Meander
log
Meander >

Meander Magazine >

Klassiekers >

 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Barwoutswaerder * Woordvedetten
alle bijdragen
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1841
door David Troch op 23-03-2006
Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame kiezen niet altijd zomaar voor literatuur boven wat dan ook. Zo moest een vrijdagavond rond de schrijver Borges wijken voor een filmavond bij een jarige jeugdvriendin van de wonderlijke jongedame. Met The Butterfly Effect kwamen bij Barwoutswaerder herinneringen boven van een jaarovergang.
Slechts een dag later stapte het sprookjeskoppel naar de Gentse Vooruit om met Saint Amour nog maar eens hun liefde te vieren. Dat kan niet genoeg gebeuren. En het heeft iets extra als het gebeurt met woordvedetten in de spotlights. Vlaams nieuwsgezicht en presentator van de avond Annelies van Herck had de eer die vedetten gevat in te luiden.
Barwoutswaerder verheugde zich vooraf vooral op Hugo Matthysen, de man die de jongensjaren van onze kabouter met spitse liedjesteksten opluisterde, die dat opluisteren blijft doen met een quasi wekelijkse column in Humo, het lijfblad dat Barwoutswaerder steeds minder lijkt te lezen, en die, en die, en die. Die man dus las een verhaal voor met een moeilijk in elkaar te vijzen Ikeakast in een niet onbelangrijke rol. Toeval is er niet, maar Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame hadden die middag toch mooi in een vestiging van de meubelgigant rondgedwaald.
Ook naar Annelies Verbeke was Barwoutswaerder best nieuwsgierig, niet in het minst omdat ze wat zou brengen uit haar nieuwste en tweede roman Reus. De wonderlijke jongedame moet er op de schouder van Barwoutswaerder niet bijster veel van hebben gehoord, maar het viel hem alvast op dat Verbeke het voorlezen al wat beter onder de knie had dan enkele maanden eerder in het Gravensteen.
Al had Barwoutswaerder Joke van Leeuwen nog niet eerder aan het werk gezien, haar werk was hem niet onbekend. Ze verraste door bij haar eerste passages uit te pakken met een ongelooflijke zangstem. Bij van Leeuwens tweede doortocht kreeg Barwoutswaerder met vier manieren om op iemand te wachten waarop hij stilletjes had gehoopt.
Het kwartet overige woordvedetten was Barwoutswaerder vreemd. Wellicht zal voornamelijk Tom Naegels de kabouter bijblijven. Omwille van de expressiviteit waarmee hij zijn lichaam zijn proza liet onderstrepen. Erik Vlaminck was volgens Barwoutswaerder ook niet mis. De man zaaide zijn taal zo beeldrijk de Vooruit in dat elke toeschouwer zich er wel wat bij kon voorstellen. Naar Paul Verhaeghen zat Barwoutswaerder minder geboeid te luisteren. Die aandacht was er nog wel bij Vincent Overeem, al zou Barwoutswaerder de man nu ook weer niet met een staande ovatie bedanken.
Die eer viel zelfs niet Tine Embrechts en Adriaan Van den Hoof te beurt die heel pienter met theaterteksten van Harold Pinter omsprongen en zo de goed gevulde zaal tussen al die literaire beelden met een glimlach naar adem moesten laten snakken. Liefde laat lachen, meneer, mevrouw.

Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame dachten dat Saint Amour hun vroege Valentijnsdag zou worden en dat het daar qua commerciële fonkelhartjes bij zou blijven, maar dat was buiten Tine Moniek en Olaf Risee gerekend. Dat andere dichterskoppel, alsof er niet nog meerdere dichterskoppels zijn, liet op het laatste moment, zijnde op zondag, verstek voor Zoete Zinnen Nacht. In een sms en een mail vroegen ze netjes of Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame niet wilden inspringen. Dus stonden de twee uitgerekend op 14 februari in het café van de Brusselse beursschouwburg voor de poëzieavond van vzw Quackstop.
Voor al te veel voorbereiding hadden Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame de tijd niet gevonden. Toch kregen ze als eersten de microfoon van een lokale studentenradio onder de neus geschoven. Simpelweg omdat ze later op de avond ook als eersten met zoete zinnen moesten starten. De wonderlijke jongedame deed dat met een sonnet van Pablo Neruda, Barwoutswaerder met een gedicht van de Poolse Nobelprijswinnares Wislawa Zimborska. Waarna ze elk nog drie eigen gedichten mochten brengen.
Evenveel eigen werk en een gedicht uit de wereldliteratuur, dat bleken ook de spelregels voor de andere zoethouders van de avond. Of Lieven Vercauteren, Philip Meersman, Xavier Roelens, en de drie van Het Venijnig Gebroed zonder de ziek in bed liggende albrecht b doemlicht maar met Frederik Lucien de Laere, Denis S.M. Vercruysse en Jan Wijffels zich aan die spelregels hielden, het was Barwoutswaerder een zorg, hij zag en oordeelde. Zo vond Barwoutswaerder Vercauteren een beetje blijven hangen in te schaapvormige wolkjes, hoe luidkeels de man ze ook probeerde weg te blazen. Meersman lukte erin nog enigszins de aandacht grijpen, al was het met een flard klankpoëzie. Roelens vormde zowaar een gelegenheidskoppeltje met een gitarist en dwong zich al zingend in ieders al dan niet verliefde oren. Dat werkte en werkte niet, sommige stukjes hoort Barwoutswaerder hem nu eenmaal liever voordragen. Ook tussen de mannen van Het Venijnig Gebroed had de kabouter net een tikkeltje meer chemie verwacht. Het was voornamelijk Vercruysse die Barwoutswaerder in positieve zin verraste dankzij een breed poëtisch spectrum.

Een breed poëtisch spectrum, daar is Het Kapersnest ook niet vreemd aan. Die schuit houden Noëlla Elpers en Peter Holvoet-Hansen nu al meerdere jaren uit en met liefde drijvende. Een dag na Valentijn meerden ze aan in een aula van de Antwerpse Permeke bibliotheek om er het begin van de jongerenpoëziewedstrijd van, jawel, de stad Antwerpen te kapen. Er werd gelachen, ook met kwinkslagen van presentator Stijn Vrancken. Die mocht in drie leeftijdscategorieën telkens drie winnaars bekend maken. Bij de meerderjarigen moest De Indringer actrice Maaike Neuville de wonderlijke jongedame laten voorgaan. En zo werd een belle soirée met een eerste prijs bekroond.

pst: Barwoutswaerder laat nog weten dat de man met het lange haar niet zomaar in te huren is voor avondjes waar er niet alleen met badeendjes wordt gespeeld.

