander valt best mee. Het is verbazingwekkend dat dichters hun dichterschap zo menswaardig kunnen vormgeven. Maar niet alle dichters hebben een zo groot aanpassingsvermogen, vooral niet als het dichterschap plots opduikt.

Zo werd ik een paar jaar geleden debuterend debutant. Ik had tot mijn ongerustheid iets geconstateerd dat op gedichten zou kunnen lijken. De dingen rijmden niet, dus waren ze misschien helemaal geen gedichten, maar een snelle blik in een aantal tijdschriften in de boekhandel leerde dat gedichten niet meer rijmden. Er waren nieuwe varianten ontstaan, en deze deden het prima zonder rijm. Ik liet een paar van de dingen lezen aan een vriend. 'Gedichten', zei hij, 'ga bij een specialist te rade'. Bij de specialist kreeg ik hetzelfde te horen: 'gedichten'. Biopsie, en opsturen voor fysiopathologisch onderzoek. De uitslag volgde niet veel later en bevestigde het vermoeden. Herhaalde onderzoeken leidden telkens tot dezelfde vaststelling. Een dichterschap had zich klein en voorlopig nog overzichtelijk in verschillende delen van de hersenen genesteld. Ik hoefde me geen zorgen te maken, zo werd me verzekerd, het dichterschap is een goedaardig, onschuldig carcinoom dat zich na een latente fase manifesteert in multiple tumoren en melanomatosis, naast perifere klachten als afasie, dyspepsia en insomnia, en dat occasioneel aanleiding kan geven tot veranderingen in de persoonlijkheidsstructuur gaande van neurose en psychose tot zowat alles wat in een exhaustief standaardwerk uit de psychiatrie aangetroffen wordt.

Na de eerste schok gaat de debuterende debutant door een aantal fasen waarin hij leert aanvaarden wat hem overkwam. Ongeloof, hoop en angst: het zijn allemaal gevoelens die met veel woordvertoon de revue passeren. Lotgenoten - en zeker zij die al jaren hun dichterschap met waardigheid of zelfs onverholen trots op de schouders torsen - kunnen of willen wellicht geen soelaas bieden. Een debuterend debutant wordt bijgevolg in Sartriaans unheimliche zin met zijn existentie geconfronteerd. Zelf vond ik nog het meest troost in de zoektocht naar informatie, eerst en vooral over de aandoening zelf. Ik was ook zo dom geweest om in de jaren voordien zelfs niet in de verste verte met een mogelijk dichterschap rekening te houden en bijgevolg wist ik niet meer van de Nederlandstalige dichtkunst dan wat ik in schoolse lessen geleerd had. De zaken dienden onverwijld aangepakt. Ik verslond de ene essaybundel na de andere. Het dichterschap en wat het met zich meebrengt, de dekselse gedichten, werden er op alle mogelijke manieren in geanalyseerd. Schielijk overleden gedichten gaven na autopsie bijzonder veel informatie over het leven van het gedicht en de dichter. Naast de essaybundels vond ik bijkomende informatie in de case studies van lotgenoten: dichtbundels. Ik kreeg er niet genoeg van; een perverse vorm van lettervreterij, die jammer genoeg ook menigmaal tot spijsverteringsstoornissen leidde.

Hoe het nu met mij gaat? Naar alle omstandigheden niet eens zo slecht. Ik ben nu dus: dichter. 'Dichteres' zult u zeggen, met het oog op mijn voornaam. Wel, als het u niet te veel stoort, liever niet. Woordgevoelig als ik sinds het begin van mijn afflictie geworden ben, heb ik 'dichteres' eens als een röntgenfoto tegen het dichterschap gehouden, en er blijkt iets niet te kloppen. Het woord is te lang en de klemtoon zit fout. Hoe dat in vaktaal heet weet ik niet. Hoe dan ook, een eerste operatie is gepland later dit jaar: mijn debuutbundel Versneden wordt dan bij het Poëziecentrum in Gent vakkundig en niet-invasief verwijderd.

