Wordt deze mail niet goed weergegeven? Klik dan hier!

zie colofon
Meander

ISSN 1871-1820 * aflevering 394 * 25 juli 2010
http://meandermagazine.net * http://ezine.meandermagazine.net Steun Meander
- advertentie -
Doe mee aan de schrijfwedstrijd!
Schrijf een verhaal van maximaal 1500 woorden of een gedicht rond het thema: 'Ik weet niet waarom'.  De redder weet niet waarom hij zich niet bedacht, de teleurgestelde geliefde niet waarom het zo afliep. Maar zonder rationele verklaring valt er toch veel zinnigs te zeggen.
De schrijver van het beste verhaal of gedicht wint een masterclass bij uitgeverij De Arbeiderspers ter waarde van €1175,-. De beste drie inzendingen worden gepubliceerd op de site. Stuur je gedicht of verhaal vóór 30 september in Word naar . Zie ook: http://www.prozaschrijven.nl.
Priscilla Uppal      Sylva Fischerová      Shuijing Zhulian      Masayo Koike      Natalja Beltsjenko      Luisa Castro      Helen Dunmore      
De keuze van Daan Bronkhorst

Voor deze tweede zomerse aflevering van Meandermagazine koos Daan Bronkhorst zeven dichteressen van buiten het Nederlands taalgebied.

Zeven dichteressen voor de 21e eeuw
Priscila Uppal, Canada (1974), Sylva Fischerová, Tsjechië (1963), Shuijing Zhulian, China (1981), Masayo Koike, Japan (1959), Luisa Castro, Spanje (1966), Natalja Beltsjenko, Oekraïne (1973), Helen Dunmore, Engeland (1952)

Leeftijd zegt niet zo veel. Wislawa Szymborska schreef haar beste werk gedurende de laatste twintig jaar, toen ze de zeventig al was gepasseerd. De Russische dichteres Inna Lisnjanskaja, geboren in 1928, brak pas door in de jaren negentig. In Nederland is Jana Beranová, van dezelfde generatie, onlangs benoemd tot stadsdichter van Rotterdam. In deze keuze van zeven dichteressen die grote beloftes inhouden voor de komende jaren was het geboortejaar dan ook niet doorslaggevend. Twee van hen zijn geboren in de jaren vijftig, maar hun internationale erkenning dateert van vrij kort geleden.


Daan Bronkhorst is sinoloog en sinds 1979 medewerker van Amnesty International. Hij vertaalde vier bundels met klassieke Chinese gedichten en stelde een tiental bloemlezingen van internationale poëzie samen, waaronder het onlangs verschenen Leef!, waarin wereldpoëzie over alle belangrijke gebeurtenissen van ons bestaan is gebundeld (Rainbow Essentials).
Priscilla Uppal      Sylva Fischerová      Shuijing Zhulian      Masayo Koike      Natalja Beltsjenko      Luisa Castro      Helen Dunmore      
De keuze van Daan Bronkhorst
Priscila Uppal


Grote klauw

De klauw van de kat wordt almaar groter.
Binnenkort moeten we ‘m een naam geven.

Bij de dierarts lachen de jonge receptionisten.
Zeggen dat het volkomen natuurlijk is
ook al hebben ze nooit
één zo’n geval gezien.

We kopen pillen, worstelen met vitaminen,
wrijven zalf na zalf
in de rode huid.

De klauw wordt almaar
groter.

Ons huis wordt kleiner.
Klein als een tandenstoker
in een clubsandwich.

We kunnen niets houden.




Sorry, ik vergat mijn troep op te ruimen

Sorry, dames en heren, ik vergat mijn troep op te ruimen
na de onfortuinlijke incidenten van de voorafgaande eeuw.

Wat pijnlijk, mijn verontschuldigingen. Ik zou u afraden
hier rond te lopen zonder veiligheidsbril en waarschuw u
dat u hier binnengaat op eigen risico. U mag echter uw paraplu
bij de deur achterlaten. Houdt u wel uw kaartje bij u.