   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
'wanneer was de laatste keer' * Nader bekeken door Tine Moniek
alle bijdragen
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1834
door Tine Moniek op 21-03-2006
wanneer was de laatste keer
zo kruipen treinen in het landschap
en schrapen sterren strepen
op de tijdslijn
en schrapt een mens mijn naam
verschijn ik op een andere lijst
met naam en nummer
zo verdorren bloemen waar ik bij sta
en slacht ik schaapjes tot het dag wordt
de klok is een uitvinding
tijd is iets anders

Rhode Hagmeijer (1982)


De laatste keer dat Rhode Hagmeijer met een gedicht in Meander verscheen, was in 2003. Toen verscheen haar vier woorden in de poëzierubriek. Wat is er intussen met haar gebeurd? Wanneer was haar laatste keer? En wat doet ze met tijd? Tine Moniek werpt een blik achter het gedicht.

Rhode, wanneer was de laatste keer dat je dacht: nu moet ik een gedicht schrijven? Als ik wat ploeter op internet merk ik dat je vooral gedichten op het net plaatste voor 2002. Hoe komt het dat er zo'n lange tijd tussen zat?
'Op een gegeven moment had ik beslist dat ik er mee gestopt was, met gedichten schrijven. Er zijn zoveel pubers die poëzietjes maken en er dan mee ophouden, en omdat ik niets meer schreef of alleszins vond dat wat ik schreef slecht was, dacht ik dat ik ook zo'n puber was. Maar het gebeurt dat ik in mijn kladschrift aan het prutsen ben en er toch per ongeluk iets ontstaat. In heel 2005 heb ik twee of drie gedichten gemaakt en ik was gewoon benieuwd naar het niveau ervan en daarom heb ik het ingestuurd. Nogal verbaasd ook dat het is geplaatst.'

Wanneer was de laatste keer dat je naar de hemel hebt gekeken?
Als ik je beide gedichten lees, krijg ik het beeld in mijn hoofd van een meisje dat naar de lucht kijkt. In je eerste gedicht was dat meisje nogal dromerig. Nu, bijna drie jaar later, kijkt ze nuchterder. Ben jij als persoon ook anders naar de wereld gaan kijken?

'Ik kijk dagelijks naar boven, ik hou van de grilligheid van de hemel die er altijd anders uitziet, dreigend, lieflijk en toch gewoon de lucht is. Dit gedicht zegt inderdaad iets over de manier waarop ik de wereld ervaar, ik denk dat ik stilletjes volwassen aan het worden ben.'

Wanneer was de laatste keer dat je iets opgestoken hebt van poëzie?
'Het gebeurt dat ik getroffen word door een gedicht, zoals gedichten dat doen. De laatste keer was bij poëzie van Levi Wagenmaker.'

Wanneer was de laatste keer dat je een gedicht met hoofdletters en leestekens hebt geschreven? Het valt me immers op dat je die heel weinig gebruikt in gedichten. Is daar een reden voor of is dit toeval?
'Soms vind ik dat het er beter uitziet wanneer er geen hoofdletters en leestekens in een gedicht staan, zeker wanneer het een geheel moet vormen. Als ik ze gebruik is dit om duidelijk een begin en een einde aan te duiden, als de inhoud er om vraagt. Soms is het gewoon toeval, misschien luiheid.'

Wanneer was de laatste keer dat je naar je eigen woorden geluisterd hebt?
'Vier woorden werd voorgedragen op radio Urgent, dan heb ik het uiteraard beluisterd.'

Wanneer was de laatste keer dat je de uitvinder van klok vervloekte?
'Vanmorgen toen ik de zoveelste moordpoging op mijn wekker deed.'

Wanneer was de laatste keer dat je iets schreef wat geen gedicht was? En wat was dat?
'Ik heb een deel van de tekst verzorgd voor het jeugdstuk Romeo en Julia (the making of) van Tejater De Orchidee dat tot 4 maart in Tielen speelde.'
   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Barwoutswaerder * Ruige reuzen
alle bijdragen
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1821
door David Troch op 09-03-2006
Stukafest. Toen de wonderlijke jongedame dat drielettergrepige woord voor de eerste keer in de mond nam, kreeg Barwoutswaerder meteen visoenen van ruige reuzen die kwistig met hakbijlen in het rond stonden te zwaaien. Moesten ze écht bij zo'n stelletje ongeregeld optreden? Daar werd de kleine kabouter niet bepaald enthousiast van. Gelukkig bleek Stukafest al snel een afkorting voor Studentenkamerfestival te zijn. Simpelweg.
Optreden in de natuurlijke biotoop van studenten, daar kon Barwoutswaerder wel mee leven. Niet in het minst omdat de wonderlijke jongedame hem daarbij zou vergezellen. Hoe de twee dat duo-optreden uiteindelijk zouden invullen, daar dachten ze niet aan bij het bevestigen van hun komst, niet bij het ondertekenen van het contract, maar pas enkele dagen voordat ze van Rijsel naar Nijmegen zouden rijden.
En dan nog. Al hadden ze al half en half beslist om met Zwanger één twaalfde uit Een doosje dolle dialogen te brengen, het toneelstuk waarmee Barwoutswaerder vorig jaar op de planken stond, ze hadden die dialoog nog niet gerepeteerd. Daarmee begonnen ze pas die donderdagmiddag, 2 februari, in de inktblauwe Ford Fiesta. Barwoutswaerder had het gemakkelijk, hij moest de tekst alleen maar opfrissen. De wonderlijke jongedame had het lastiger. Voor de fun hadden de twee de dialoog al eens in de zomer op het literaire verjaardagsfeestje van Barwoutswaerder voorgelezen, nu zou het uit het hoofd moeten. Dat zou in een knusse huiskamer meer effect hebben.
Die knusse huiskamer vonden de Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame in de Piersonstraat. Hun gastheer verwelkomde de twee met soep, brood en kaas. De nieuwsgierigen naar het Belgische dichterskoppel, zoals het sprookjeskoppel in alle communicatie was aangekondigd, kon zich te buiten gaan aan wijn, bier, frisdrank, koffie en thee. En er moest wel wat drank geschonken worden, het bleek dat Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame tot drie keer toe een uitverkochte woonkamer wisten te lokken. Dat verbaasde de twee wel wat. Het was niet dat er in de rest van Nijmegen niks te beleven viel. Stukafest bleek heel wat volk op de been te brengen, publiek vooral, maar ook artiesten die verspreid in de binnenstad literatuur, cabaret, muziek of wat dan ook brachten.
Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame hielden het bij poëzie. Al staken ze dan wel van wal met die dialoog. Dat was de enige constante in hun driedelige optreden. Driedelig, het Belgische dichterskoppel had net als alle andere artiesten drie keer een half uur om het publiek te vermaken. Na zo'n half uur kon dat publiek zich weer naar ander vermaak verplaatsen. Of andere artiesten telkens dezelfde set brachten, daar hebben Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame het raden naar. Feit is dat na de dialoog, waar zowaar hartelijk mee gelachen werd, het drie keer een andere richting uitging.
Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame hadden vooraf afgesproken om na het korte twistgesprek het euromuntstuk op te werpen dat tijdens een plaspauze de ondeugende kabouter in de schoot was gevallen. Maar toen de twee bij het binnenkomen al zagen dat er een verzameling muntjes op de vensterbank was uitgestald, werd het één van de muntjes van hun gastheer.
Het opgeworpen muntje bepaalde wie het eerst het woord nam, tot twee keer toe de wonderlijke jongedame. Op dat openingsgedicht pikte de andere helft van het sprookjeskoppel in én verduidelijkte daarbij die gedichtkeuze. Zo werd de rest van het beschikbare half uur verweven tot steeds weer een ander verhaal, met nooit dezelfde poëzie.
Dat lokte bij de gastheer de reactie uit dat het tweede half uur bij hem het meest in de smaak viel. Willem Sjoerd van Vliet maakte dat onderscheid niet. De hoofdredacteur van Op Ruwe Planken had ook het volledige anderhalf uur bij het sprookjeskoppel uitgezeten. Hij hoopte zo zijn tijdschrift, waaronder het recentste nummer met werk van Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame, aan de man te kunnen brengen. Dat leek aardig te lukken.
Toen zowat iedereen uit de woonkamer verdwenen was, gingen Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame samen met de gastheer naar het slotfeest. Voor de gratis knipbeurt konden de twee niet meer in de rij gaan staan, maar ze vermaakten zich wel bij de dj-set in de grote zaal en tenslotte in de zetels in de chill out room. Even na middernacht besloten ze opnieuw de koude nacht in te trekken, ditmaal in het sympathieke gezelschap van ruige reus Peter Muselaers, de organisator die de twee voor het fijne festival had opgetrommeld. Hij begeleidde Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame naar zijn kamer. Een kamer waar kort geslapen werd en waar na een nog kortere inspectie geen hakbijl te vinden was.

