
HEROSTRATOS
Er tikken pissebedden in mijn hoofd.
Ze naaien mijn gedachten op.
Ik denk al dagen aan een daad, zo groot,
zo hevig en dramatisch dat mijn naam
in alle kranten komt te staan.
Napoleon, las ik, was kleurenblind
en bloed was voor hem groen als gras.
En Nero, die bijziend was, hield het spel
in zijn arena bij door een smaragd.
Nu even stilstaan. Moet je horen: ik
ga straks de straat op, ik besta het, schiet
me leeg en verf de feeststad groen.
Nog voor het eind van het festijn
zal ik de grootste zoekterm zijn.
RIEN NE VA PLUS
Ik wou dat ik nooit een gedicht had gezien — Slauerhoff
Je zult maar zestien zijn en lelijk. Zoals jij.
Maar je wilt dichter worden, melkt de woorden van
Rimbaud en Baudelaire en slurpt je moeders soep
onder vijandig licht. En ’s avonds op je kamer
zit je hardnekkig je verwekkers stuk te schrijven,
je dicht en heerst in het geniep over het leven,
een spotziek joch met een duivel tussen zijn dijen
dat ooit de mooiste meisjes zal berijden —
ja en je hand die nu zo fel papier bekrast
houdt op een dag een vlammend boekwerk vast.
Je naam in druk, de schoonheid van een vrouw: het komt,
het komt. Je bent een dichter nu en haast elk meisje
trapt erin. Gretig ben je, slordig met geluk.
Je leeft. Leeft niet. Schuilt steeds verscheurd in een gedicht
en haalt pas adem als je gure schoonheid ziet.
En nu, haast zesendertig, ziek en mensenschuw,
door poëzie van alles om je heen vervreemd,
nu kijk je naar je hand en spuug je op je pen.
Is het walging? Onmacht? Zelfhaat misschien?
Had je maar nooit een gedicht gezien.
PIJN
’s Nachts slaap ik op een mes. Hoe ik ook vecht,
een onbehouwen pijn brandt me uiteen.
Half drie. Mijn pijn zit tegenover mij.
We praten niet. We schreeuwen niet. We kijken
elkaar niet eens de kamer uit.
Zo lig ik maar te wachten in mijn huid.
Vier uur. Ik zie de dode met mijn naam.
Ik zie een lichaam in de kamer staan.
Sterk is het, tanig, stoer en jong —
sprekend mijn lichaam toen het alles kon.
Ik groet het niet. En toch, die vreemde schim
laat mij een kamer met een meisje zien,
ik lag te wachten bij een open raam
en kreeg die dag een lichaam met een naam.
Half vijf. Hoe moet ik slapen op een mes?
Half vijf. Hoe kom ik uit dit lichaam weg?

De logeerbeer
Het is laat als je het uitspreekt: ‘Ik wil het liever geen naam geven.’
Ik herinner me de meester van groep vier, die de klas vroeg of iemand iets kon bedenken dat geen naam had. Ik keek het lokaal rond, naar de logeerbeer waarvan in een kringgesprek was besloten dat iedereen een eigen naam mocht verzinnen. In het bijbehorende dagboek schreven we dingen als ‘in bad geweest met Lola,’ ‘appelcruesli gegeten met Joost’ en ‘over boten gedroomd met Bernhard.’ Daarna dacht ik aan de vissen in onze vijver, die zich voortplantten tot het water oranje zag. Alleen de vader was bij aankoop Sjaak gedoopt.
Ik vertel je niets over de vissen en de beer. Ik zeg enkel dat ik niet weet wat me banger maakt: dat de dingen zonder naam gemaakt zijn om te worden vergeten of dat ik ze stuk voor stuk onthouden heb.
dit is wanneer een kind het toppunt van verveling bereikt:
we worden stuurser, zo stuurs
dat we in stuitligging elkaars strot uitkwamen
wij, dat wil zeggen: het meisje
dat van de inhoud van haar neusgaten huizen bouwt
maar dan net niet genoeg overhoudt voor een bed
de jongen die zijn kwijl in zijn mond centrifugeert
en er boterhammen mee belegt
ik snijd een prittstift in partjes en voer hem aan de klassenhamster
juf verbiedt de vingerverf in verband met kans op kanker
maar staat zichzelf nog altijd toe
van onze namen verkleinwoorden te maken
op een dag slaat mijn autistische klasgenoot een ruit in met een hamer
wij zijn aanhangers van conciërgefilosofie: onkwetsbaarheid is een kwestie
van dubbelglas plaatsen
De begrafenis
Het was niet druk op onze begrafenis. Er stond een kringetje mensen om een kuil heen, niet meer dan bij mijn konijntje Pof, dat destijds stierf na een botsing met de tafelpoot. Ze boorden een natte tak de aarde in en wij keken toe terwijl er met viltstift 'rust in vrede' op de achterkant van een bol.com-factuur werd geschreven. Er zou niet meer geklaagd worden, dachten ze, over jou en je nieuwe Ikea-bed dat al drie weken onuitgepakt in de gang stond of over mijn middernachtsneurose. Ze zijn naïef geweest. Toen het donker viel en niemand keek, haalde ik de kuil weer open, nam ons mee naar binnen en kroop tegen ons aan in bed. Hoe een mens zich laat begraven in de hoop op een terugkeer naar de natuur, en wij steeds terugkeerden naar ons - nooit eerder waren we zo aangetast geweest.