We waren er natuurlijk van uitgegaan dat we
klaar zouden zijn als u kwam. Het doel was u te verwelkomen
met blauwe en groene schermen, wit gestucte balies.

Maar onvoorziene kosten.
Ambtelijke molens.
Zo moeilijk om een mannetje te vinden tegenwoordig.

Helaas helaas, excuses. Misschien hebt u begrip voor
de moeite die het kostte u een schone lei te presenteren.
Als u in een gat stapt, dames en heren, neem dan het verlies van
een schoen of wat voor lief. Blijf op de route.

Vooruitgang breekt wet .Hier, pakt u mijn hand.
Ja zo. U kunt hem teruggeven op de terugweg.




Fellatio

Ik boetseer een petieterige dood
op mijn pottenbakkerswiel
je huid rimpelt meebewegend
op het ritme van het gezoem

Water dient voor het zacht maken
van de ongevormde klei
mijn lippen kneden
en modelleren een levende golf

Een oefening in het secuur
coördineren van hand en hitte
eenmaal in de oven
wreekt zich elk gebrek

Een zelfmoordkunst die in me
beweegt met een schreeuw
en me achterlaat met de tranen
van een hurkend kind

Waarom heb ik toch zo hard
gewerkt om jou leeg te maken
en wat ik gevormd heb
uit mijn handen te laten glijden


Vertaling: Daan Bronkhorst


Priscila Uppal is in 1974 geboren in Canada, uit een Braziliaanse moeder en een Zuid-Aziatische vader. Ze doceert letterkunde aan York University in Toronto. Ze publiceerde twee dichtbundels en daarnaast veel afzonderlijke gedichten, onder meer ter gelegenheid van de Olympische Winterspelen in Vancouver, 2010.
(advertentie)

 
Priscilla Uppal      Sylva Fischerová      Shuijing Zhulian      Masayo Koike      Natalja Beltsjenko      Luisa Castro      Helen Dunmore      
De keuze van Daan Bronkhorst
Sylva Fischerová


Bloem

Ik gaf een bloem ten geschenke en begon
de kelkblaadjes voor de dag te halen
uit stormend onderaards water
uit aangeslibde modder
naar het licht,         en de bloem schreeuwde,
bloemen blaadjes stengels wortels
barstten open en groeiden
en je kon niet zien wie won
in dat gevecht,       en de bloem schreeuwde
toen ik wilde drinken,
’s morgens stond ze voor me bij het raam
en vrat het licht op
                                en in 't plotselinge donker onder het blad
                                zag ik
                                een massa kleine bleke wezens
                                zonder ogen en zonder bloed
                                ze leefden op zwijgen en duisternis
                                deze dienaren der liefde die stierven
                                aan hun geschenken.




De wereld is vol bloemen

              Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen? (Jeremia).

En waarom zal het kwaad niet winnen?
En waarom lijkt het zo op
         hetgeen je zo liefhad?
Wat geeft je de kracht te overleven?

Het is de liefde die verwart
die lichamen en maskers aanneemt
die bloed is en verraad
die zichzelf voor zichzelf verruilt
en hier is de markt, met witte reuzenrapen
houten karren, tuingladiolen
prachtige vrouwenbeeldjes
o daar is alles!
En zo verandert ze tot ze verwisselt
en het hart huilt, maar is dan ook verruild
ziet dat het de sterkste is
want de meest arglistige

En dit is de gelijkenis
nét-mens
in een nét-wereld
van verruilde harten
rode gladiolen
die in het hart zijn gestoken
De moordenaars sluipend door de straten
lieten bloemen achter in de wond
gaan naar de markt voor nieuwe
hun doden lopen hen tegemoet
en naast hen en mét hen

