Meander
log
Meander >

Meander Magazine >

Klassiekers >

 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Gedichtendag, gedichtendag
alle auteurs
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1785
door Edith de Gilde op 27-01-2006
Gedichtendag 2006 is nog maar half voorbij als ik dit tik. Ik heb nog het een en ander tegoed aan activiteiten in Den Haag, maar tintel al van wat er tot nu toe gebeurd is.
In mijn geval begon gedichtendag al op woensdagochtend 25 januari. Met een zeer aardig iemand die bereid was in één dag 500 kilometer te rijden om me in staat te stellen 's avonds de proclamatie van de poëziewedstrijd van de stad Oostende bij te wonen en ervoor te zorgen dat ik toch op donderdagochtend kon voordragen bij een poëzie-ontbijt in Gouda, vertrok ik naar Oostende, waar we in alle rust het al voltooide restauratiewerk en de energie waarmee men nog bezig is aan een facelift van de stad te bewonderen. Er was tijd genoeg om het bescheiden gepresenteerde en daardoor niet zo gemakkelijk te vinden Ensorhuis te bezoeken en Ensors bizarre fantasie en morele verontwaardiging in zijn eigen omgeving op ons in te laten werken. En toen werd het langzaam tijd voor de proclamatie. We waren vroeg, zaten voorin en zagen af en toe omkijkend hoe de bibliotheek Kris Lambert begon vol te stromen, te stromen, te stromen, tot elk beschikbaar plekje bezet was. Presentator Kurt van Eeghem kan zo'n opkomst met gemak aan en is in staat om routine te mengen met gemeend overkomende betrokkenheid. Juryvoorzitter Geert van Istendael las het juryverslag ondanks verkoudheid met groeiende bezieling voor. Mijn eigen bescheiden rol op het podium deelde ik met drie andere aanwezigen die samen met mij en drie niet-aanwezige dichters het geluk hebben deel uit te maken van het gezelschap eervol vermelden. De Nederlandse winnaressen Hanneke van Schooten en Marijke Hanegraaf (respectievelijk de eerste en de derde prijs) en de Vlaamse dichter A.J. Sterken kregen, evenals hun gedicht, alle eer die hun toekwam. In de prachtig uitgevoerde bundel krijgen de tien bekroonde gedichten een presentatie waarvan je niet eens dúrft te dromen.

De poëzieprijs van de stad Oostende heeft hiermee de afsluiting van zijn vierde editie beleefd en krijgt een steeds grotere uitstraling. 543 inzenders uit diverse landen, waaronder een groot aantal Nederlanders, hebben de weg naar de wedstrijd gevonden. De voor een poëziewedstrijd ongeëvenaarde geldprijzen, de status van de juryleden, de lucide en open manier waarop de werkwijze van de jury uiteen wordt gezet, de schitterende bundel, de professionele begeleiding van de gemeente, het zal er allemaal aan bijdragen. Oostende brengt deze inspanning elke twee jaar op. Meander wordt breed gelezen en ik citeer daarom met instemming Geert van Istendaels vraag in het juryverslag: "We weten en begrijpen heel goed dat de prijs tweejaarlijks wordt uitgereikt. Maar zou voor het jaar zonder prijs wellicht niet een Nederlandse stad gevonden kunnen worden die dezelfde voortreffelijke actie onderneemt en ook drie gedichten rijkelijk beloont? De Cultuurdienst van de stad Oostende zou daartoe haar rijke ervaring en kennis ter beschikking kunnen stellen. Het is een idee, een open vraag, meer niet."

Tot zover Oostende. Na een korte nacht reden we in het donker van de ochtend naar Gouda, waar ik in de sfeervolle bibliotheek in de Spieringstraat werd verwacht om voor te dragen tijdens een poëzie-ontbijt. De Delftse dichter Jan Boerkoel en ik wisselden elkaar af in drie ronden. Niet eten tijdens het voordragen was de afspraak en de mensen aan twee lange tafels hielden zich daar keurig aan. Maar ze deden meer. Als je vaker voordraagt leer je stiltes interpreteren. Ben je ergens niet op de goede tijd, niet op je plaats, sluit je voordracht onvoldoende aan bij je publiek of omgekeerd, dan kun je je woorden in het beste geval via oor één oor twee weer horen uitvliegen, maar vaker hoor je de woorden in dode stilte op de grond vallen. Kloppen de dingen wel, dan trilt de stilte van concentratie. In Gouda was er die stilte.