Ik plak hieronder een verwerkingstekst uit de eerste fase na de ontdekking van mijn dichterschap, een stijloefening in gemene zwarte humor waar ik verder niets mee bedoel. Andere dichters hoeven zich niet beledigd te voelen. Ik heb het tekstje destijds uit pure balorigheid zowel in een tijdschrift (En er is) als in een lokaal uitgegeven boek laten opnemen (Germaanse. Herinneringen aan een opleiding (1894-2004); red. Freek Van de Velde en Geert Brône, Leuven: De Cavalerie). Het boek waarvan hieronder sprake is, is van Hugo Brems, De dichter is een koe (De Arbeiderspers, 1991).

Dichter bij de dichter?

Wat is een dichter? Hugo Brems is best stellig: een dichter is een koe, zo begint hij een van zijn boeken. De professor liet zo in zijn titel de dames onder de dichters galant voorgaan, maar volgens recente berichten in de pers zijn de meeste dichters mannen. Stieren dus. Dichten is dan niet iets voor watjes en doetjes, maar voor Pamplonastraatbestormende, toreadortartende testosterongeteisterden. Lyriek is viriel en gespierd. Maar ach de koedames die des ochtends dringend de poëzie uit barstensvolle uiers dienen te laten striemstralen, o de arme ingeweide Bella's, de lila-chocoladerepen deernen. Lyriek is dom en bont. De professor heeft dit alles echter allerminst zo bedoeld met zijn metaforische titel; het boek geeft een veelzijdig beeld van de dichter, maar voor een samenvatting is hier nu wat weinig plaats. Als we nu eens gewoon het woordenboek consulteerden?

Een dichter: wat is dat? Van Dale geeft de volgende omschrijvingen bij het lemma 'dichter' (uit het volgende citaat zijn de voorbeelden weggelaten):

dichter:
1. maker van een gedicht;
2. iemand die de gave heeft verzen te kunnen schrijven en dat min of meer geregeld doet; in versterkte betekenis: iemand wiens verzen echte poëzie zijn;
3. iemand die als een dichter voelt (en tewerkgaat).

Van Dale is hier

    - no-nonsense accuraat (in omschrijving nr. 1; en ook i.v.m. de producten ener dichter is hij kordaat: 'gedicht', 'verzen', 'poëzie' in de nummers 1 en 2);
    - voorzichtig-vaag omtrent de herkomst van het dichterschap (nr. 2: het is een 'gave');
    - stellig in het opruimen van pseudo-filosofische aarzelingen over de werkelijkheid (nr. 2: 'echt');
    - vaderlijk-gul in een poging om in de laatste omschrijving (nr. 3) alsnog ieder would-be dichter het ongetwijfeld gegeerde lemma toe te kennen;
    - in nr. 3 nogmaals genereus, maar dan om een andere reden, en wel om de erkenning dat er ook dichters zijn die weinig of zelfs geen gedichten schrijven maar het eigenlijk door hun aanvoelen van de dingen wél zijn (de dichter avant la lettre);
    - gezellig ouderwets tot regelmaat aanzettend (nr. 2 'min of meer geregeld'; een dichterlijke samenstelling uiteraard, dit woord 'regelmaat', en aldus een contextgevoelige en terechte aanmaning;
    - enigszins wars van al te gevoelsbeladen bedoeningen, in het toevoegsel tussen haakjes in nr 3: '(en tewerkgaat)'. Niet alleen 'voelen' dus, maar ook naarstig werken. De dichterlijke tweespalt inspiratie-werk is bekend. Bij het woord 'tewerkgaan' is de associatie met 'tekeergaan' echter nooit veraf, misschien had Van Dale in plaats van het neutralere 'voelen' hier wel liever 'tekeergaan' gebezigd. Het is immers niet uitgesloten dat Van Dale bezorgd en met enig argwaan toekijkt op hoe er met zijn woorden zoal te keer en te werk gegaan wordt.

Los van het verwarrende feit dat het woord 'dichter' Van Dale tot drie aparte omschrijvingen gebracht heeft, begrijpt u dat bovenstaande oppervlakkige analyse niet veel verduidelijkt. De woordenboekdefinitie is niet meteen van dien aard om gelijk welk would-be dichter met enig zelfvertrouwen op zijn dichtbloemen of ondichtonkruid (hetzij op papier, hetzij avant la lettre) te laten neerkijken.