Twee dagen na Stukafest werden Barwoutswaerder en vooral de wonderlijke jongedame in Harelbeke verwacht. Daar botsten ze quasi meteen op Lies Van Gasse die het jaar voordien zowel bij de jongeren als bij de categorie zonder leeftijdsbeperking met de eerste prijs aan de haal ging. Eerste prijzen die toen haar vader nog oppikte omdat ze zelf in Milaan vertoefde. Nu was ze er wel om de vijfde prijs bij de categorie tot 25 jaar in ontvangst te nemen. In diezelfde categorie mocht Laura Tack naar huis met de vierde en Sofie Verdoodt met de derde prijs. De wonderlijke jongedame werd bekroond met de tweede prijs en moest zodoende alleen in Cathérine De Kock haar meerdere erkennen.
In de categorie zonder leeftijdsbeperking waren het dit jaar allemaal andere namen. Zo ging Jean-Marie De Dijn aan de haal met de vierde prijs, kreeg Piet Clauwaert de derde prijs. De Nederlanders W.A. Fraikin en Gerard Wolterbeek waren goed voor respectievelijk de tweede en de eerste prijs.

pst: Barwoutswaerder laat nog weten dat zijn angst voor ruige reuzen weer wat afgenomen is.
   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Biefstuk, bintjes en bloemkool
alle bijdragen
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1812
door Sander de Vaan op 28-02-2006
Een gesprek met Irene Langenfeld

Geïnspireerd door de website "Around the world in 80 meals" (www.80meals.blogspot.com) wil Irene Langenfeld dit jaar bij een aantal dichters thuis de maaltijd gaan gebruiken. 'Eten met Poëten', zoals haar actie heet, is vorige week van start gegaan en moet uitmonden in een reeks verslagen op haar weblog én in een slotfeest aan het eind van 2006, waarvoor alle poëten die meegewerkt hebben uitgenodigd zullen worden.
"De bedoeling is dat ik met de dichter datgene eet wat hij gewend is te eten", zo zegt Irene. "Dus haalt hij iedere avond patat bij de snackbar of laat hij altijd pizza's bezorgen, dan doe ik vrolijk mee. Ik verwacht echt geen vijf-gangenmenu, al heb ik daar natuurlijk geen bezwaar tegen... De hele opzet van deze actie is dat ik meer te weten kom over de dichter in het algemeen en zijn/haar eetgewoontes in het bijzonder."
Intussen is ze al gewaarschuwd voor onsmakelijke types in dichtersland en is haar een sterke maag toegewenst: "Maar ik heb intussen ook gemerkt dat er wel degelijk culinair onderlegde dichters zijn. En bang om door mijn actie te dik of juist te mager te worden ben ik niet. Ik weeg al jaren vijftig kilo schoon aan de haak en mochten de maaltijden erg karig zijn, dan zal ik mezelf thuis bijvoederen."
Hoopt ze bij dichters meer rijmende combinaties als ei, prei en balkenbrei, of kaas met varkenshaas voorgeschoteld te krijgen? "Ha ha, ik verwacht juist allitererend eten zoals biefstuk, bintjes en bloemkool, of vooraf soep, dan stamppot en sorbet na! Overigens hoop ik op variëteit, want ik zal op mijn weblog van elke met een dichter genoten maaltijd verslag doen. Wanneer ik bij alle dichters vegetarisch te eten krijg of ieder diner uit aardappelen, groente en vlees bestaat, wordt het op den duur nogal saai. Er zijn legio mogelijkheden, zoals een picknick in de zomer of een veganistische maaltijd, én ik heb al een toezegging van een dichter om bij een daklozencentrum te gaan eten."

Op dit moment is Irene met vijf dichters in gesprek voor een concrete eetafspraak. Maar helaas heeft ze ook al een paar afzeggingen binnen, waaronder een van de stads(deel)dichter van Amsterdam. "Hij vond het een leuk initiatief, maar hij heeft de komende maanden geen tijd. Jammer, ik denk dat je als stads(deel)dichter toch een voorbeeldfunctie vervult en bovendien schijnt hij erg lekker te kunnen koken. Wie weet lukt het later nog..."
Heeft ze ook nog voorkeuren voor bepaalde dichters? "Ik zou graag bij Bart Chabot willen gaan eten, met Pierre Wind als kok. Volgens mij wordt dat een zeer enerverende avond. Ook heb ik de tip gekregen dat Barry Fitton goed kan koken. Hij ziet er in ieder geval weldoorvoed uit. Een goede kok hoort een beetje dik te zijn. Een heel magere kok vind ik verdacht."
Zelf kookt Irene vooral véél. "Ik heb twee zoons, een vriend met een zoon en vaak komen er nog allerlei vrienden en vriendinnen van mijn kinderen aanwaaien. Meestal zitten we met minstens vijf personen aan tafel, die ook nog eens bijzonder hongerig zijn. Maar als er ooit een dichter bij míj komt eten, zou ik hem of haar het liefst op een pittige rendang trakteren..."