De wereld is vol bloemen




Hun hele leven


Hun hele leven
woonden ze op een plek
waar ze een kind verwekten
hun hele leven
liepen ze rond op een plek
waar God hen achterliet
de Ark van het Verbond
die ze niet konden lezen
maar alleen ondertekenen



Vertaling gedicht 'Bloem': Jana Beranová
Vertaling gedichten 'De wereld is vol bloemen' en 'Hun hele leven': Daan Bronkhorst

 


Sylva Fischerová is in 1963 geboren in Tsjechië. Ze studeerde filosofie en klassieke talen, en werkt als docent oud-Grieks aan de Karelsuniversiteit in Praag. Twee dichtbundels van haar zijn nu uitgegeven in het Engels. Ze heeft opgetreden op veel poëziefestivals, waaronder in 1991 Poetry International in Rotterdam.
Priscilla Uppal      Sylva Fischerová      Shuijing Zhulian      Masayo Koike      Natalja Beltsjenko      Luisa Castro      Helen Dunmore      
De keuze van Daan Bronkhorst
Shuijing Zhulian


Intimiteit

heel lang hebben we niet zo gelegen
profiterend van de koelte door het raam

onder de badstofdeken
waar mijn hand op jouw borst
beleefd een plek zoekt
en jouw hart tekeergaat als een raar getij
van golven die breken op mijn arm

het maakt snel moe die beweging
en ik weet niet of je goed ligt zo
of de bries wel koel genoeg is
en of ik mijn hand kan laten liggen
om dat maatloos kloppen van
je hart een beetje te kalmeren




Liefde op het eerste gezicht

hij en ik: liefde op het eerste gezicht
vanwege een teveel aan verlangen
dat brokje romantiek duurde maar een dag en een dageraad
dat brokje romantiek was maar net opgedaagd
met dansende heupen
toen ’t alweer weg was
en nu kan ik me er niets van herinneren
en nu ben ik net iemand die nooit werd liefgehad: helemaal
smetteloos schoon




Wat ik de afgelopen dagen gedaan heb

ik heb ontdekt dat de nachten lang en glibberig zijn
elke droom zo nat dat ik hem uit kan wringen

ik heb ontdekt dat je watjes uit mijn onderlijf trekt
iets wat ik niet kan verklaren

ik heb ontdekt dat de geur die ik verspreid als ik in een stoel heen en weer schommel
helemaal niet zo lekker ruikt als jij zei

ik ontdek dat ik gehurkt in een gevangenis van zonlicht onophoudelijk gedichten schrijf
tegen iedereen die ik tegenkom zeg ik:
laat een gedicht niet te gemakkelijk eindigen


Vertaling: Annelous Stiggelbout



Shuijing Zhulian is het pseudoniem van Chen Huan, geboren in 1981 in de Noord-Chinese stad Handan. De verhalen en gedichten die ze sinds haar zestiende schreef mochten veelal niet gepubliceerd worden omdat de autoriteiten ze ‘ongepast’ vonden. Nu publiceert ze vooral op internet.
Priscilla Uppal      Sylva Fischerová      Shuijing Zhulian      Masayo Koike      Natalja Beltsjenko      Luisa Castro      Helen Dunmore      
Masayo Koike


Antilope

Bij de hete bronnen diep in de Hokada-bergen
ontmoette ik de antilope in de herfst van mijn vijfde jaar
daar kwam de antilope zachtjes aangelopen
dwars door de stoom keek hij naar mijn naakte lichaam
en ik staarde ook naar de antilope

de antilope die afgescheiden was van de kudde
en ook ik die helemaal alleen was

ik schepte heet water uit de bron in de palm van mijn hand
en wierp dat naar de antilope
het was een begroeting die taal verving
maar de antilope leek een beetje verschrikt
toen ik het haar van zijn borst zag, nat van water
voelde dat alsof de eenzaamheid van de antilope nat was geworden

de wind blies
de bladeren aan de bomen schudden
ten slotte draaide de antilope zich geluidloos om
sprong geluidloos op en keerde terug naar het bos

naar die bron van mijn jeugd
steek ik in het holst van de nacht mijn tenen uit naar dat warme water
dwars door de stoom voor me hoor ik zachte voetstappen
en de antilope van toen
komt elke keer terug

nergens naar kijkend met zijn grote kosmische ogen
druppels water uit het haar van zijn borst
drup drup almaar druppelend