De omgeving van het lemma biedt naast enig twijfelachtig soelaas ('dichtader', 'dichtluim', 'dichtvuur', dichtersnarcis (de Narcissus Poëticus)), en een niet mis te verstane begrip van het woord 'dicht' ('weinig tussenruimten overlatend', 'niet lek', enz.) ook al niet veel hoop. Vooral de werkwoorden (men herinnere zich het dichterlijke 'tewerkgaan' uit omschrijving nr. 3) zijn ronduit vernietigend: dichtgooien, dichtklappen (gedaan met dichtluim), dichtknijpen (van de dichtader?), dichtlakken, dichtmetselen, dichtplakken (rijmt met 'dichtlakken', beide kunnen meteen een gedicht in, dichterlievend van Van Dale), dichtschroeven, dichtslempen (iets met 'bouwvoren', meer informatie bij de b van bouwvoor, vermoed ik; een bouwvoor is misschien een dichtregel), dichtslibben (die dichtader natuurlijk, men weze gewaarschuwd voor al te vettig woordgebruik), dichtspijkeren (toe maar), dichtstikken (het is de naaimachine maar, zo de verhoopte dichter al ademnood voelde), dichtstoppen, dichtvallen (we zijn er nog niet), dichtvriezen (het lot van elk dichtvuur? en hoe zou het de Narcissus Poëticus vergaan zijn?), en om tenslotte dichterlijk sappig-knapperig i's en t's op te dissen en de would-be dichter in het laatste werkwoord vergeefs nog wat te laten letterkwijlen: dichtzitten. Een beter woord voor dichterlijke writer's block lijkt me moeilijk te vinden. Dicht, een gedicht is potdicht; dit kan na deze serie afdichtende werkwoorden zonder angst voor verdere letterlekken wel gesteld worden.

Ik meen na deze jammerlijke omzwerving voorzichtig dat mensen die zich 'dichter' noemen iets maken (ik durf het neutrale werkwoord 'maken' niet te vervangen door zo'n 'dicht'werkwoord uit de lijst hierboven) dat 'gedicht' heet (ik durf het woord 'gedicht' niet op te zoeken, en al evenmin de woorden 'gave', 'verzen', 'poëzie', en al helemaal niet het woord 'echt'), dat deze mensen 'als een dichter voelen' (een noodlottige slang-bijt-staartcombinatie, vandaar allicht de mythe van de door het noodlot getroffen, vroeg-stervende dichter; een dichter die zijn omgeving nog enigszins ziet twijfelen omtrent zijn vermeend dichterschap zorgt dat hij ten laatste zo rond zijn 30ste zijn gereserveerde plaatsje onder de dichterlijke zoden inneemt; aandoeningen van de luchtwegen zijn van oudsher een gepaste rite de passage), en, als een dichter tewerk dienen te gaan (nogmaals de gevreesde werkwoorden). Mensen die zich op deze manier door het bestaan moeten worstelen (heaven forbid) kan men niet anders dan sympathie toedichten (het werkwoord 'toedichten' zullen we nu maar even laten voor wat het is: in de gradatie potdicht-potdichter-potdichtst eerder het laatste, denk ik).

Het moge duidelijk zijn dat dit alles betekent dat deze woordenboekpoging om dichter tot de dichter te komen schromelijk mislukt is, wellicht niet in het minst door een ondichterlijk al te kwistig omspringen met letters (is Van Dale het zuinige gebruik van dichterlijke letters niet vergeten?). Een metafoor is dichterlijker en vooral woordzuiniger dan een woordenboekverklaring: laten we daarom opgelucht terugkeren naar het boek van professor Brems: een dichter is een koe; u herleest zijn boek wel even om te zien hoe dichten nu zo sappiggrassig en bruinogig in elkaar zit.

Herlinda Vekemans (1961) publiceerde eerder in De Revisor (nr 4, 2003; nr 2, 2004; nr 1, 2005), Poëziekrant (nr 3, 2004), DWB (nr 6, 2004), En er is (nr 3, 2005) en Nieuwzuid (nr. 17, 2005). Haar debuutbundel Versneden verschijnt later dit jaar bij het Poëziecentrum. Ze werkt aan het Interfacultair Instituut voor Levende Talen van de K.U.Leuven en geeft er cursussen medisch en academisch Engels aan studenten en onderzoekers.