Hoewel Langenfeld pas sinds de lente van 2005 schrijft, heeft ze in kleine kring al behoorlijk veel opzien gebaard. "Vorig jaar ben ik geïnspireerd geraakt door een aantal dichters die ik op Ruigoord zag optreden. Toen ben ik begonnen met het schrijven van mijn boekje 'Vunzige Verzen en andere Liefdesgedichten'. Ik heb wat werk aan Hans Plomp laten lezen en hij regelde een week later al een optreden voor mij op een erotic poetry night. Toen moest ik, ondanks mijn podiumvrees, met de billen bloot (figuurlijk gesproken). Ik was erg nerveus maar omdat ik mij niet door mijn angsten wil laten leiden, heb ik het toch gedaan. Gelukkig reageerde het publiek enthousiast. Voordragen van gedichten is een vak apart, waarover ik nog veel moet leren. Ik denk ook dat het een kwestie is van kilometers maken: hoe vaker je het doet, hoe beter het gaat."
Zelf is Irene vooral gecharmeerd van Lucebert, Karel ten Haaf ("buitengewoon komisch, met veel zelfspot"), de dichters van Epibreren ("goede teksten en uitstekende perfomance") en de Engelstalige dichter Eddie Woods. "Zijn gedichtenbundel 'Tsunami of love' raakte mij erg. Hij heeft zijn liefdesverdriet zeer indringend, bijna exhibitionistisch beschreven."

Gevraagd naar een tekst waarmee ze zichzelf aan haar lezers zou willen presenteren, noemt Irene het motto dat ze aan haar boekje meegaf:
INSOMNIA (Vrij naar J.C. Bloem)
"Denkend aan de daad kan ik niet slapen
en niet slapend denk ik aan de daad"
Hoe Langenfeld's actie ook zal verlopen, de dichters die haar van hun kookkunsten of patatje willen laten meegenieten hoeven in ieder geval niet te vrezen dat er een schuchtere, zwijgzame dame op bezoek zal komen. Dat ze niet op haar mondje gevallen is, bleek onder meer bij de presentatie van de erotische verhalenbundel 'De Lakjurk' van Guilly Koster. Irene: "Guilly had mij vunzige verzen horen declameren en mij later gevraagd of ik tijdens zijn boekpresentatie een paar van die verzen wilde voordragen. Dat leek hem wel toepasselijk en stiekem wilde hij de boel ook een beetje shockeren. Ik heb toen o.a. mijn gedicht 'Geil' voorgedragen. Dat shockeren is wel gelukt, veel mannen én vrouwen moesten blozen..."

  'Eten met Poten', zie: 20six.nl/irenelangenfeld
   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Saint Amour * De oorsprong van de pozie
alle bijdragen
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1810
door Simon Korthout op 26-02-2006
"Doodgaan, ik draai er mijn hand niet voor om
als jij me liever sterven ziet"

Dat zijn de woorden van de 23-jarige Claudio Monteverdi, vrijdagavond 17 februari ten gehore gebracht in de schouwburg van Tilburg. In het Italiaans gezongen, maar in de op het decor geprojecteerde Nederlandse vertaling mee te lezen. Deze even jeugdige als gepassioneerde liefdesverklaring representeert het thema van deze avond: Saint Amour. Liefde: in één woord samengevat waar de avond over gaat. Een avond die desalniettemin zeer gevarieerd is, gevuld met poëzie, zang, muziek en film. Jong en oud, gepensioneerd en CKV-studerend, krijgen vanuit zacht rode pluche stoelen de kans aan tal van facetten van de liefde te proeven.
Op het podium verschijnen de grote namen van de Nederlandse en Vlaamse poëzie, in levenden lijve! Want wat het publiek vanavond hoort en ziet, is de oorsprong van de poëzie: hier verschijnen mensen die vertalen, die luisteren, kijken en voelen om al die indrukken op te snuiven en weer uit te ademen. Maar dan anders; dan in woorden en in klanken. 'Poëzie die van de straat geraapt is', zo wordt Remco Campert aangekondigd. Maar het mag dan op de straat liggen, het ligt er geenszins in de woorden die Campert uitspreekt voor een ontroerd publiek. Het ligt er niet in die vorm, in dit ritme, in die kleur. Vaker lijkt het er te liggen in de woorden van het NOS journaal, in de onomwonden hardheid van de feiten. Hier ligt de bron, hier spreekt de poëzie.
Maar toch is deze avond een feest van herkenning, een feest van romantiek en fantasie, een feest dat georkestreerd wordt door de woorden van Komrij, Gerrit Komrij welteverstaan, die met zijn voordracht schaamte, taboe en humor met liefde weet te verbinden. Fysieke liefde. Schaamrood op wangen boven een brede glimlach om de lippen.
Saint Amour, een avond in een uit Vlaanderen afkomstige traditie, is een kans om de liefde te onderzoeken, onder de loep te nemen en te analyseren. Als in een documentaire op Discovery Channel komen hier de vele kanten van het meest bezongen woord voorbij, met het verschil dat hier de afstandsbediening ontbreekt. Ik snak soms naar een pauze-knop, een herhaling in slowmotion, naar een mooi gedrukte bundel waarvan ik in mijn tempo de bladzijden om kan slaan. Het gaat snel en het applaus doorbreekt te snel het ritme van de woorden. Soms zou stilte volstaan en zelfs zoveel mooier zijn, maar de onmacht van het publiek klatert uit klappende handen: applaus, de macht van het publiek. Waarom niet de stilte van 's avonds poëzie in bed?
Maar toch: poëzie dient voorgelezen, uitgesproken of gefluisterd. De flinterdunne stem van een 76-jarige Hugo Claus, het droeve stemgeluid van P.F. Thomése en de enige vrouwenstem van Anna Enquist. Althans, de enige vrouwenstem die poëzie uitspreekt, want de avond wordt van variatie voorzien door het Antwerpse zangtrio Laïs, door fragmenten uit de Braziliaanse documentaire O Amor Natural en door de in Vlaanderen reeds populaire Engelse serie In de Gloria. Poëzie dient een subject te hebben, zo blijkt. Iets waarop de liefde zich kan richten, op kan storten. In elk gedicht richt een ik zich tot een jij: 'zonder jou geen liefde'. Of jij nu leeft of dood bent, echt of fantasie, de liefde is voor jou... Ik luister en geniet, maar zit hier met mijn moeder.
Zoals gezegd is het concept van Saint Amour in Vlaanderen al succesvol gebleken; nu volgt Nederland. Laat Nederland maar volgen. Het volgend jaar, of het jaar daarna, of het jaar daarna...