Badhuis

Het badhuis van Daikokuya is eindelijk stil
en een oude vrouw, moe tot op het merg,
die zelfs naakt het vuil niet kwijtraakt
opent ratelend de deur
en komt binnen
uit de kop van de half dichtgedraaide douche
loopt het water met druppelgeluid
de koelte van de nacht glijdt zachtjes
en blootsvoets binnen door het hoge dakraam
het water schudt
het bad klotst over z’n randen

en ik
zonder enig oordeel
met een geest die als een houtblok was geworden
keek naar de vrouwenlichamen
naar de ruggen, heupen en achterwerken van hun naaktheid
en hun zo verschillende schaamdelen
keek naar het water dat stroomde
het hangend haar
naar die vele holtes van het vrouwelijk lichaam
het water dat zich daar verzamelde
het natte dat er viel
en al die jaren keek ik telkens weer
naar de muur die het mannen- en vrouwenbad scheidde
en hoe al die tijd
helemaal niemand
als een wild dier
van daar over die muur klom
of van hier over die muur klom
dat verbaasde me
daar stond ik van te kijken


Vertaling: Daan Bronkhorst


Masayo Koike (Japan 1959) publiceerde sinds 1988 een tiental dichtbundels. Ze schrijft ook verhalen en columns, en heeft een poëzierubriek in een grote Japanse krant. Zoals veel Japanse dichteressen van haar generatie schrijft ze gedichten met vaak expliciet sensuele en erotische beelden.
(advertentie)

 
Priscilla Uppal      Sylva Fischerová      Shuijing Zhulian      Masayo Koike      Natalja Beltsjenko      Luisa Castro      Helen Dunmore      
De keuze van Daan Bronkhorst
Natalja Beltsjenko


Blote armen en blote lippen…
alleen ogen zijn nog bloter
dan deze levende ankers van leven
die ooit hun kracht verliezen
geworpen in warm juniwater
in het diepe der diepten
vergeefs gehesen, vergeefs neergelaten –
en van schuld naar schuld.




Verbaasder dan slaap, verrassender dan ontwaken
kroop het leven door capillairen naar het oppervlak der dagen,
en nu vertrap je het niet, verspil je het niet uit lusteloosheid
al kan het, bij het doorslikken, een beetje dronken smaken.

Als van afspraak naar afspraak– in schrammen rust, als bij narren,
al wat je kan doen is ze aflikken met je tong.
Kus mij dan, als dat de enige uitweg is:
plots is er een andere ingang, waar ik – een beest kan zijn.




Eenvoud

Alsof je ze dwingen te kijken
in de keel van de zieke,
de dagen, de guillotine, iemand worden
het huis uit gaan.

Niet weer verkeerd gokken, als zo vaak
(is er een teken?),
hem ontmoeten met wie schaamte niet hoeft
wilskracht niet, noch licht.


Vertaling: Willem Bronkhorst


Natalja Beltsjenko, (Oekraïne, 1973) studeerde filologie in Kiev en publiceerde drie dichtbundels. In 2005 kreeg ze internationale aandacht doordat de vooraanstaande Russische-literatuurkenner David Weissbort haar opnam in An Anthology of Contemporary Russian Women Poets. Haar werk is inmiddels in diverse Europese talen vertaald.
Priscilla Uppal      Sylva Fischerová      Shuijing Zhulian      Masayo Koike      Natalja Beltsjenko      Luisa Castro      Helen Dunmore      
De keuze van Daan Bronkhorst
Luisa Castro


De slaap van de dood

I
Wek me uit deze slaap van de dood,
prins van mijn dagen,
kom dichterbij,
vind me gestrekt in deze slaap van de dood.