Ik nam in Gouda de trein naar Den Haag en kreeg zoals alle wachtenden op het perron van een medewerkster van de NS de vraag of ik een kaart-met-gedicht wilde. Mijn enthousiaste reactie leverde me de hele set van tien kaarten op, zodat ik nu in het blijde bezit ben van een groot scala dichters, elk op hun eigen kaart.

In Den Haag, op weg van perron naar stationshal, begint een man naast me te zingen: In-Den-Haag-daar-woont-een-graaf. Liedjes zijn ook gedichten en zo vaak komt het niet voor dat iemand in mijn stille-smoelenstad in het openbaar in zingen uitbarst.

Het is gedichtendag en ik heb Gerbrandy, Goudeseune, Harmens en Wigman nog te goed. Op naar de Passage.
   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Van dichter naar dichter
alle auteurs
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1553
door Edith de Gilde op 04-10-2005
Dichter aan huis, het Haagse festival waarin dichters en dichteressen hun werk voordragen bij mensen thuis, levert het dubbele voordeel van poëzie dichtbij en het gepermitteerd voyeuristisch genoegen te zien wat er achter onbekende gevels verborgen is. Bovendien kun je er een sportief middagje van maken door je per fiets of lopend van het ene adres naar het andere te spoeden.
Je maakt je eigen Dichter aan huis door uit 25 mogelijkheden er vijf te kiezen. Ik begin altijd met de dichters aan te kruisen die me het meest interesseren en kijk dan of ze op adressen zitten die ik te voet kan bereiken. Tot nu toe is het steeds gelukt op tijd bij de dichter of dichteres van mijn keuze te zijn, al ben ik wel eens hijgend op het nippertje komen aanrennen.

Op 1 en 2 oktober was het weer zover. Ik had dit jaar alleen een kaartje gekocht voor 2 oktober, onder het motto dat vrijwillige beperking het genoegen groter maakt. Ik begon bij Hester Knibbe, die onderdak had gevonden in een studentikoos ingericht woonhuis-atelier. Hoewel Knibbe Rotterdamse is, vond ik dit een tamelijk Haags treffen: keurige voordracht, de bekende pijnlijke stilte voor de eerste vraag, een paar nette vragen en op tijd stoppen. Niks mis mee en ik heb genoten van de zorgvuldige woordkeuze en muzikaliteit die Knibbes werk kenmerken, maar het is de afwisseling die Dichter aan huis zo leuk maakt.

Na Knibbe had ik gekozen voor maar liefst drie Vlaamse heren achter elkaar.
   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Presentatie nieuwe Windroosreeks
alle auteurs
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1142
door Edith de Gilde op 27-09-2005
Op zaterdagavond 24 september werd in een met dichters en familie volgepakt, smoorheet Betty Asfalt Complex het eerste viertal Windroosbundels gepresenteerd dat onder het redacteurschap van Henk van Zuiden tot stand is gekomen. Hij koos vier Amsterdamse heren uit het slamcircuit: Sander Koolwijk, Robin Block, Tom Zinger en Pom Wolff.
Van éminence grise Anton Korteweg, die de bundels in ontvangst nam, kwam er naast wat wijze woorden over alleen dichten als je het écht niet kunt laten een terechte opmerking over 'wel heel veel mannen'. Van Zuiden vertelde me dat hij tot nu toe weinig aanbiedingen van vrouwen had gekregen (hoewel er nu twee aan lijken te komen). Grijpt uw kans dus, dames, zolang dit loffelijk initiatief duurt.