   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Vannacht van Frieda Snel * Nader bekeken door Herbert Mouwen
alle bijdragen
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1800
door Herbert Mouwen op 22-02-2006
Vannacht

Vannacht een brief geschreven, deze.
Was eruit geweest, zag op het bed

een lichtstreep waar je had gelegen.
Legde hem weg, kon het gordijn niet beter

sluiten, telde gezwichte jaren in zuchten,
slikte het dwingend gedraai, als koudvuur

bevroren mijn handen, mijn vuisten. Niet
laten lezen, de gedachten verscheurd.

Frieda Snel (1943)


Het gedicht 'Vannacht' lijkt de weergave van een strijd tussen het materiële en het immateriële, lijkt het zoeken naar een antwoord op de vraag: moet je een gedachte, een gevoel vastleggen om het te kunnen tonen aan de ander, of zijn er gedachten die je maar beter voor jezelf kunt houden. 'Vannacht' is de verbeelding van een crisismoment dat we allemaal wel kennen, dat we allemaal te lijf gaan, maar waar we vrijwel nooit als overwinnaars uitkomen. Integendeel, het levert ons meestal niets op en wanneer de nacht voorbij is, worden we weer geconfronteerd met de keiharde werkelijkheid van alledag. Beter: van overdag.

De nacht is er om rust te nemen, je even terug te trekken in je gedachten, te slapen. Maar het verkrijgen van deze verdiende rust is slechts voor weinigen weggelegd. Het zoeken naar rust leidt voor tallozen tot onrust en onzekerheid, tot handelen dat even later nog in diezelfde nacht als zinloos wordt ervaren. Een brief wordt geschreven, dat wil zeggen 'deze'. Een gedicht dus, maar als het gedicht geschreven is, komt de schrijver tot de conclusie: 'Niet laten lezen'. Waarom schrijf je dan gedichten? Om ze niet te laten lezen? Dat kan. Waarom zou je je gedichten laten lezen aan een ander. Maar fascinerend is de laatste zin: 'De gedachten verscheurd'. Zijn de gedachten verscheurde gedachten in de betekenis van deerniswekkende of gruwelijke gedachten? Of heeft de dichter zijn gedachten verscheurd, al dan niet door de brief te verscheuren? Het gedicht heeft een schijnbaar gesloten einde, maar gedachten zijn immaterieel en zullen er voor de dichter altijd zijn. Gedachten gaan nooit verloren.

Het gedicht is in een opvallende stijl geschreven. De 'ik' als onderwerp is nergens gerealiseerd, dit levert een telegramachtige, verslaggevende stijl op van het gedicht. Het gedicht krijgt hierdoor een heel eigen ritme. Dat ritme wordt door het beginrijm en de assonanties (sluiten slikte) versterkt. De ee-klank overheerst in het begin, later is het de i-klank: gezwichte slikte dwingend. Deze stijlmiddelen blijven mooi verborgen in het gedicht. Ze zijn niet expliciet aangebracht, want dan werken ze storend op de lezer.

Een belangrijke vraag is of de ik-figuur het bed is uitgegaan, omdat een lichtstreep op het bed hem inspireerde tot het schrijven van een gedicht of dat hij de streep na het schrijven bij toeval waarnam. Anders gezegd, kun je na 'geweest' het woordje 'omdat' of 'en' inlassen?

Bijna elke versregel is op meerdere wijzen te interpreteren, zelfs 'Legde hem weg' kan verbonden worden met de 'lichtstreep' in plaats met de voor de hand liggende 'brief'. Niet dat ik aan de eerste mogelijkheid vasthoud, maar het roept een extra spanning op wanneer de interpretatiemogelijkheden zich als een breed uitgespreide waaier aandienen.

De ik-figuur is niet in staat het gordijn beter te sluiten. Dat heeft tot gevolg dat de lichtstreep niet verdwijnt en dat hij degene die naast hem in bed heeft gelegen niet kan 'wegstrepen' of misschien wel 'verdonkeremanen'. Deze persoon is er en is dus niet uit zijn gedachten te bannen. Om nog maar niet te spreken over de bijbetekenis van 'het gordijn sluiten' in de richting van 'het verleden vergeten', 'het boek sluiten' e.d. Het is blijkbaar niet mogelijk je volledig af te sluiten van de werkelijkheid. Altijd weet het licht binnen te dringen en houdt contact met je, ook in de nacht, wanneer er amper licht is.

De ik-figuur telt de jaren die voorbij zijn 'zwichten' in de betekenis van 'wijken' in het aantal 'zuchten' dat hij laat. De frase 'slikte het dwingend gedraai' roept door de woorden 'slikken', 'dwingen' en 'draaien' negatieve connotaties op, zonder dat de dichter iets inhoudelijk prijsgeeft aan de lezer, die altijd nieuwsgierig en op sensatie belust is. Maar de dichter houdt zich in, vooral emotioneel. Wat er precies gaande is, dat gaat de lezer geen donder aan. Het gaat om de herkenning en de emotie. Daar mag iedere lezer zijn eigen plaatje inkleuren. Een gedicht is geen tabloid of roddelblad. Bij 'als koudvuur bevroren mijn handen, mijn vuisten' komt voor de dichter de emotionele spanning door middel van dit fraaie paradoxale beeld tot een eind. Het gedicht komt in de gespannen 'vuisten' ritmisch tot stilstand. Tegelijkertijd wordt op dit 0-punt voor de lezer de spanning haast ondraaglijk. Deze vraagt zich af: hoe gaat dit aflopen? De ik-figuur neemt een beslissing: 'Niet laten lezen, de gedachten verscheurd.' Maar het is al te laat. Het gedicht is geschreven en de dichter heeft het al verspreid en 'laten lezen'. Aan ons.