Zo mooi als ik maar kan zijn
zij die vluchtend een bos heeft doorkruisd
en zich heeft overgegeven,

zó mooi ben ik.

Dood en beweend door kleine vrienden.

II
Wek me uit deze slaap van de dood.
Let op elke wegwijzer
en spits je oren voor het geruis van de bomen.
Zij zullen je leiden.
Baan je een weg, prins van mijn dagen,
vind me hier mooi en ingeslapen
en kus me.


als jij degene kussen kunt
die vluchtend een bos heeft doorkruisd
opgejaagd en en zonder schuld
tot ze zich verloor.

Zó mooi ben ik.

III
Jouw paard,
luister ernaar,
het weet waar het gaat,
jaag het niet op.
Zijn kleine en gevoelige oren
zullen je leiden.

Tot deze open plek in het bos.

Tot waar ík ben
die wist dat je te paard zou komen.

IV
Verborgen
voor de dodelijke snee van de snoodaard
ben ik tot hier gekomen.

Gevlucht
voor het gif dat me belaagde,
niemand
kan me het hart uitrukken.

Zó dood ben ik.

V
Maar het huis is klein
en het gereedschap
minuscuul in mijn handen.

De goedheid van mijn vrienden,
een mooie kist van glas
en een mooie begrafenis.

En die rode appel
met glanzende schil
en verderfelijk zaad,
niet harder en niet mooier dan deze vrucht van mijn dood.


*


Ik was vrouw een tijd,
En liefde maakte mij man van binnen.
Vroeg van mij wat vrouwen niet geven,
Gaf mij al wat vrouwen gaven.

Om liefde te zijn mijn heer
Werd ik man
En raakte gewond
Door liefde mijn heer,
Slecht opgediend,
Teneinde liefde te zijn
Werd ik een man.

Man koestert geen wrok.
Man zoekt geen beloning.
Man wekt geen medelijden.

Ik was vrouw een tijd,
En liefde maakte mij man van binnen.
Vroeg van mij wat vrouwen niet geven,
Gaf mij al wat vrouwen gaven.

Om liefde te zijn mijn heer
Werd ik man
En raakte gewond
Door liefde mijn heer
Slecht opgediend,
Teneinde liefde te zijn
Werd ik een man.

Man koestert geen wrok.
Man zoekt geen beloning.
Man wekt geen medelijden


Vertaling: Sander de Vaan


Luisa Castro (Spanje, 1966) is schrijfster en columniste, en publiceert zowel in het Spaans als het Galicisch. Ze studeerde in Madrid en New York. Sinds 1984 publiceerde ze onder meer vier romans en negen dichtbundels, waarvan er twee een Spaanse literatuurprijs kregen.
Priscilla Uppal      Sylva Fischerová      Shuijing Zhulian      Masayo Koike      Natalja Beltsjenko      Luisa Castro      Helen Dunmore      
Helen Dunmore


Die meisjes van de schaduwkant

Die lommermeisjes aan de groene kant van de straat,
die verre-van-groene meisjes die in de schaduw blijven,
die lommermeisjes in mysterieuze kleren
met labels die half zichtbaar worden
als het crèmewitte pand van hun jasje openzwaait,
die meisjes die schoppen tegen de plooiflappen
van hun crèmewitte kleren met kersenrode panden,

die aanstormende meisjes
die met parelmoeren paraplu’s zwaaien
zo stijf in de schede als tulpen in de knop
van een gewetenloze straatverkoper,
die meisjes in crèmewitte en kersenrode kleren
waarop de minste afdruk achterblijft,
die meisjes met hun eennaamsafspraken
die uit de zon lopen.