Herlinda Vekemans


inhoud * gedichten * miniatuurtje * recensies * artikel * wedstrijd * nieuws * colofon 
Proza


De valkuil
Elly Woltjes

Marleentje was mijn aartsvijandin en gebombardeerd tot mijn vriendinnetje omdat ze het dichtstbijzijnde leeftijdgenootje was. Marleentje was speels, ietwat naïef en fantaseerde. Als ze bij ons de woonkeuken binnenliep, zong ze voor mijn moeder een zelfverzonnen liedje waar geen eind aan kwam. Mijn moeder moest altijd om haar lachen en mam en ik deelden het geheim dat zevenjarige Marleentje de waarheid niet wist en leugen, fantasie en werkelijkheid op één hoop gooide. Dat betekende niet dat ze niet slim was, oh nee, ze was vlot in het praten en ze wist veel voor haar leeftijd.
Toen we eens in de badkamer speelden bij Marleentje thuis vonden we een merkwaardig gekleurd papier met gaatjes. 'Dat is van de pil,' zei Marleentje. 'Die slikt mijn moeder zodat ze geen kindertjes kan krijgen.' Ik geloofde maar half in een pil die met kinderen krijgen te maken had. Vroeg wijs was ze, maar haar grote liefde was het spelen met poppen. Ik had een grote hekel aan haar als ik naast haar door de straat liep terwijl ze een brabbeltaaltje sprak tegen haar pop in het wandelwagentje.

Hele dagen speelden we buiten. We deden ingewikkelde figuren met elastiek om onze benen, het was de kunst om zo te stappen dat je op een gegeven moment weer bevrijd was van het elastiek: elastiektwist. Marleentje had nog iets waar ik van baalde. Ze showde altijd zo met haar nieuwe kleren. Zelfs wanneer ze een nieuwe onderbroek gekregen had. Dan liet ze zich bij voorkeur bij het elastiek twisten op straat vallen, zodat de vriendinnetjes zagen dat ze een nieuwe onderbroek had: roze met bloemetjes. We deden ook graag mee met stoere spelletjes van de buurjongens. We konden even goed mesje werpen als zij. Op een stuk zwart zand werd dan met een zakmes het land afgebakend dat jou toebehoorde en als je het mes gunstig wierp dan kon je je land groter maken. We speelden graag in half afgebouwde huizen, maar waren meestal te vinden op een klein stukje onbebouwd land dat tegenover onze huizen lag. Daar zou een huis gebouwd worden, maar vooreerst was het nog ons terrein.
Onze verzamelplaats stond vol distels en brandnetels en paardebloemen, het was nog ruwe grond met bobbels. Ik was goede maatjes met een paar jongetjes uit de buurt. Eigenlijk wilden we eigenwijze Marleentje wel eens een hak zetten en we vatten een plan op om Marleentje er in te laten lopen. We haalden scheppen van thuis en groeven een mooi diep gat in het braakliggend terrein. Dat gat, een beenlengte diep, stopten we vol met distels en brandnetels en zo ontstond die middag onze valkuil. We verkneukelden ons op het moment dat Marleentje verbijsterd en gillend in de kuil zou vallen. We bedekten de kuil met bladeren en takken en leidden er een weggetje naar toe met planken.
Pas tegen het einde van de middag kwam ze naar buiten, even vrolijk en fantasievol als altijd. We paaiden haar met verhaaltjes over een plan en dat moest daar en daar besproken worden. Met een clubje liepen we naar het veldje. Maar wat er ook gebeurde, Marleentje stapte precies steeds net naast de valkuil. We werden ongeduldig, liepen wat rond te springen en voor ik het wist was het gebeurd: ik zakte pardoes met m'n linkerbeen in de valkuil. De tranen sprongen me in de ogen. Iedereen begon te lachen en het hardst van allemaal lachte Marleentje. Ik wist niet hoe gauw ik thuis moest komen, ik was verbouwereerd. Mijn moeder depte het knalrode been met doeken en azijn en ik ben een dag of twee niet buiten geweest. Ik kan nog voelen hoe het schrijnde.

