In Bewegend doel van Micha Hamel kent elk gedicht zijn eigen gekte. Hilarisch, absurd, gekmakend, doldwaas, Hamels poëzie is geregeld over de top met krankzinnige sequenties,die ‘enkel uit verbeelding/ bestaan/’. Gebeurtenissen springen de werkelijkheid in en uit. Hier spreekt een meester over de taal.
Is Niemand verdwijnt van Jan van der Geer een vorm van volksverlakkerij? Levity Peters leest iets waarvan hij niet gelukkiger wordt.
Bart Stouten slaagt er met Liefdespijn van Starbucks tot rotswoestijn in om Namibische reisimpressies in pure poëzie te vertalen. Met ieder nieuw uitzicht krijgt de lezer een nieuw inzicht aangereikt. Stouten bewijst dat eenvoud (in taal) inderdaad het hoogste is wat je kan bereiken om een beeld te schetsen.
Uitzicht genoeg van Marjoleine de Vos biedt troost op elke pagina. Uit de gedichten spreekt doorleefd onvervuld verlangen. Het is duidelijk dat de dichteres een ontwikkeling heeft doorgemaakt en dat ze de motor van haar poëzie, het gemis, goed weet te besturen. Als lezer ga je haast verlangen naar dat gemis.
Edwin Fagel beschrijft in departures wat er gebeurt nadat twee geliefden afscheid hebben genomen op een vliegveld. Het is een reeks bij elkaar horende filmische flarden waarin afwezigheid meer dan een invulling krijgt. Beangstigende en vervreemdende beelden en een lichte opluchting na het landen.
Laten we mijn lichaam delen van Iris Brunia is grotendeels associatief geschreven. De bundel gaat over de liefde en de dood, en over de poëzie zelf: wellicht de drie ware poëtische thema’s en balanceert daarbij voortdurend tussen geborgenheid en bedreiging, zowel in de reflectieve passages als in de meer naar buiten gerichte teksten.
Flinterdun, flensjespoëzie die wegleest tegen hoge snelheid, was mijn genadeloze eerste oordeel over Een dag niet gelachen is ook wel eens leuk van Mark Verver. Maar bij nader inzien blijkt hij subtiel goochelend met taal en klank een mooi debuut te hebben afgeleverd.
Hopelijk trapt hij niet in de valkuil van zijn vlotte pen en geeft hij zichzelf de ruimte om zijn poëzie te laten rijpen.