Het meisje duikt

Ze is zo goed als nergens, ze voelt geen kou
in haar witte schuimsluier van belletjes.
Ze komt tot een diepte van een zeehond
in z´n diepe duik, ze is glad en glanzend.
Als haar neusvleugels zich sluiten
is ze thuis. Kijk hoe het zoute water afglijdt
als ze haar ogen opendoet.

Er is het woord naakt
maar dat spelt haar niet.
Kijk naar de staalglans van haar huid
en het mes van haar vinnen.
Met de haai die zich koestert
met de vinvis
en de grijze zeehond
komt ze naar boven om adem te halen
tien mijl buitengaats.




Alle dingen die je nog niet bent

Vannacht is er een oploop in mijn hoofd
alle dingen die je nog niet bent.
Je bent woorden zonder papier, pagina’s
die in zomerbossen zuchten, tuinen
waar bouwvakkers hun rommel dumpen
en plastic z’n zweet uitwasemt.
Alle dingen die je bent, ben je nog niet.

Nog niet het eenzame raam in midwinter
met het gejengel van thee op een lege maag,
nog niet de te dure verwarming waarop je wacht
terwijl je er elk uur een muntje in duwt
Niet de prachtige stilte van restaurantdeuren
en hun interieurs die altijd zo veel kleiner zijn.
Niet de geur van de krant, de vegen
op je vingers – je faam. Nog niet

de liefde die je zult hebben voor goudreinetten
en Chanel 5 – en dat je dan niet
én een wasmachine én een computer kunt kopen
als de baby op komst is
en mijn stem die dan zegt: ‘Ik geef je ‘m’
en jij maar fronsen, fronsen
naar muren en oppervlakten die de mijne niet zijn –
dat alles nog niet. Geef me je hand,

die kleine zonder een spoor van werk erop
die vreemd is aan het afwasteiltje
en Dreft niet van whiskey onderscheidt.
Nog niet het moment dat je in taxi’s aankomt
bij gewaagde bestemmingen, dat je alleen op stations staat
met de slippen van je mooie kleren wapperend in de wind
en geen geld voor de telefoon.

Nog niet dat moment dat ik je niets kan geven
zo goed gevouwen dat het in een envelop past –
een saaie brief die je niet zult herlezen.
Nog niet het moment dat je je onderdompelt
in een rivier die westwaarts stroomt: rivieren van kleren,
van dromen, een accent zo anders dan het mijne
dat tegen iemand zegt die ik niet ken: lieveling.


Vertaling: Daan Bronkhorst


Helen Dunmore (1952) publiceerde haar eerste dichtbundel in 1983. Daarna publiceerde ze een lange reeks dichtbundels en romans, en werd daarmee een van de belangrijkste Britse schrijfsters. Veel van haar romans zijn in het Nederlands vertaald, waaronder De belegering, een familiedrama tegen de achtergrond van het moordende beleg van Leningrad in 1941.
naar begin
Colofon

http://meandermagazine.net * http://ezine.meandermagazine.net

E-mailadres: (de letters X uit dit adres verwijderen)

Meander wordt uitgegeven door http://meanderstichting.info

Abonneren, opzeggen en uw adres wijzigen gaat het eenvoudigst op het adres: http://meandermagazine.net/service

Reageren op of vragen over de inhoud van Meander? http://contact.meandermagazine.net

Medewerkers: zie het colofon op de site.
Wil je ook meewerken aan Meander? Klik dan hier en vul je gegevens in.

Centraal staan in de rubriek Dichters? Zie http://kopij.meandermagazine.net

Financiën:
Meander is gratis, maar krijgt geen subsidie. Dus ook uw financiële bijdrage is nodig!
Voor maar 11 euro per jaar bent u Vriend van Meander!
Zie http://meanderstichting.info/steun.html hoe u zich als Vriend aan kunt melden.
Losse bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 4451410 ten name van Stichting Literatuursite Meander te Delft onder vermelding van 'donatie'.
Hier vindt u hoe u vanuit België geld kunt overmaken naar de stichting.

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)