(dit verhaal verscheen eerder in Mens en Gevoelens)

Elly Woltjes



inhoud * gedichten * miniatuurtje * recensies * artikel * proza * nieuws * colofon 
Wedstrijd


Meander organiseerde een gedichtenwedstrijd met als doel het plaatsen van een gedicht op openbare Daltonschool 'De Meander' in Nieuwegein (Nederland). Zie deze aflevering van Meander.
Het was geen gemakkelijk opgave, want de gedichten moesten aan nogal stenge vormeisen voldoen. Niettemin kwamen er 25 geldige inzendingen binnen.
Uit die inzendingen kozen de leerlingen van groep 8 van school 'De Meander' samen met enkele docenten het meest aansprekende gedicht. Dat bleek te zijn een gedicht van Anna Bouyeure.

op de Meander leren wij zingen
rekenen en andere dingen
we zijn heel zelfstandig
en ook best wel handig

op de Meander leren we samen
maken gedichten op de ramen
wij die naar de Meander gaan
kunnen de hele wereld aan

op de Meander krijgen we taal
ieder heeft zijn eigen verhaal
je bent er geen nummer
wordt dokter of drummer

we mensen op de Meander
van binnen - en buitenlander
wit, zwart, bruin of blauw
op de Meander gaat het om jou


Het gedicht wordt op de ramen van de school aangebracht en op 30 september officieel onthuld in het bijzijn van alle kinderen met hun ouders, de docenten, de pers, de wethouder van onderwijs van Nieuwegein en natuurlijk Anna Bouyeure.


inhoud * gedichten * miniatuurtje * recensies * artikel * proza * wedstrijd * colofon 
Nieuws



Literaire Boeken Top 10
  1. Zorro - I. Allende
  2. Zahir - P. Coelho
  3. Mijn jongen - T. Parsons
  4. De toegift - C. Slee
  5. De verdronkene - M. de Moor
  6. De thuiskomst - A. Enquist
  7. Extreem luid & ongelooflijk dichtbij - J.S. Foer
  8. Schaduw van de wind - C. Ruiz Zafon
  9. God's callgirl - C. van Raay
  10. Geschiedenis van de liefde - N. Krauss
De Boeken Top 10 is gebaseerd op de verkopen van boekhandel
'Het Verboden Rijk' te Roosendaal in de periode 18 t/m 30 juni 2005.
 
Dag van het schrijven in De Rode Hoed
Zondag 28 augustus vindt in De Rode Hoed aan de Keizersgracht 102 te Amsterdam Schrijf! Dag van het Schrijven plaats. Vierhonderd schrijvers in één gebouw bijeen, schrijvend, luisterend, pratend, debatterend. De dag opent met een openbare schrijfwedstrijd onder leiding van de redactie van de Revisor (Manon Uphoff, Allard Schröder, Menno Lievers, Ilja Leonard Pfeijffer). Iedereen kan meedoen. Daarna is er een vol programma met lezingen, debatten, tekstbeoordelingen, schrijverscafé, workshops en literair amusement. De Dag van het Schrijven wordt georganiseerd door Club Schrijven, timArt en De Rode Hoed. Ontvangst vanaf 9.30 uur, slot en borrel tot 17.30 uur. Entree € 22,50. Meer informatie over en inschrijven voor deze schrijfdag op www.schrijven.org.

 
Kat François wint tweede Poetry World Slampionship
De Britse slamdichter Kat François is op donderdag 23 juni tijdens het 36e Poetry International Festival, uitgeroepen tot Poetry Worldslampion 2005. Tijdens de finale van het wereldkampioenschap Poetry Slam, gehouden in de Rotterdamse Schouwburg, streden acht slamdichters om de titel van World Slampion. François won, naast de eretitel, een bedrag van 500 Euro. Brendan McLeod (Canada) werd tweede en de Zweed Henry Bowers eindigde als derde. Kat François is slamdichteres uit de Londense scene. Behalve met poëzie houdt ze zich bezig met dans en er staan enkele korte films op haar naam. De gedichten van Kat François zijn opgenomen in verschillende bloemlezingen. Ze werkt momentaal aan haar debuutbundel.

 
C. Buddingh’-prijs 2005 voor Liesbeth Lagemaat
Op het Poetry International Festival is de C. Buddingh'-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie 2005 toegekend aan Liesbeth Lagemaat voor haar debuut Een grimwoud in mijn keel. De bundel is verschenen bij de Wereldbibliotheek. Liesbeth Lagemaat (1962) studeerde Nederlands en Taal- en Literatuurwetenschap. Ze heeft gewerkt als journalist, actrice, reclametekstschrijver, accountmanager en docent Nederlands. Ze publiceert met regelmaat gedichten in De Tweede Ronde en er werd werk van haar opgenomen in Gedichten 2001 van Davidsfonds Literair.
Informatie over Poetry en/of de C. Buddingh'-prijs: www.poetry.nl.