Gedachten kun je niet verscheuren, zelfs papier verscheuren waar een gedicht op geschreven staat, valt niet mee. Je komt er niet toe, zeker niet 's nachts.
   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Barwoutswaerder * Schemerdonker en geluidsdicht
alle bijdragen
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1798
door David Troch op 10-02-2006
Op Gedichtendag kan een dichter zich onmogelijk met een goedgevulde thermos koffie in een schemerdonker en geluidsdicht zolderkamertje afzonderen. Hij moet naar buiten, de straat op, laten weten aan voorbijgangers dat er niet zomaar elke dag aan poëzie voorbij mag worden gegaan. Zo denken Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame erover. Ze beslisten dan ook een maand voor de hoogdag de handen in elkaar te slaan, wat uiteindelijk resulteerde in Beeldrijk.
Omdat de poëtische namiddag noem het vooravond in de bibliotheek van Tielt zou plaatsvinden tussen 17u en 19u contacteerden de twee uitsluitend dichters uit de provincie West-Vlaanderen. Niet meteen met verbluffend resultaat. Heel wat West-Vlaamse dichters zouden immers naar Antwerpen sporen om daar tot twee keer toe in de Permeke bibliotheek van zich te laten horen.
Toch wisten Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame uiteindelijk toch nog zeven dichters warm te maken om de inwoners van Tielt te laten weten dat de poëzie in hun stad niet uitsluitend van uitgeverij Lannoo moet komen. Magda Castelein, albrecht b doemlicht, Patricia Lasoen, Tine Moniek, Paul Rigolle, Valerie Tack en Jan van meenen kwamen met plezier met hun poëzie in de bib van Tielt langs. Dat maakte met Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame erbij een totaal van negen dichters. Om aan Beeldrijk de nodige ruchtbaarheid te geven, ontwierp het sprookjeskoppel dan ook negen verschillende posters, met op elke poster een gedicht van één van de optredende dichters. Op die manier fleurde poëzie de Tieltse straten al op weken voor Gedichtendag.
De dag zelf kon geen mens de inkomhal van de bibliotheek in of uit zonder flarden poëzie op te vangen. Na een korte welkomstdialoog van Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame mocht Tine Moniek als eerste en tsunamigewijs woorden in de oren van de toeschouwers laten kabbelen. Ze werd afgelost door Paul Rigolle die een Duits museum bezocht, waarna Magda Castelein De etser en de vrouw op visite liet komen. Patricia Lasoen nam na een korte pauze met stijl haar roze hoed af, Jan van meenen nam iedereen die wilde mee naar festival d'Avignon, waarna Valerie Tack voor haar allereerste optreden ooit de vier gedichten die ze bij zich had met overtuiging bracht. Dan stond albrecht b doemlicht voor één keer niet op de tippen van zijn tenen toen hij alle makken lammen naar de slachtbank leidde, liet de wonderlijke jongedame zich door een prins te grazen nemen, waarna Barwoutswaerder stilletjes afsloot.
Slechts twee dagen na Beeldrijk was het weer poëzie dat de klok sloeg. Die zaterdag trokken Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame immers naar Leuven om samen met Xavier Roelens en Floris Schillebeeckx de handschoen op te nemen tegen de Nederlanders Huub van Esch, Michiel van Rooy, Judith Bruynzeels en Mariken Verhoecks in Brabant versus Brabant. Noem het een poëtische België-Nederland.
Het kwartet Nederlandse dichters, zo waarschuwde een mail, zou een vol busje supporters meebrengen. De ganse bende zou 's middags na een broodjesmaaltijd een stadswandeling maken en om half zes handjes schudden met de vier Belgen in Salons Georges op het Hogeschoolplein. Daar ontmoetten Barwoutswaerder, de wonderlijke jongedame en Xavier Roelens die het sprookjeskoppel in Gent hadden opgepikt, die andere Belg: Floris Schillebeeckx. Ook hij bleek voor het copieuze maal supporterloos te zijn. Copieus, ja. Barwoutswaerder had als dichter nog nooit een dergelijk driegangenmenu voorgeschoteld gekregen.
In ieder geval gaf het de tijd om onder andere te weten te komen dat de vier Nederlanders een voorronde met negen dichters hadden overleefd en dat één van hen, Michiel van Rooy, met een gedicht in het recentste nummer van Op Ruwe Planken prijkt, het nummer waarin toevallig ook werk van Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame te lezen staat.
Na een koffietje ging het richting Café Van de Velde in bibliotheek Tweebronnen waar de zogeheten strijd zou losbarsten. Het dichterscollectief Mengmettaal, met onder andere Mark Meekers die nadien ook in de jury zou zetelen, warmde het publiek eerst op. Tijdens het eten had het lot al bepaald in welke volgorde de dichters het strijdperk, een houten verhoog met bijpassende microfoon, zouden betreden. Spitsafbijter Huub van Esch zette zich op een barkruk om niet altijd even verstaanbaar zijn gedichten in de microfoon te murmelen. Ook de drie andere Nederlanders hadden wellicht niet alleen volgens Barwoutswaerder een niet zo'n hoog performance gehalte en op het eerste gehoor ontwaarde hij her en der wel wat woorden en zelfs volzinnen die uit de voorgelezen gedichten konden worden gekieperd.
Barwoutswaerder, de wonderlijke jongedame en hun ondertussen opgedoemde entourage gokten na afloop dan ook op een Belgische winnaar, met Floris Schillbeeckx als grootste kanshebber. Het liep anders. De jury kwam uit conclaaf en verraste vriend en vijand door doodleuk te melden dat ze bij hun beoordeling de performance buiten beschouwen hadden gelaten. Op basis van bladspiegel riepen ze Huub van Esch tot winnaar uit.
Dat leidde tot wel wat gemor. Toen presentator Jan Reynaerts de avond met wat bedankjes begon af te sluiten, sprong Barwoutswaerder dan ook weer het houten verhoog op en liet in de bijpassende microfoon een puntje van kritiek horen. Onze kaboutervriend was van mening dat er vooraf niet naar het performancegehalte moet worden gevraagd als men ten langen leste besluit de manier van voordragen buiten beschouwing te laten. Het puntje van kritiek viel niet in dovemansoren. De organisatoren en juryleden knoopten het in hun oren voor een volgende editie.


pst: Barwoutswaerder laat nog weten dat hij de wonderlijke jongedame dankbaar is voor de goedgevulde thermossen koffie die ze 's ochtends voor hem zet, al is het niet om zich terug te trekken in een schemerdonker en geluidsdicht zolderkamertje, eerder om enigszins wakker in zijn inktblauwe Ford Fiesta te kunnen kruipen.
   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
De stilte na gedichtendag.
alle bijdragen
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1791
door Yves Joris op 04-02-2006
Gedichtendag, donderdag 26 januari. Het hele land staat op zijn kop. Mensen schrijven zich te pletter en je kan de straat niet op zonder een gedicht of dichter tegen het lijf te lopen. Iedereen slooft zich uit om slecht afgebroken proza op vuilnis-, brood- en andere zakken te plaatsen. De huis-aan-huisbladen, het periodiekje van de boerinnenbond of het parochievakblad, alle roemen ze deze hoogdag van het woord. Ja, mensen het gaat goed met de poëzie. Verdomd goed. Alleen spijtig dat er meer wordt uitgegeven dan gelezen.