En of het zo door kan gaan
Het verschil tussen wachten en verwachten leerde je
van een kat die twee keer van huis liep en maar één keer terugkwam.
Je denkt aan de zuurstoffles die je opa kunstmatig in coma hield.
Of het zo door kon gaan, vroeg een tante steeds, en op Google Maps
heeft zijn fiets nog drie jaar voor de deur gestaan. Daarna was er
S, de man die zei niet met je verder te willen en daarom al die tijd gebleven is.
’s Nachts vertel je hem over de keer dat iemand je uitschold
voor ‘hoer’ omdat je stilstond op een zebrapad. Alles wat hij zegt
is dat ‘lopen’ in het Russisch twee werkwoordsvormen heeft,
afhankelijk van of men een bestemming heeft of niet.

Belijdenis
Als jongens hebben we geprobeerd te bidden
tijdens een logeerpartij onder een te laag dak,
maar het buigen leek ons al het halve gebed
Volgens Claude moesten we wachten tot we gestommel
aan de andere kant van de lijn hoorden
We waren in slaap getuimeld voor het zover was
Opeens veerde Claude op. Hij vertelde later
dat er een stroompje door zijn botten schoot
Net als toen keken we elkaar niet aan,
maar ik wist dat hij op zijn lip beet
Hoe we ook ons best deden, we kwamen nooit dichterbij
dan zijn duizelige sterretjes en kanaries
Terravorming
Sinds kort eet Sybille bij voorkeur ‘licht-exotisch’,
omdat we ‘absolument moderne’ moeten zijn
Vandaag eten we, voor de derde keer al deze week,
kebab. Zij praat over wat te dragen
naar een sollicitatiegesprek; over welk gazon,
welke zitmaaier. We moeten alles heruitvinden,
dus we zijn. Claude werpt tegen: ‘De keuzes
die we maken, zijn allang gemaakt. Alleen het decor
wordt geregeld ververst.’ Ik had zo graag
met mijn vuist op tafel geslagen,
maar kijk naar de plastic fles knoflooksaus
omdat ik behoefte aan een middelpunt heb
Verdeling
Onze driehoek is een triangel
Ik zeg: ‘Ze moet mee.’ Claude knipoogt,
van de ene zuidpool naar de andere,
laat me nog eens de uitnodiging zien
| meandermagazine.net * ezine.meandermagazine.net | |
|
Abonneren, opzeggen of e-mailadres wijzigen?
Dat gaat het eenvoudigste op meandermagazine.net/service. |
|
|
Schrijf je zelf gedichten en wil je een keer in Meander staan? Bied ons dan je werk aan via het formulier op contact.meandermagazine.net/kopij.php.
Dan bekijkt de redactie of we je werk interessant genoeg vinden voor publicatie in Meander. |
|
|
Ken je iemand anders die wel eens in Meander zou mogen staan? Een dichter die echt de moeite waard is en die we bij Meander tot nu toe over het hoofd hebben gezien?
Vertel het ons op contact.meandermagazine.net/tip.php. |
|
|
In het colofon op de site staat, wie er meewerken aan Meander.
Wil je ook meewerken aan Meander? Bijvoorbeeld als schrijver van recensies, als interviewer of als ontdekker van nieuwe talenten? Laat het ons weten via contact.meandermagazine.net/meewerken.php |
|
|
Een vraag of opmerking over Meander? Gebruik het formulier op contact.meandermagazine.net.
|
|
|
Meander wordt uitgegeven door en financieel mogelijk gemaakt door de Stichting Literatuursite Meander.
Wil je Meander financieel steunen? Dat kunnen we goed gebruiken! Maak een gift over of word voor twaalf euro per jaar Vriend van Meander. steun.meanderstichting.info. |
|
|
Adverteren in Meander? Niet duur en je bereikt aardig wat mensen die in poëzie geïnteresseerd zijn.
Vraag informatie via contact.meandermagazine.net. |
|
| ISSN 1871-1820 * Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s) of rechthebbenden. | |