 
Monument voor Theo Thijssen
Op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam heeft burgemeester Cohen een door Jan Wolkers ontworpen monument voor Theo Thijssen onthuld. De kinderboekenschrijver, schoolmeester en socialist Theo Thijssen (1879-1943), vooral bekend door het boek Kees de jongen, werd daar in 1943 begraven. In 1955 werd zijn graf al geruimd. De Stichting Theo Thijssen kwam met het plan voor een gedenkteken op de plek van diens voormalige graf.

 
Paul Witteman schrijft boekenweekessay
De journalist en televisiepresentator Paul Witteman is door de Stichting CPNB gevraagd het boekenweekessay voor 2006 te schrijven. Het motto van de Boekenweek 2006 is BOEM PAUKESLAG - Schrijvers en muziek. Eerder werd al bekend dat Arthur Japin het Boekenweekgeschenk schrijft. De 71ste Boekenweek vindt plaats van 15 tot en met 25 maart 2006. Klassieke muziek is een grote passie voor Paul Witteman. Hij schrijft daarover al jaren voor de Volkskrant. In 2003 verscheen van zijn hand bij uitgeverij Balans de bundel Hoor en wederhoor. De klassieke keuze van Paul Witteman, waarvan meer dan 50.000 exemplaren zijn verkocht.

 
Schrijven in rust - zomercursussen
Vier dagen “schrijven in rust”, op een groene plek aan de rand van oost Nederland. In Twekkelo (Twente) en Rekken (Achterhoek) worden resp. van 10 tot en met 13 en van 17 tot en met 21 augustus zomercursussen schrijven gegeven. Aan het werk met opdrachten, onder andere rondom landschap en seizoen. Werken aan eigen opdrachten. Werkmomenten in de groep en op jezelf. Schrijven, lezen, proberen, bespreken. Proza en poëzie. Zowel voor beginners als gevorderden. Er zijn nog enkele plaatsen vrij. Voor informatie en opgave kan worden gebeld naar telefoonnummer 074 267 27 77 of kijk op de website www.detalentuin.nl.

 
Demodokos opgeheven
Boekhandel Demodokos aan de Reestraat 24 te Amsterdam wordt na een bestaan van vier jaar opgeheven. De boekhandel was gespecialiseerd in poëzie en kamermuziek. Gedurende de hele maand juli kan nog worden geprofiteerd van de opheffingsuitverkoop. Demodokos is geopend wo-vrij 11.00-18.00 uur en za 11.00-17.00 uur. In de afgelopen maanden traden Diana Ozon, Tsead Bruinja en F. Starik op als gastdichter van de maand. Op kleine schaal wordt geprobeerd om door te gaan met het gesproken woord op cd en het uitgeven van bibliofiel drukwerk. Zie voor meer informatie de website www.demodokos.nl.

 
Risee in Letterland-redactie stelt weblog ter beschikking
Van Olaf Risee is het aardige initiatief zijn weblog Risee in Letterland (risee.weblog.nl) regelmatig een week te laten invullen door een gastauteur. In de tweede week van juli is het de beurt aan Erik Jan Harmens, begin augustus vult Danny Degenaar de kolommen en vanaf zondag 28 augustus is het de week van de Vlaamse literatuurwetenschapper Jos Joosten. Voor meer informatie over de Letterlandweblog kunt u mailen naar (de letters X uit dit adres verwijderen!).

 
Couperus’ laatste reis
Vervuld van grootse plannen vertrok Louis Couperus in 1921 naar het Verre Oosten. Die reis duurde van oktober 1921 tot oktober 1922. Halverwege, in Japan, werd Couperus ernstig ziek. Hij bleek aan een leverkwaal te lijden. Volgens biograaf Frédéric Bastet kan het kanker zijn geweest. De schrijver keerde ziek en afgemat terug in Den Haag. Niet veel later overleed hij. Couperus' laatste reis is de titel die het Couperus Museum in Den Haag heeft gegeven aan een tentoonstelling die aan deze expeditie naar de Oost is gewijd. Bij deze expositie zijn tekeningen te zien die Hans van der Horst rond 1985 maakte als illustratie bij de reisbrieven die Couperus schreef voor de Haagse Post. Deze prenten verschenen in 1993 in die krant en zijn opgenomen in het boekje Met Louis Couperus naar Indië. Verder zijn er onder meer reispapieren en het familieservies van een van de Indische Couperus-clans te zien. Het Louis Couperus Museum is gevestigd aan de Javastraat 17 te Den Haag. De tentoonstelling is geopend donderdag tot en met zondag van 12.00 tot 17.00 uur en nog te zien tot en met 9 oktober.