Dinsdag 31 januari. Plaats van het gebeuren: Bozar (voormalige Paleis voor Schone Kunsten in Brussel). Op het programma twee coryfeeën van de Nederlandstalige poëzie: Geert Buelens en Erik Spinoy. Twee dichters voor de prijs van € 2,50, zeg nu nog eens dat poëzie elitair is. Bij de ingang tref ik Clara Haesaert, éminence grise van de Vlaamse literaire wereld. 'Het zal maar een magere opkomst worden, het zijn 'moeilijke' dichters.' Moeilijk? Moet het dan allemaal weer eens zo klaar als een klontje? Als een 8-jarige de wedstrijd van Radio 1-huisdichter kan winnen, dan kan poëzie toch helemaal niet zo moeilijk zijn?
Om 12.45u stipt worden de twee sprekers ingeleid met excuses. Excuses voor het zo weinig talrijk opgekomen publiek. Ik tel 20 aanwezigen. Een strak grijs podium, hier en daar opgesmukt met een plukje groen. Dezelfde aanblik in de zaal. Veel grijze haardossen en mijn groene trui om het monotone coloriet te doorbreken.
Eerst is Spinoy aan het woord. De man die in een adem genoemd wordt met Van Bastelaere heeft zich degelijk voorbereid. Het is te zien dat hij gewend is voor een menigte te spreken. Nu ja, menigte. Geert Buelens werkt al improviserend, maar daarom niet minder sterk. Ze spraken over hun poëtica, lazen voor uit oud en recent werk en toonden overeenkomsten en verschillen in hun poëtisch werk. Mooi, maar te weinig mensen om het geheel overtuigend te maken. Op het einde worden er naar aloude gewoonte een aantal dichtbundels verloot. De aanwezigen hadden op één na geluk: iedereen won een bundel.
Gedichtendag en de nadagen. Het lijkt me een nieuwe Allerheiligen te worden. Een dag per jaar wordt er aandacht besteed aan de dierbare overledene. De rest van het jaar staan de chrysanten weg te kwijnen op de eenzame grafzerken.
   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Gedichtendag, gedichtendag
alle bijdragen
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1785
door Edith de Gilde op 27-01-2006
Gedichtendag 2006 is nog maar half voorbij als ik dit tik. Ik heb nog het een en ander tegoed aan activiteiten in Den Haag, maar tintel al van wat er tot nu toe gebeurd is.
In mijn geval begon gedichtendag al op woensdagochtend 25 januari. Met een zeer aardig iemand die bereid was in één dag 500 kilometer te rijden om me in staat te stellen 's avonds de proclamatie van de poëziewedstrijd van de stad Oostende bij te wonen en ervoor te zorgen dat ik toch op donderdagochtend kon voordragen bij een poëzie-ontbijt in Gouda, vertrok ik naar Oostende, waar we in alle rust het al voltooide restauratiewerk en de energie waarmee men nog bezig is aan een facelift van de stad te bewonderen. Er was tijd genoeg om het bescheiden gepresenteerde en daardoor niet zo gemakkelijk te vinden Ensorhuis te bezoeken en Ensors bizarre fantasie en morele verontwaardiging in zijn eigen omgeving op ons in te laten werken. En toen werd het langzaam tijd voor de proclamatie. We waren vroeg, zaten voorin en zagen af en toe omkijkend hoe de bibliotheek Kris Lambert begon vol te stromen, te stromen, te stromen, tot elk beschikbaar plekje bezet was. Presentator Kurt van Eeghem kan zo'n opkomst met gemak aan en is in staat om routine te mengen met gemeend overkomende betrokkenheid. Juryvoorzitter Geert van Istendael las het juryverslag ondanks verkoudheid met groeiende bezieling voor. Mijn eigen bescheiden rol op het podium deelde ik met drie andere aanwezigen die samen met mij en drie niet-aanwezige dichters het geluk hebben deel uit te maken van het gezelschap eervol vermelden. De Nederlandse winnaressen Hanneke van Schooten en Marijke Hanegraaf (respectievelijk de eerste en de derde prijs) en de Vlaamse dichter A.J. Sterken kregen, evenals hun gedicht, alle eer die hun toekwam. In de prachtig uitgevoerde bundel krijgen de tien bekroonde gedichten een presentatie waarvan je niet eens dúrft te dromen.

De poëzieprijs van de stad Oostende heeft hiermee de afsluiting van zijn vierde editie beleefd en krijgt een steeds grotere uitstraling. 543 inzenders uit diverse landen, waaronder een groot aantal Nederlanders, hebben de weg naar de wedstrijd gevonden. De voor een poëziewedstrijd ongeëvenaarde geldprijzen, de status van de juryleden, de lucide en open manier waarop de werkwijze van de jury uiteen wordt gezet, de schitterende bundel, de professionele begeleiding van de gemeente, het zal er allemaal aan bijdragen. Oostende brengt deze inspanning elke twee jaar op. Meander wordt breed gelezen en ik citeer daarom met instemming Geert van Istendaels vraag in het juryverslag: "We weten en begrijpen heel goed dat de prijs tweejaarlijks wordt uitgereikt. Maar zou voor het jaar zonder prijs wellicht niet een Nederlandse stad gevonden kunnen worden die dezelfde voortreffelijke actie onderneemt en ook drie gedichten rijkelijk beloont? De Cultuurdienst van de stad Oostende zou daartoe haar rijke ervaring en kennis ter beschikking kunnen stellen. Het is een idee, een open vraag, meer niet."

Tot zover Oostende. Na een korte nacht reden we in het donker van de ochtend naar Gouda, waar ik in de sfeervolle bibliotheek in de Spieringstraat werd verwacht om voor te dragen tijdens een poëzie-ontbijt. De Delftse dichter Jan Boerkoel en ik wisselden elkaar af in drie ronden. Niet eten tijdens het voordragen was de afspraak en de mensen aan twee lange tafels hielden zich daar keurig aan. Maar ze deden meer. Als je vaker voordraagt leer je stiltes interpreteren. Ben je ergens niet op de goede tijd, niet op je plaats, sluit je voordracht onvoldoende aan bij je publiek of omgekeerd, dan kun je je woorden in het beste geval via oor één oor twee weer horen uitvliegen, maar vaker hoor je de woorden in dode stilte op de grond vallen. Kloppen de dingen wel, dan trilt de stilte van concentratie. In Gouda was er die stilte.

Ik nam in Gouda de trein naar Den Haag en kreeg zoals alle wachtenden op het perron van een medewerkster van de NS de vraag of ik een kaart-met-gedicht wilde. Mijn enthousiaste reactie leverde me de hele set van tien kaarten op, zodat ik nu in het blijde bezit ben van een groot scala dichters, elk op hun eigen kaart.