Korteweg vond voor zijn aloude ironische Hemagedicht, gekoppeld aan het grimmiger idem van Pom Wolff waardering, maar dat gold niet voor zijn van Aafjes geleende cynisme ('Dichters maken gedichten voor andere dichters en voor vrouwen die ze niet begrijpen'). Hoewel het eerste in elk geval op deze avond niet helemaal onwaar was, gezien de samenstelling van het publiek, ontlokte de opmerking toch gegrom aan de zaal. Het huidige klimaat op de vele dicht- en slampodia in den lande is van alles: flauw en voorspelbaar soms, verrassend en grappig soms, ontregelend en onthutsend een enkele keer.
Van alles, maar cynisch nooit.
   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Octember in Manhattan
alle auteurs
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1128
door Edith de Gilde op 22-09-2005
Een paar weken na de aanslag op de Twin Towers was psycholoog en verwoed amateurfotograaf Willem Hoogduin in Manhattan. Hij maakte er een serie zwart-witfoto's die de ontredderde sfeer na 9/11 weergeven.
Precies vier jaar na de aanslagen werd in de Haagse American Bookshop het boek gepresenteerd dat hij en oud-klasgenoot Stanislaus Jaworski samen maakten. Jaworski maakte gedichten bij de foto's.
Marion Ekpuk van de ambassade van de USA in Den Haag en Hans Dijkstal, tegenwoordig actief in het Atlantic & Pacific Exchange Program, namen voor respectievelijk de Verenigde Staten en Nederland het boek in ontvangst.
In de begeleidende speeches werd mij soms een beetje te veel nadruk gelegd op de relaties tussen Nederland en 'de' Verenigde Staten als landen. Het aardige van het boek is nu juist dat het zich toelegt op de puur menselijke ontreddering na een schokkende gebeurtenis die ook elders had kunnen plaatsvinden, al is het waar dat de lijnen van New York de foto's hun specifieke vorm geven.

Gelukkig had de rest van de presentatie een internationaal karakter: violiste Meike Abels speelde Bach en Massenet, het tangoduo Anita en Jacques danste, er waren zelfgemaakte Javaanse hapjes.

Hoogduin geeft het boek in eigen beheer uit. Het ziet er op wat kleine schoonheidsfoutjes na heel goed uit (ik heb van gevestigde uitgeverijen wel slordiger uitgaven gezien). Dat soort lef mag ik wel en ik hoorde dan ook met plezier dat hij de helft van de oplage verkocht heeft aan een bedrijf dat het als relatiegeschenk gaat gebruiken. Maar er is nog die andere helft. Bekijken en bestellen (ook losse foto's) kan via de website www.bright-lights.nl. Een deel van de opbrengst van elk boek gaat naar de slachtoffers van orkaan Katrina.
   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Nu nog vecht mijn pen
alle auteurs
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=284
door Edith de Gilde op 05-12-2004
50 jaar Letterkundig Museum

Ik heb de letteren lief, niet per se de schrijvers. Een letterkundig museum moet er zijn - natuurlijk. En als zo'n museum 50 jaar bestaat, moet dat worden gevierd, je ontkomt er niet aan.

Het museum had zijn best gedaan.
Remco Campert, verklaard tegenstander van jubilea, schreef desondanks een feestgedicht; de titel boven deze impressie is eraan ontleend. Hij las ook gedichten uit de tijd dat het museum opende. Mooi lijkt me dat, zo'n periode poëtisch te kunnen overspannen. Maria Barnas bracht haar sterke gedichten
goed over het voetlicht. Slamkampioen Erik Jan Harmens zette de van hem verwachte slamstem op. Er waren speeches, cadeaus, een feestrede, muziek, hapjes, drankjes. Alles zoals het hoort.
In een toespraak die door falende techniek helaas alleen te horen was door de vijf mensen die direct in de buurt stonden, opende directeur Anton Korteweg de gloednieuwe Nationale Schrijversportrettengalerij. 400 portretten, waarvan 200 verworven in één jaar en daarvan 45 in 2004 vervaardigd, hangen elkaar te verdringen in de gangen boven het museum. In alfabetische volgorde, wat voor aparte combinaties zorgt van zowel schrijvers als schilderstijlen.
Dat schrijvers en schilders bij zo'n opening allereerst zichzelf en hun eigen werk willen zien hangen, verheffend is het niet, maar het zij ze vergeven.

  Letterkundig Museum