 
Zomeracademie Dworp
Vormingscentrum Destelheide in Dworp organiseert dit jaar een zomeracademie voor kunsteducatieve begeleiders, kunstbedrijvende jongeren en kunstzinnige jeugdwerkers die zich op artistiek gebied willen bijscholen. Koen Stassijns verzorgt er een workshop Poëzie schrijven en oriëntatie en Ivo van Strijtem begeleidt het labo Poëzie schrijven. De zomeracademie loopt van 18 tot 24 juli. De inschrijvingsprijs (inclusief verblijf, maaltijden, workshop) bedraagt 320 Euro. Info en inschrijvingsformulier: hier.

 
Poëtische Gentse Feesten?
Van 16 juli tot 25 juli zijn er weer Gentse Feesten. Op dit culturele volksfeest mag poëzie natuurlijk niet ontbreken. Zo is er het Phowèt-Phowèt-initiatief in Boekhandel Lotte (Ottogracht 50) met dagelijks van 19u tot 20u optredens van dichters. Op vrijdag 22 juli verzamelen zich om 20u de Woordenaars op het grote podium bij Sint-Jacobs. Dat zijn dichters met straatwaarde...
Het volledig programma is hier terug te vinden.

 
Parlando blaast één kaarsje uit
Een jaar geleden schoot parlando uit de startblokken. Deze weblog wil een overzicht bieden van alles wat leeft in poëtisch Vlaanderen. Initiatiefneemster Tine Moniek had er geen idee van, dat wat ze zelf aangekondigd had als 'project in testschoenen' vandaag de dag nog steeds zou lopen. Elke dag ontdekken meer mensen de weblog, wat maakt dat dagelijks ongeveer vijftig paar ogen de weblog lezen. Bijna elke dag wordt Parlando! aangepast en aangevuld met nieuwtjes en links. Parlando! is een vrijwillig individueel initiatief, dat wil vooral zeggen dat het heel veel zweet en tijd vraagt. Sommige mensen 'kennen' de weblog en zenden aanvullingen door. Maar de meeste aanvullingen komen er door zorgvuldig zoeken naar poëtische spelden in de virtuele hooiberg. Nu na één jaar, is het tijd voor een rond-up. Is het de moeite om Parlando! bij te houden? Is het een geslaagd initiatief te noemen? Moet er een nieuwsbrief komen? Hoe kan het beter? Hoe krijgen meer ogen Parlando! te lezen? Mail gerust uw meningen door naar (de letters X uit dit adres verwijderen!).