In Den Haag, op weg van perron naar stationshal, begint een man naast me te zingen: In-Den-Haag-daar-woont-een-graaf. Liedjes zijn ook gedichten en zo vaak komt het niet voor dat iemand in mijn stille-smoelenstad in het openbaar in zingen uitbarst.

Het is gedichtendag en ik heb Gerbrandy, Goudeseune, Harmens en Wigman nog te goed. Op naar de Passage.
   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Barwoutswaerder * Dode zwarte katten
alle bijdragen
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1783
door David Troch op 27-01-2006
Vrijdag de dertiende. Op zo'n dag ziet Barwoutswaerder niet meer dan anders dode zwarte katten langs de kat van de weg liggen. Hij staat er ook niet bij stil dat na het zien van zulk een vermorzeld wezen er misschien wel eens wat akeligs zou kunnen gebeuren. Zwart of niet zwart, een dode kat is een dode kat. Simpel als dat.
Het was dan ook niet de zogenaamde onheilsdatum waarvan Barwoutswaerder zijn buik omstreeks kwart voor vier in de namiddag begon samen te trekken, wel de herinnering aan de neusverkoudheid die hem eerder die week zwaar parten had gespeeld. Een nasale klank tot daar aan toe, maar de bijkomende schuurpapieren keel, nee, dat was er als special effect teveel aan. Er werd dan ook kwistig Vicks op de borst gesmeerd en neusdruppels in de neusgaten gegoten in de dagen voor vrijdag de dertiende.
Die dag reden Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame naar Amersfoort voor de jaarfinale van Slamersfoort in cafétheater Borra. Twee Belgen tussen niet eens weinig Nederlanders. Dat was tijdens de voorronde in juni wel even anders. Toen waren nu ook weer niet zo gek veel poëzieliefhebbers er getuige van hoe Freek Lomme het publiek en Barwoutswaerder de vakjury voor zich wisten te winnen. Die Freek Lomme stuurde nu zelf zijn spreekwoordelijke kat, net als Anne Tjerk Mante en Christiaan Mooiweer. Zo waren ze nog met negen.
Negen kleine ...
Het was een lied dat Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame onderweg niet gezongen hadden. Wel hadden ze zich aan een voorspelling gewaagd. De twee gokten op een finale van de finale tussen Pom Wolff, Alexis De Roode en een onbekende derde. Want met Lotte Asveld, André Heijenkamp, Herman van Lunen, Hans Gosslinga, Alex Franken en Floor Cornelisse waren het, met uitzondering van Floor, stuk voor stuk dichters die ze nooit eerder aan het werk zagen. En Barwoutswaerder dacht niet dat Floor het tot de finale zou schoppen. Dus gunde de wonderlijke jongedame Barwoutswaerder het voordeel van de twijfel. Ach, de liefde...
Overigens hadden de twee ook De Roode nooit eerder aan het werk gezien. Ze hadden alleen een korte impressie gehad met een internetfilmpje waarmee de kijker een verklaring kreeg waarom De Roode het tot de halve finale van Poëzie 2005 had geschopt. Terecht. Bovendien had de roodharige man volgens onder andere Poëzierapport met Geef mij een wonder een voortreffelijk debuut bij elkaar gepend.
Het liep anders. Geen finale voor De Roode, gek genoeg zelfs geen tweede ronde. Barwoutswaerder mocht na een liefdesronde met een randje wel verder. Net als Pom Wolff die voortreffelijk nieuw werk bracht, Lotte Asveld die deinde op ritmisch rijm, André Heijenkamp die aardige poëtica in het rond wist te strooien (zijn flat zou later die nacht voor Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame een welkome slaapplek zijn, maar dat slechts tussen haakjes), Alex Franken die zowaar het publiek inwandelde en Floor Cornelisse die haar bekende versiertrucje bovenhaalde.
Ook na de tweede ronde zouden weer drie dichters de valiezen moeten pakken. De jury besliste dat dat André Heijenkamp, Alex Franken en Floor Cornelisse werden. Journalist Wichard Maassen, de Amersfoortse publieksprijswinnaar van vorig jaar Karlijn Groet, internetdichteres Ineke Wolf en café-uitbater Willem Borra wilden wel van Pom Wolff, Lotte Asveld en zowaar Barwoutswaerder een laatste ronde horen.
In die ronde leek Pom Wolff af en toe de draad te verliezen, bracht Lotte Asveld haar meest ritmische en wellicht ook meest poëtische vijf minuten, en verviel Barwoutswaerder volgens de wonderlijke jongedame in de onhebbelijke gewoonte van de monotonie. Geen dode zwarte kat die nog wist wie het zou worden.
Maar voor die dode zwarte katten zich op hun andere zij hadden gedraaid, was Maassen er al met het juryverdict. Hij zei dat het niet eenvoudig kiezen was geweest tussen de man die de poëzie uit zijn lijf wringt (Wolff), de vrouw die de poëzie uit haar lijf heupwiegt (Asveld) en de man die de poëzie met heel zijn lijf de zaal lijkt in te slingeren (Barwoutswaerder). Uiteindelijk koos de jury met Wolff voor de oude rot in het vak. En ook het publiek volgde dat goede voorbeeld, waardoor Pom met twee prachtige microfoontrofeeën en een niet nader te noemen bedrag naar huis mocht.
Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame zagen Wolff dat weliswaar niet doen, de twee muisden er eerder van order. Maar niet voordat er afscheid werd genomen. Onder andere van de perfecte gastheer Gijs Ter Haar die eerder die avond Barwoutswaerder en heel wat andere aanwezigen had weten te raken door tussen twee rondes één van de laatste gedichten van Victor Van der Daelen voor te lezen, de Antwerpse dichter die enkele dagen eerder in zijn slaap overleed.
Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame spraken daardoor nog maar eens de wens uit nog heel lang te willen blijven leven. Bijvoorbeeld om een met zetelkussens bij elkaar geïmproviseerde slaapplek te kunnen delen. Bijvoorbeeld om na een ochtendwandeling door Amersfoort, de winkelwandelstraten en de dom van Utrecht hand in hand te ontdekken. Bijvoorbeeld om samen nog poëtische evenementen als Beeldrijk te organiseren, al dan niet op Gedichtendag, al dan niet in de bibliotheek van Tielt, al dan niet met naast henzelf ook Magda Castelein, albrecht b doemlicht, Patricia Lasoen, Tine Moniek, Paul Rigolle, Valerie Tack en Jan van meenen.
Bijvoorbeeld om dode zwarte katten te tellen.

pst: Vegetariër Barwoutswaerder laat nog weten dat hij geen enkele kat dood wenst, zwart of niet.
   
 
 
2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22    volgende pagina >