 
Snelnieuws
08/07/05 - LO: Voorstelling van een vijfde poëzieroute: de wandeling omvat vier gedichten, die aansluiten bij de beeldenroute die er jaarlijks van juli tot en met september te bezichtigen is. Voor meer info: (de letters X uit dit adres verwijderen!).
10/07/04 - WATOU: Katelijn Vijncke heeft sinds haar geboorte een motorische handicap. Toch schrijft zij gevoelige poëzie, die zij op haar eigen manier voor het publiek brengt. Vanuit haar rolstoel brengt ze fragmenten uit haar recente dichtbundels - 17u 30 - 't Wit Blad - Spots op West.
11/07/05 - BRUSSEL: De Gulden Ontsporing: slotfeest van het Feest van de Vlaamse Gemeenschap. Het historisch centrum wordt het speelterrein voor een waaier aan literaire ontmoetingen, concerten, straattheater,... Alle info.
11/07/05 - BRUSSEL: Verhalen & afternoon tea - De jonge, populaire verhalenvertelster Katy Cawkwell brengt tijdens twee vertelmomenten oude Britse sprookjes en mythes tot leven. Uit het water rond het Britse eiland viste ze verhalen op over een visser die de duivel ontmoet, over een reddende vishaak, over een mysterieus zeehondenvolkje... Om helemaal in de Britse sfeer te blijven, zijn ook de ingrediënten van een traditionele Afternoon Tea aanwezig: thee en versnaperingen - verhalen in het Engels, met Nederlandse samenvattingen - gratis - 15u 30 & 16u 15 - Passa Porta, Dansaertstraat 46
14/07/05 - GENT: Roel Richelieu Van Londersele, voormalig Gents stadsdichter, begeleidt deelnemers tijdens een eerste poëtische zomerschrijfdag. Er wordt gekeken hoe andere dichters te werk gaan, er is ruimte voor schrijfmomenten en feedback - 10u tot 12u30 en van 13u30 tot 16u - 25 € - Wisper VZW, Spitaalpoortstraat 50.
14/07/05 - ANTWERPEN: De Muzeval met Vlinderman en Verdano - dichter versus dichter - puur Vlaamse poëzie - tweetalig zonder nonsens - gevolgd door vrij poëzie podium - 20u - gratis - free-podium-café De Muziekdoos, Verschansingsstraat 63
16/07/05 - SINT-AMANDSBERG: Gentse dichteres Nicole De Jaeger neemt u mee voor een bezoek aan begraafplaats Campo Santo. Ze gidst u langs rustplaatsen van beroemde overledenen. Vervolgens worden enkele grote dichters onder de loep genomen en zetten de deelnemers zich zelf aan het schrijven - 10u tot 12u30 en van 13u30 tot 16u - 25 € - Wisper VZW, Verkortingstraat 44
16/07/05 - GENT: Phowèt-Phowèt - PREZPERFORMANCE"door Peter De Prez & Compagnie om 16u / Guido Lefever, Daniel Billiet, Bert De Poorter, Thomas Logghe en Sabine Luypaert om 19u - Boekhandel Lotte, Ottogracht 50 - info.
17/07/05 - GENT: Phowèt-Phowèt - PREZPERFORMANCE door Peter De Prez & Compagnie om 16u / Olaf Risee & Tine Moniek! om 19u - Boekhandel Lotte, Ottogracht 50 - info.


Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Tine Moniek.

Nieuwsberichten voor Meander 271 van zondag 17 juli dienen uiterlijk dinsdag 12 juli in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee. Berichten kunnen worden gestuurd aan (de letters X uit dit adres verwijderen!)


inhoud * gedichten * miniatuurtje * recensies * artikel * proza * wedstrijd * nieuws *
Colofon




Sites: meander.italics.net en meandermagazine.net

Meander wordt uitgegeven door Stichting Literatuursite Meander

E-mailadres: (de letters X uit dit adres verwijderen!)

Redactie:
Adelheid Bekaert, Annette van den Bosch, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Margo Verbiest, Rob de Vos

Vaste medewerkers:
Jan Boonstra, Yvonne Broekmans, Tine Moniek, Herbert Mouwen, David Troch, Elly Woltjes.

Verder werken mee:
Rutger H. Cornets de Groot, Edith de Gilde, Milla van der Have, Joris Lenstra, Bert van Weenen, Atze van Wieren.

De gedichten werden gekozen door: Yvonne Broekmans, Yves Joris, Joop Leibbrand en Tine Moniek.
De verhalen werden gekozen door: David Troch, Herbert Mouwen, Margo Verbiest en Elly Woltjes.

Wil je meewerken aan Meander?
Kijk dan op http://meander.italics.net/meewerken en vul je gegevens in.


Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 4451410 ten name van Stichting Literatuursite Meander te Delft onder vermelding van 'donatie'.
Voor bijdragen vanuit België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie'.

Abonneren, opzeggen en uw adres wijzigen gaat het eenvoudigst op het adres: http://meandermagazine.net/service
en omslachtiger door gebruik te maken van de volgende e-mailadressen:
Abonneren door een mail aan met als onderwerp: subscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan met als onderwerp: unsubscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
(U kunt ook de hele krant aan ons retour zenden met ergens bovenaan de uitroep 'Unsubscibe!' of iets dergelijks, maar dat is de meest onbehouwen manier ...)

Kopij is welkom bij Meander. Zie http://meandermagazine.net/kopij/

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)


Zie ook op onze site: gedichten * verhalen * artikelen * recensies * interviews * links * klassiekers * archief * mals groen * podium * auteurs

naar begin van deze krant